Meditatieles voor ambitieuze doordravers

Recensie van Han F. de Wit, Wijsheid in emotie. Over de mandala van de vijf boeddha’s (2013). Ten Have, 154 pag.

Kaft De Wit, Wijsheid in emotieDe schrijver

Han F. de Wit (1944) was ooit onderwijspsychologisch onderzoeker aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is nu vooral werkzaam als boeddhistisch leraar bij Shambhala Nederland. Daar geeft hij lezingen en meditatielessen vanuit de Tibetaanse traditie, aangepast aan een westerse cultuur buiten de kloostermuren. In zijn boek Contemplatieve psychologie (1987) combineert hij inzichten uit psychologie en spiritualiteit – een verband dat ook centraal staat in recentere titels als Verborgen bloei (1993), De lotus en de roos (1998) en Maatschappelijk boeddhisme (2012).

De thematiek

Wijsheid in emotie gaat over de positieve kracht van emoties. Dat is al meteen een verrassende invalshoek voor wie dacht dat het boeddhisme erop gericht is om emoties, als bron van het menselijke lijden, als illusies te ontmaskeren en uit te schakelen. Maar de Tibetaanse variant waarbij De Wit zich thuis voelt, ziet in negatieve emoties als hebzucht, jaloezie en woede juist een prima opstap om tot wijsheid te komen. Volgens een oud verhaal heeft de pauw immers de glans van zijn veren te danken aan het feit dat hij gifslangen eet. Om ons nu te helpen in een ‘ontwaakte staat’ te komen biedt De Wit een nogal ingewikkeld symbolisch systeem van vijf energiewerelden (‘boeddhafamilies’) en meditatieoefeningen, waarmee we onze egocentrische, destructieve emoties (‘klesha’s’) kunnen omvormen en cultiveren tot egoloze compassie.

Interessantste stelling

De Wits betoog is behoorlijk abstract, maar hij komt soms ook heel pragmatisch uit de hoek. Een voorbeeld: de westerse gejaagdheid, wedijver en bemoeizucht ziet hij als neurotische, geperverteerde vormen van verlichte daadkracht en onze natuurlijke neiging elkaar te helpen. Maar hoe krijg je een ambitieuze doordraver aan het mediteren? Door hem voor te houden dat hij daardoor nog efficiënter en productiever zal worden. Vervolgens trekt de beoefening zelf de mat wel onder hem uit, gniffelt leraar De Wit.

Mooiste woord

Omdat het natuurlijk onmogelijk is om altijd een passende Nederlandse vertaling te vinden voor eeuwenoude en diepdoordachte boeddhistische begrippen, vermeldt De Wit overal nauwkeurig hoe iets in het Sanskriet en Tibetaans (en soms ook nog in het Chinees en Japans) heet. Voor de kenner is dat misschien verhelderend, maar de leek duizelt het al na enkele pagina’s. Tot je op de naam van een tekst uit de derde eeuw stuit: Mulamadhyamakakarika. Het betekent zoveel als ‘Verzen uit het midden’. Maar alleen het woord al. Poëzie.

Redenen om dit boek niet te lezen

Wijsheid in emotie is bedoeld voor een breder publiek dan alleen boeddhistische ‘studenten’. Toch is het flink doorploeteren voor je een concreet beeld bij De Wits boodschap krijgt. Waarom moeten we bijvoorbeeld eerst zo precies weten in welke klassieke boeddhistische tradities elke energiefamilie is ingebed, voordat we iets vernemen over de kenmerken ervan?

Vermoeiend is bovendien hoe de westerse, christelijke cultuur wordt weggezet als egocentrisch, wreed en ethisch versteend, tegenover de onbaatzuchtigheid en flexibiliteit van De Wits boeddhisme. Alsof het westen niet ook een lange traditie kent van compassie en persoonlijke geloofsbeleving. Verder wijst hij het kentheoretische onderscheid tussen ‘ik hier’ (subject) en ‘dat daar’ (object) wel heel gemakkelijk en eenzijdig aan als oorzaak van onverlicht en verward bewustzijn. Alsof het rationalisme de mensheid niet ook van veel lijden heeft verlost.

Redenen om dit boek wel te lezen

Voor de doorzetter is Wijsheid in emotie een redelijk toegankelijke inleiding op de vajrayana-variant van het boeddhisme, die goed aansluit op hoe er op het moment in Nederland tegen emoties wordt aangekeken. En vraagt u zich wel eens af wat uw ‘ik’ is, waar dat ‘ik’ dan zit en of dat ‘ik’ een zaak van hebben of zijn is? Dan vindt u bij De Wit een aantal aardige gedachten. Zijn voorstel om bezittelijke voornaamwoorden (zoals ‘mijn’ in ‘mijn lichaam’ en ‘mijn geest’) voortaan op te vatten als aanwijzende voornaamwoorden als ‘dit’ en ‘deze’, is alvast heel creatief.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen 31 juli 2013 inlogo Trouw