Al vijf eeuwen richting rand van de wereld

Recensie van Arlette Kouwenhoven, De Fehrs. Kroniek van een Nederlandse mennonietenfamilie (2011). Atlas, 247 pag.

 

Kaft Kouwenhoven, De FehrsDe schrijfster

Arlette Kouwenhoven (1960) is antropologe en publiceerde eerder over de rituelen op Madagaskar rond besnijdenis, kroning en begrafenis in Madagascar, the Red Island (1995). Samen met Matthi Forrer schreef ze in 2000 een boek over de 19e eeuwse Duitse arts en japanoloog Siebold, die veel heeft betekend voor de Leidse botanische tuin. Op het moment doet ze met Henk Schiffmacher onderzoek naar de geschiedenis van de tatoeage en werkt ze aan de Engelse vertaling van De Fehrs.

De thematiek

De Fehrs begon met een terloopse opmerking van een yuccahandelaar over een stelletje christenen, mennonieten, in de Noord-Mexicaanse woestijn die ooit uit Nederland waren gekomen en anno 2010 nog steeds van geen elektriciteit wilden weten. En hoewel zelf niet van doopsgezinde huize, raakt Kouwenhoven gegrepen door de vraag hoe en waarom deze families in deze barre streken zijn beland.

Het spoor leidt in twaalf generaties terug naar Amsterdam, vanwaaruit de menniste Gijsbert de Veer precies vijf eeuwen geleden naar Danzig vertrok. Daar was immers goed geld te verdienen in de graanhandel, daar lagen vruchtbare uiterwaarden klaar voor ontginning. En inderdaad wisten De Veers en hun medelandverhuizers het bij vlagen tot behoorlijke welstand te brengen, desnoods door goudborduursels en uitstekende brandewijn te maken. Voor de rijke Polen dan, want zelf hield men het liever sober en maakte men zich druk over de uiterst principiële vraag of een gemeentelid, door ziekte kaal geworden, wel of niet een pruikje mocht dragen.

Toen Pruisen de Wisładelta in 1772 inlijfde en de pacifistische mennonieten hun dienstplicht niet meer konden afkopen, besloten velen, waaronder Benjamin Defehr, een nieuw bestaan op te bouwen in de Oekraïne. Catharina II kon de nijvere modelkolonisten goed gebruiken en bood zowel gratis land als vrijstelling van dienstplicht.

Ze hadden er succes – en grote onenigheid over de vraag of vierstemmig gezang mocht. Het conflict leidde ertoe dat een deel van de gemeenschap (waaronder de 8ste generatie Fehrs) in 1874 besloot naar Canada te emigreren. De dreigende dienst- en leerplicht en het tekort aan grond voor de vele boerenzonen speelden daarbij overigens ook een rol.

Aan de leerplicht ontkwam men echter in Canada uiteindelijk niet en zo kwam in 1925 een aantal Fehrs terecht in de Mexicaanse woestijn, waar de jeugd tenminste niet bedorven zou worden door verplicht onderwijs in wereldlijke vakken als geschiedenis en aardrijkskunde. Vanwege de bloedige drugsoorlog staat inmiddels de volgende landverhuizing op stapel, maar of die de Fehrs eindelijk eenvoud en rust zal brengen? Kouwenhoven heeft er een hard hoofd in.

Opvallendste stelling

Fascinerend zijn vooral de soms komische, soms tragische, soms absurde passages over hoe de sobere mennonieten zoal omgaan met het wereldse en de vooruitgang. Je toch maar aanpassen? Eraan verdienen? Martelaar worden? Of vertrekken? Dat is steeds de vraag. De Fehrs vertelt het verhaal van een geslacht dat steeds weer voor vertrekken koos.

Mooiste zin

‘Ik herinner me eens een brief [aan mijn grootmoeder in Mexico] te hebben geschreven. Daar had ik een tekening bijgevoegd van een auto, in zwart en blauw. Maar mijn vader heeft hem nooit gepost. Hij wilde niet dat ze die auto daar zouden zien. Ik kon het wel begrijpen toen ik wat ouder werd.’

Redenen om dit boek niet te lezen

Geen. Het enige minpunt is dat Kouwenhoven soms ongevraagd partij kiest in conflicten tussen traditionele en nog traditionelere mennonieten. Anderzijds: een academica kan natuurlijk onmogelijk neutraal blijven tegenover wijze heren die de aanschaf van een woordenboek al verdacht vinden.

Redenen om dit boek wel te lezen

Legio. Kouwenhoven is niet alleen een bevlogen onderzoeker, ze schrijft nog uitstekend ook en mag zich meten met Annejet van der Zijl. Haar keuze voor een familiekroniek is briljant: De Fehrs is een geslaagde combinatie van de ‘kleine’ geschiedenis van gewone mensen, families en een bescheiden geloofsgemeenschap, en de ‘grote’ geschiedenis van emigratie, vervolgingen en oorlogen. Een studie van internationale betekenis. Die Engelse vertaling moest er maar gauw komen.


Een papieren versie van deze recensie verscheen in

logo Trouw