De mens achter Luther

Interview met Craig Harline, schrijver van ‘Wereld in wanorde. Maarten Luther en de geboorte van de Reformatie’ (2017).

 

De Amerikaanse historicus Craig Harline wil met zijn biografie geen standbeeld voor Maarten Luther maken, maar hem in zijn menselijkheid laten zien.

Voor wie er nog geen genoeg van heeft: op de valreep van het Lutherjaar verscheen bij uitgeverij Vantilt een nieuwe Lutherbiografie, ‘Wereld in wanorde’, van de Amerikaanse historicus Craig Harline. De zoveelste in een reeks van honderden, over de laatste vijf eeuwen misschien zelfs wel duizenden, geeft de auteur grif toe: men beweert dat er alleen over Jezus zelf meer geschreven is. Maar Harline is toevallig wel de schrijver van ‘Jacobs vlucht’, een bijzonder familieverhaal over honderd jaar religieuze koppigheid ten tijde van de Reformatie, dat heel hoog op de lijst stond voor de Libris Geschiedenis Prijs 2017. Is zijn nieuwste boek ook zo bijzonder?

Er is al ontzettend veel over Maarten Luther geschreven en in de afgelopen twee jaar was er weer een nieuwe hausse. Ik moet zeggen: ik ben inmiddels een beetje Luthermoe. Waarom moeten we nu ook dit boek nog lezen? Wat voegt deze biografie toe?

“Ik heb de uitgever hetzelfde gevraagd toen hij mij vroeg om een boek over Luther te schrijven. Ik zei: ik ben geen Lutherspecialist, waarop hij zei: juist daarom willen we dat jij dat doet, want voor een specialist is het zeer moeilijk om voor een algemene lezersschaar te schrijven en jij hebt een stijl waarmee je die lezersschaar kunt bereiken.”

Wat deed Harline dan om Luthers verhaal anders te maken? “Natuurlijk heb ik de grote biografieën gelezen en er veel van geleerd, maar ik merkte ook dat het zelfs voor Luthers beste biografen heel moeilijk was hem in zijn eigen tijd te laten: ze keken altijd vooruit, ze schreven het verhaal met het einde en de toekomst in hun hoofd. En dan verlies je drama en spanning, dan zit je niet meer in die tijd zelf.” En belangrijker nog: “Dan verliest het verhaal zijn menselijkheid, dan wordt het een standbeeld.”

Dus besloot Harline binnen de tijd van zijn verhaal te blijven, dat loopt van augustus 1517, als broeder Martinus zijn dan nog volstrekt genegeerde stellingen tegen de scholastici schrijft, tot maart 1522, als hij terug van zijn onderduikadres op de Wartburg frisgeschoren de kansel in Wittenberg weer beklimt.

Waarom juist die periode? Omdat die zo spannend was met de 95 stellingen, de Rijksdag in Worms en zijn zogenaamde ontvoering?

“Ik heb me geconcentreerd op die vier, vijf jaar, omdat Luther vooral dankzij die beroemde gebeurtenissen een standbeeld is geworden en ik dacht: dat is precies het belangrijkste moment om hem als mens te zien. Daarnaast het is de meest bediscussieerde periode uit zijn leven, waarover onder specialisten veel ruzie is, zoals over de vraag of hij die 95 stellingen nu wel of niet heeft aangeplakt.”

En? Heeft hij dat gedaan of niet?

“Waarschijnlijk niet. Maar het beeld van Luther dat hij ze daar aanplakt als een soort uitdaging aan de kerk en er een hele menigte staat te kijken, is helemaal verkeerd. De deur van de slotkerk was het nieuwsbord, het prikbord van de universiteit, waar alle bekendmakingen en stellingen op werden geplakt. Hij had als prof het recht om zo over alle onzekere leerpunten te disputeren en de aflaat was zo’n onzeker onderwerp. Zijn 95 stellingen waren controversieel en hebben tot sterke reacties geleid, maar het moment dat ze al dan niet op de deur zijn genageld, heeft geen betekenis.”

Een ander verhaal vertelt dat Luther zijn inspiratie over de rechtvaardiging door het geloof heeft opgedaan op de cloaca, oftewel het riool of het secreet. Is dat inderdaad historisch? Of ook een geval van mythevorming? Of alleen maar vuile praat?

“Dat is een van de dingen waar de specialisten ruzie over maken. Sommigen zeggen: hij bedoelde met de cloaca de wereld. Anderen zeggen: dat is niet helemaal duidelijk, hij heeft alleen de afkorting ‘cl.’ gebruikt, dat kan misschien iets anders betekenen.

Maar voor mij is het niet zo belangrijk. Misschien heeft hij het als een grap bedoeld, maar was hij eigenlijk ook heel ernstig. Het laagste punt voor God was op het kruis en het op één na laagste zou de cloaca kunnen zijn, dus waarom zou God zich daar niet kunnen openbaren? Als Luther inderdaad de cloaca heeft bedoeld, dat heeft hij daar denk ik mee willen tonen dat God kan verschijnen waar hij wil, dat hij groter is dan alles op hele aarde.”

Bent u tijdens uw onderzoek voor dit boek nog tot nieuwe inzichten gekomen?

“Ik weet niet of het nieuwe inzichten zijn voor andere historici, maar voor mijzelf wel! Ik geef al dertig jaar colleges over de Reformatie, maar ik heb veel nieuwe dingen bijgeleerd, vooral in de details. Bijvoorbeeld over Leipzig [waar Luther in 1519 een spectaculair theologisch man-tegen-mangevecht had met Johannes Eck; ML] als keerpunt en de precieze chronologie van toen hij tegen de paus begon te schrijven.”

Wat vindt u persoonlijk zo interessant aan Luther?

“Zijn totaal als individueel mens, niet als leider van een geloof, helemaal niet. Zo beschouw ik alle mensen die ik bestudeer. Luther is iemand over wie we heel veel weten. Ik erken dat hij een grote historische rol heeft gespeeld, maar zie ook dat dat mogelijk werd gemaakt door omstandigheden buiten zijn controle.

Mij gaat het vooral om de persoonlijke lessen die je leert als je de geschiedenis bestudeert: ik lees en schrijf altijd over mensen die een interessant leven hebben gehad. Ik wil altijd weten: wat kan ik van hen als mens leren voor mijn eigen mensdom?”

Wat heeft u van hem geleerd? Wat bewondert u het meest aan hem?

“Dat hij niet alleen kon schrijven voor andere geleerden en studenten, maar ook vanuit zijn ervaring als stadspredikant wist, bijna instinctief, op gevoel, hoe gewone mensen aan te spreken. Hij heeft veel lange dingen geschreven en sommige geschriften zijn heel vervelend en repetitief. Maar als hij wilde, kon hij zijn gedachten heel bondig, helder en mooi uitdrukken. Ook bewonder ik wat hij schrijft over de rechtvaardiging door het geloof alleen en de genade. Luther voelde zich als mens altijd schuldig en ik ben ook een beetje zo. Dat vond ik soms heel troostend.”

Luther werd indertijd niet alleen toegejuicht, maar ook omstreden en diep gehaat. Wat vond u het irritantste aan hem?

“Hij was een moeilijk man, ik denk niet dat ik een goede vriend van hem had kunnen zijn. Hij kon bijvoorbeeld het ene moment heel grappig en de volgende dag furieus zijn; ik vind zo’n onvoorspelbaarheid in mensen heel moeilijk. En dan zijn ideeën over de Joden. Ook zijn uitingen tegen andere christenen ik vind die vandaag de dag een beetje onchristelijk.” En, lachend: “ Verder was hij geen goed politicus. Maar dat zal ik hem niet verwijten, want een goed politicus is niet altijd een goed mens.”


Craig Harline, foto: Jan van der Perre

Craig Harline, foto: Jan van der Perre

Wie is Craig Harline?

Craig Harline (1956) is historicus en hoogleraar aan de mormoonse Brigham Young University in Provo (Utah). Veertig jaar geleden kwam hij als zendeling naar Nederland, waar hij al met al niemand wist te bekeren. In plaats daarvan werd hijzelf naar eigen zeggen ‘bekeerd’ tot Nederland en België. Hij raakte mateloos geïnteresseerd in de geschiedenis van de Europese Reformatie en inmiddels spreekt hij uitstekend Nederlands met een licht Vlaams accent.

Als historicus heeft hij diverse populairwetenschappelijke boeken geschreven over de (contra)reformatie in de Lage Landen. Zo verscheen vorig jaar ‘Jacobs vlucht. Een familiesaga uit de Gouden Eeuw’, één van de vijf genomineerden voor de Libris Geschiedenis Prijs voor het beste geschiedenisboek in Nederland van het afgelopen jaar.

Craig Harline, Wereld in wanorde. Maarten Luther en de geboorte van de Reformatie. Vertaald door Jeske Nelissen. Vantilt, 334 blz., € 24,95.



Een geredigeerde versie van dit interview verscheen op 8 november 2017 in logo Trouw