Egotrip naar de zin van het leven

Recensie van Willemijn Dicke, De sjamaan en ik. Een nuchter, geestig verslag van een zoektocht naar zingeving. Prometheus, 240 blz., € 19,99

** sterren


Kaft DickeDe schrijver

Bestuurskundige Willemijn Dicke (1970) werkte zeventien jaar als wetenschappelijk medewerker aan de Technische Universiteit Delft. Naast wetenschappelijke publicaties schreef ze ook een roman: ‘Mea’ (2009), een vrouwelijke versie van W.F. Hermans’ ‘Onder professoren’. In 2012 ruilde ze haar baan als wetenschapper pardoes in voor een managementfunctie; tegenwoordig is ze zelfstandig consulent voor het hoger onderwijs.

De thematiek

In ‘De sjamaan en ik’ verhaalt Dicke over hoe ze van militant atheïste en harde wetenschapster verandert in een religieuze ziel. Herman Philipse is aanvankelijk haar grote held, kerkgangers noemt ze ‘christenhonden’ en geloven vindt ze iets voor achterlijke gekkies die bang zijn voor de dood. En tussendoor schuimt ze voor haar columns in het Algemeen Dagblad Rotterdamse buurtkroegen af, waar ze dronken wordt met havenarbeiders, uitbeners en penozejongens. In het bezit van een zorgzame echtgenoot, kinderen en met uitzicht op een aanstelling als hoogleraar. Als dan opeens een gevoel van zinloosheid toeslaat, stort ze zich op het zenboeddhisme. Ze raakt totaal idolaat van zenmeester Ton Lathouwers, totdat hij tot haar atheïstische gruwel in een leven na de dood blijkt te geloven.

Einde oefening? Integendeel. Want tijdens een fietstochtje wordt Dicke overvallen door haar eerste mystieke ervaring en zit ze vervolgens opgescheept met een onverzadigbare hunkering naar meer daarvan, plus een sterk wisselend gemoed. Wat leidt tot een lange en meestal contant af te rekenen verliefde zwerftocht langs sjamanen, droomduiders en healers, die haar in gedrogeerde vuurceremonies, zweethutten en ongemakkelijke ademhalingsoefeningen laten smachten naar tekens en de genezing van haar kattenallergie. Ook schiet het maar niet op met het instantinzicht in de zin van het leven en in wie ze is, terwijl haar sociale leven afbrokkelt en haar collega’s haar steeds minder lusten.

Interessantste inzicht

De enig echt wijze woorden die ik in dit boek heb kunnen ontdekken, kwamen van een junk die Dicke benijdt om haar gezin, huis en baan. En van de Rotterdamse pater dominicaan ‘Tycho’ (Leo de Jong o.p. stond wellicht model voor hem), bij wiens cursus ‘Mystiek op straatniveau’ en pastorale zorg Dicke eindelijk een beetje rust vindt. Maar ja, zo saai! Dus verslingert ze zich maar weer aan ene Swami en ene ‘Floris Seriese’, die verdacht veel lijkt op cursus-in-wonderen-goeroe Diederik Wolsak.

Mooiste zin

Over haar eerste mystieke ervaring: “Mijn lichaam is opgelost en mijn geest is verbonden met alles wat er is. Het ik is niet geheel uitgevlakt. Ik weet dat ik hier ben. Het ik doet er alleen totaal niet toe. Ik ben in een bad van probleemloze gelukzaligheid beland, waarbij het onderscheid tussen mij en het badwater is verdwenen.”

Redenen om dit boek niet te lezen

‘Een nuchter, geestig verslag van een zoektocht naar zingeving’ luidt de ondertitel van dit boek. Je moet het maar durven om dat over jezelf te (laten) zeggen. Dat van die zoektocht klopt inderdaad als een zwerende vinger. Maar nuchter? Geestig? Soms. Of u moet er lol in hebben om eindeloos te kunnen kijken naar een hond die achter zijn eigen staart aanholt. Bij mij was die ontroering er al gauw vanaf. Een hoop vaart, maar o, wat een vermoeiende egotrip! Die sexy klinkende sjamaan uit de titel blijkt overigens maar een bijrol te spelen.

Redenen om dit boek wel te lezen

Dicke’s is stuitend eerlijk en ze weet haar verhaal goed onder woorden te brengen. Een belangrijk inzicht is dat zelfs (of juist?) de grootste scepticus overvallen kan worden door overweldigende, mystieke ervaringen en dat een mens in zo’n geval met spoed verstandige en degelijk gecertificeerde begeleiding zoekt. Voorts vooral bewondering voor hoe echtgenoot R. op de achtergrond al die tijd het gezin overeind houdt. En vergeeft u mij mijn partijdigheid, maar mij doet het deugd dat Dicke’s zoektocht (voorlopig?) dan toch geëindigd is bij het Onze Vader, al is dat dan in een gnostische bewerking.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 6 februari 2019 in

logo Trouw