Glanzende inleiding in oosters-orthodoxe paasiconen

Recensie van Joost Heutink en Marc Loerke (red.), Et resurrexit. Passie en opstanding op ikonen. Kok, Utrecht, 192 pag., € 24,99.

 

Kaft Heutink, Et resurrexitDe vier schrijvers

Het iconenmuseum in Kampen werd indertijd opgericht door de ouders van Joost Heutink (1973), die naast vaste conservator aldaar ook neuropsycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen is. Echtgenote Liesbeth van Es (ooit harpiste, nu theologiestudente) drijft in Zwolle een naar eigen zeggen ‘toonaangevende kunsthandel met een hoogwaardige en interessante collectie.’ Co-auteur Stefan Jeckel is gepensioneerd docent economie en verzamelaar van Russische metalen iconen en paaseieren. De enige officiële kunsthistoricus in het gezelschap is Marc-Oliver Loerke. Hij promoveerde in 2003 op de hellevaart en de wederopstanding in de (Oost-)Europese beeldcultuur. Op dit moment is hij bedrijfsleider van galerie Mönius in Regensburg, waar u voor een paar duizend euro antieke iconen kunt aanschaffen.

De thematiek

‘Et resurrexit’ ‘(‘En hij is verrezen, weer opgestaan’) is het boek bij de tentoonstelling die tot 7 mei in het iconenmuseum in Kampen te zien is. In zeven artikelen en zo’n honderdvijftig glanzende afbeeldingen (in kleur) krijgt u een inleiding in de beeldgeschiedenis van het oosters-orthodoxe paasfeest, dat er op een aantal punten toch net iets anders uitziet dan wat we vanuit de Europese (rooms-katholieke en protestante) schilderkunst en theologie gewend zijn.

Er valt veel aanschouwelijks te vertellen over de Russische passiecyclus, over die typische drie dwarsbalken van het orthodoxe kruis en over de liturgische rol van iconen, die zelfs wonderen blijken te kunnen verrichten. Of over de passiewerktuigen (zoals de lans en de stok met de spons), die op bijna alle, vaak prachtig geëmailleerde zegen-, altaar- en borstkruisen prijken. Een charmante toegift is het hoofdstuk over het Russische paasei, dat men elkaar van oudsher in de paasweek cadeau geeft als teken van wederzijdse vergeving – een traditie waaruit de befaamde Fabergé-eieren zijn voortgekomen.

Interessantste verschil

Waar in de westerse, rooms-katholieke religieuze kunst het lijden en de kruisdood van Christus meestal centraal staat, daar draait het in de orthodoxe paasiconografie en theologie vooral om de wederopstanding (anastasis). En in het oosten dan speciaal om zijn (voornamelijk apocriefe) hellevaart, waarin Christus Adam en Eva uit de onderwereld bevrijdt, tegelijk met andere oudtestamentische figuren als David, Salomo en Mozes.

Opvallend visueel gevolg: de Verlosser is in de oosterse beeldentaal geen uitgemergeld en zwaargewond, dramatisch bloedend slachtoffer, maar een serene en sterke overwinnaar, die op sommige afbeeldingen rechtstreeks uit de sportschool lijkt te komen.

Mooiste afbeelding

Ondanks alle prachtige ‘anastasis’-iconen: de mooiste icoon van het boek is wat mij betreft een 19e eeuwse, niet-canonieke ‘Ween niet om Mij, Moeder’.p 81 et resurrexit

Redenen om dit boek niet te lezen

Jammer dat het accent zo zwaar rust op de Russische iconografie: er komen nauwelijks Griekse of koptische iconen aan bod en Ethiopië ontbreekt al helemaal. Of doet men daarin niet aan Pasen? Het zou de catalogus nog kleurrijker hebben gemaakt. En waarom niet even voor het Nederlandse publiek toegelicht waarom Maria nergens Maria heet, maar uitsluitend ‘Moeder Gods’? Of waarom de Johannes niet de Doper maar de Voorloper wordt genoemd?

Redenen om dit boek wel te lezen

Mocht de recente ontmoeting tussen paus Franciscus en de Russische patriarch Kirill u nieuwsgierig hebben gemaakt naar het oosters-orthodoxe christendom, dan is de tentoonstelling en het boek ‘Et resurrexit’ een uitgelezen ingang. De afbeeldingen zijn schitterend en de auteurs hebben heel wat kunsthistorische en theologische weetjes en liefde met u te delen. En voor een blik op het echte werk: op naar Kampen!



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 24 februari 2016 in

logo Trouw