De pioniers van Steiners landbouw

Recensie van Ellen Winkel, De aarde zal weer vruchtbaar zijn. Verhalen van landbouwpioniers (2012). AnkhHermes, 251 pag.

 

Kaft Winkel, De aarde zal weer vruchtbaar zijnDe schrijfster

Ellen Winkel (1965) is ‘boerenkleindochter’ en studeerde Alternatieve Landbouw in Wageningen. Ze heeft een moestuin, twee koeien en drie bijenvolken. Sinds 2008 is ze hoofdredacteur van Dynamisch Perspectief, het ledenblad van de Biologisch-Dynamische Vereniging. Daarnaast schrijft ze voor tijdschriften als Happinez en GezondNU over o.a. de klank van voedsel en andere onderwerpen uit de antroposofische voedingsleer.

De thematiek

De aarde zal weer vruchtbaar zijn ontgint de geschiedenis van de biologisch-dynamische landbouw in Nederland, vanaf het moment dat dr. Rudolf Steiner in 1913 met vurige blik, machtige stem en wapperende haren een serie voordrachten in Den Haag hield. Zijn geloofsijver maakte grote indruk op Marie Tak van Poortvliet, rijke erfgename en in het bezit van kunstverzameling en landerijen. Ze zou uiteindelijk haar hele vermogen opofferen aan de spirituele landbouw in Nederland, ‘voor het geluk van de mensheid’.

Zo schetst Winkel de levens van een dozijn pioniers van de biologisch-dynamische landbouw, uit diverse decennia van de afgelopen eeuw. Hoe zij in het geheim experimenteerden met Steiners kosmisch doorwrochte meststoffen (preparaten) en zich staande hielden tijdens en na de oorlog, de watersnoodramp en de ruilverkaveling.

Hoe ze zich afzetten tegen de ‘gangbare’ landbouw, maar soms ook elkaar de tent uitvochten. Hoe een BD-boer aan het wiegje van Roel van Duyns kabouterbeweging stond. En ook hoe ze dankzij gifschandalen rond DDT, Planta-margarine en de MKZ-crisis opeens wind mee kregen en hoe de erfvijand, de voedingsmiddelenindustrie, hen sindsdien probeert in te kapselen. Het is een kleurrijke geschiedenis, vol idealisme, gemeenschapszin en achterdocht.

Opvallendste stelling

De biologisch-dynamische manier van boeren begon dus niet in het boerenbedrijf zelf, maar kwam voort uit idyllische verlangens van een spiritueel gevoelige culturele elite, die daarbij nauwelijks aansluiting vond (of zocht) bij de ‘gangbare’ landbouw. Maar die niet terugschrok voor onafzienbaar geploeter en steeds weer net op tijd creatieve oplossingen bedacht om de onbespoten bloemkool in de groentela van de (stadse) consument te krijgen, zoals via groenteabonnementen. Toch ziet Winkel de toekomst met vrees tegemoet, nu door de economische crisis bedrijfsopvolging een serieus probleem wordt en – o ironie! – ook heuse BD-bedrijven grootschalig en gemotoriseerd zijn gaan werken.

Karakteristieke zin

‘“Ik vind het heel mooi om preparaten te gebruiken”, zegt een jonge boer. “Als ik in de preparaten sta te roeren, merk ik dat ik me gelukkig voel”. Hij ervaart dat de preparaten het wezen van het bedrijf sterker maken. Dit wezen neemt hij in zijn bewustzijn waar als een parachutevormige kleurige energie die het bedrijf omhult.’

Redenen om dit boek niet te lezen

De schrijfster wil ons niet vervelen met een saaie samenvatting van notulen van stichtingen en besturen: liever laat zij de betrokkenen hun verhaal vertellen. Daarbij heeft ze ervoor gekozen om van mensen personages, romanfiguren te maken. We krijgen dus te lezen hoe ene Hans Heinze in 1937 tijdens een rondje over het erf de paardenknecht groet, daarna naar de gezondheid van de bakkersvrouw informeert en vervolgens het zangerige geluid van molenstenen hoort. Alwetend verteller Winkel verantwoordt deze vorm van ‘literaire non-fictie’ naar eer en geweten, maar het resultaat is een halfwassen streekroman die maar niet spannend wil worden. Ellen Winkel is helaas geen Theun de Vries, Hella Haasse of zelfs maar Gerda van Wageningen.

Redenen om dit boek wel te lezen

Winkel heeft de Nederlandse landbouwgeschiedenis verrijkt met een belangrijk hoofdstuk. Haar boek maakt duidelijk dat veel van onze huidige ideeën over gezond eten, bestrijdingsmiddelen en duurzaamheid hun wortels hebben in de antroposofie. En wie raakt niet vertederd door die twintig boeren die liever 2000 euro subsidie mislopen, dan dat ze hun kalfjes van die gele flappen door hun oren boren? Maar ook voor de scepticus valt er veel te genieten, vooral van de wonderlijke, met veel ritueel omgeven brouwsels waarmee Steiners volgelingen nog altijd proberen de aarde nog vruchtbaarder te maken.


Een papieren versie van deze recensie verscheen inlogo Trouw