Dooddoeners: nietszeggend of juist filosofisch?

Interview met Ignaas Devisch (1970) en Jean Paul Van Bendegem (1953), Vlaamse filosofen en schrijvers van ‘Doordenken over dooddoeners’. Polis, 240 blz., € 20,-


Van Bendegem: “De functie van dooddoeners zoals ‘Het een is het een, het ander is het ander’ of ‘Het is overal iets’ is vaak om een gesprek af te ronden, waarbij het vooral de bedoeling is om niet te vragen wat men daar precies mee bedoelt. Dat heeft een soort van nietszeggendheid over zich en in dit boek hebben wij geprobeerd de filosofische diepgang te onderzoeken die ook in dooddoeners zit.”

Glimlach

Devisch: “Het is dus niet zo dat wij vinden dat je alles altijd helemaal moet uitpraten: dooddoeners hebben een functie in het taalgebruik en men zal ze zonder enige twijfel altijd blijven gebruiken. Onze bescheiden hoop is dat er bij onze lezers even een glimlach op het gelaat komt als ze iemand een dooddoener horen gebruiken. Het is zeker niet onze bedoeling om mensen te veroordelen die dooddoeners bezigen – onze verwondering is eerder dat ze zo vaak voorkomen en dat ze veel meer zeggen dan in eerste instantie lijkt.”

Van Bendegem: “In ons boek bespreken we elk 52 dooddoeners, dus in totaal 104. Eentje die mij erg dierbaar is en die ik geanalyseerd heb omdat hij mij als logicus een beetje pijn doet, is ‘Ja, maar dat is toch logisch!’. Dat gaat daadwerkelijk over het belang van doordenken, het eerste woord van de titel van ons boek dat bedoeld is als uitnodiging aan de lezer om zich met ons over de taal te verwonderen.”

Doorbomen

Devisch: “‘Al dat nadenken leidt tot niets’ is een dooddoener die ik vaak hoor. Misschien krijgen andere filosofen ook wel eens dat verwijt als je te lang doorboomt over iets, want je moet iets doen in het leven! Ik vind dit een interessante, want waarom zou nadenken iets negatiefs zijn en nergens toe leiden? Leidt iets doen dan wel ergens toe? Het is een van de dooddoeners waarmee ze mensen proberen plat te slaan, maar hij is interessant omdat hij terecht vraagt naar de status van nadenken tout court. Filosofie is toch ook een beetje de discipline die problemen ziet waar anderen ze niet zouden zoeken. En hoewel dat een belangrijke functie heeft, ergert dat sommige mensen. Er zijn ook dooddoeners die getuigen van een denkproces dat mensen liever hadden dat het anders was, maar zich hebben neergelegd bij wat ze niet kunnen veranderen en dan zeggen: ‘Het is wat het is’. Wat in feite een zeer filosofische uitspraak is.”

Van Bendegem: “Maar ja, er wordt al zoveel gezegd.”

Devisch: “Voilà.”

Speels

Van Bendegem: “Een dooddoener die ik zelf vaak gebruik, is ‘Ik zou dat zo niet zeggen’. Dat is meestal omdat ik de spreker heel vriendelijk wil duidelijk maken: wat je gezegd hebt, kan heel verkeerd begrepen worden, besef je dat wel? En als iemand dan zou opmerken: ‘Hoe durf je mijn woorden te verbeteren?’, dan kun je een andere dooddoener gebruiken om dat op te vangen, namelijk: ‘Allez, ik zeg maar wat’.”

Afwijking

Devisch: “Ik denk dat we een boek voor iedereen hebben geschreven, het vereist weinig voorkennis. Dat betekent natuurlijk niet dat we onze beider afwijking hebben kunnen wegstoppen, namelijk dat wij filosoof zijn. Voor je het weet zit je bij Parmenides, Plato, Heidegger en Wittgenstein, maar dat hoeft niemand weg te jagen. Wat ik tot nu toe het meest heb gehoord is dat mensen onze humor fijn vinden en dat we schijnbaar oppervlakkige uitspraken speels aan diepzinnige gedachten hebben verbonden.”



Een geredigeerde versie van dit interview verscheen op 25 mei 2019 in

logo Trouw