Bij God achterop de tandem

Recensie van Frank G. Bosman, God heeft ook een fiets. Kleine theologie van het wielrennen. Berne Media, Heeswijk. 126 blz. € 14,50.

Kaft Bosman. God heeft ook een fietsDe schrijver

Frank Bosman (1978) werkt aan de Universiteit van Tilburg aan de faculteit Katholieke Theologie. Als ‘cultuurtheoloog’ is hij op zoek naar religieuze elementen in de hedendaagse cultuur, ook waar je die niet direct verwacht. Bijvoorbeeld in computergames, waarin opvallend vaak naar de Apocalyps wordt verwezen. Bosman mijdt de hedendaagse media niet: hij is redacteur van katholiek.nl en vast panellid van het EO-programma ‘De tafel van Tijs’. In 2011 was hij de eerste ‘Theoloog van het jaar’. Ook op papier is hij bijzonder actief, met titels als ‘Handboek kerk en social media’ (2012) en twee andere ‘kleine theologieën’: ‘God houdt wel van een geintje’ (2012) en ‘God houdt van seks’ (2015).

Thematiek

Na de humor en de erotiek is nu het wielrennen dus aan de beurt voor een eigen kleine theologie, vindt Bosman als fietsfanaat – althans passief, want de ervaring van een onvolbrachte fietstocht naar Reims is hij nooit te boven gekomen. En zo gaat hij enthousiast op zoek naar de religieuze aspecten van de wielersport. Hij vindt er legio. Wielrenners zijn pelgrims en monniken, de heiligen van onze tijd. Zijn grote voorbeeld is de legendarische Bartali (1914-2000), een ongeschoeide Karmeliet en meervoudig Tour- en Girowinnaar. Daarnaast blijken wielrenners graag tegen een berg op te rijden om ook in spirituele zin dichter bij God te komen. En inderdaad, het woord ‘doping’ is verwant aan ‘dopen’.

Opvallendste stelling

Het motto van het boek is de bewering van Mart Smeets dat wielrennen per definitie een katholieke sport zou zijn. Protestanten snappen het maar half, zelfs als ze wielerfan zijn, zoals EO-presentator Tijs van den Brink. Dat is, oppert Bosman, omdat sportieve ambities niet stroken met de predestinatieleer. Bovendien fietsen Biblebelters niet voor de wereldse roem, maar om zo zuinig mogelijk van A naar B te komen en vanwege het milieu. Ja, als je in dat soort simpele sociologische clichés denkt, dan is de paus vast ook gereformeerd.

Mooiste beeld

Bosman eindigt met een ‘droom’ waarin hij op zijn racefiets over een moeilijk parcours ploetert en gezelschap krijgt van een zwijgzame oude man op een versnellingsloze tandem: “De man met de witte baard was afgestapt, keek naar de lege plek achter op zijn tandemfiets en gaf me een uitnodigend knikje. Met een rood hoofd stapte ik achter bij hem op zijn fiets en samen glibberden we verder over het modderige pad door het bos. Ja, God heeft ook een fiets: een tandem.”

Reden om dit boek niet te lezen

Leuk gevonden, ver gezocht, flink doorgedraafd – daar komt iets te vaak op neer. Goed, Bosman drukt zich minder kras uit dan medekatholiek Jef Rademakers, die ooit stelde dat wielrenners in hun wonden de wonden van Christus dragen. Toch ziet hij wel een parallel tussen vallende fietsers en het lijden van Christus. Mij lijkt dat een parallel die niet meer is dan dat: twee lijnen die elkaar nergens raken. Maar de tekening op het kaft, waarin je zowel een winnende wielrenner als de gekruisigde Christus kunt zien, gaat echt pijnlijk ver over de schreef.

Reden om dit boek wel te lezen

Bosman leest lekker weg: hij kan smakelijk vertellen en als u het boek vandaag nog bestelt, kunt u het al uit hebben voor de Tour de France zaterdag losbarst. Zo krijgen uw uren de komende weken voor de televisie toch net wat meer diepgang en zin. Sterk is hoe hij zijn theologische kennis weet te vertalen naar zo’n populair onderwerp als de wielersport: zoiets werkt vast twee kanten op. Maar het treffendste vind ik zijn herinnering aan hoe hij als knulletje na de biecht samen met zijn vader in de auto zwijgend naar de Tour zit te luisteren. Mannen onder mekaar. Daar schijnt het ondanks alle Marijnen de Vries toch nog altijd om te gaan. En niet alleen in de sport.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 29 juni 2016 in

logo Trouw