Het mystieke hart van de islam klopt soms in het wijnhuis

Recensie van Asghar Seyed-Gohrab, Soefisme. Een levende traditie. Prometheus / Bert Bakker, 2015, 222 pag., € 19,95.

 

Kaft Seyed-Gohrab, SoefismeDe schrijver

Asghar Seyed-Gohrab (1968) werd geboren in Teheran en woont sinds 1986 in Nederland. Hij promoveerde op de mystieke kanten van de romance tussen Layli en Majnun, een episch liefdesverhaal uit de 12e eeuw van de Perzische dichter Nizami. Op dit moment is Seyed-Gohrab docent bij de universitaire opleiding Midden-Oostenstudies in Leiden en doet hij onderzoek naar de lijnen tussen de klassieke islamitische mystiek en de hedendaagse politieke geschiedenis van Iran.

De thematiek

Soefisme? Was dat niet iets met duizelingwekkend dansende derwisjen, uitgemergelde fakirs en de fabels van de 12e eeuwse dichter Rumi? Over dit ‘mystieke hart’ van de islam gaf Seyed-Gohrab de afgelopen jaren een reeks inleidende colleges, waarvan deze bundel de neerslag is. In tweehonderd pagina’s behandelt hij de kleurrijke geschiedenis van deze soms extreem onconventionele moslims, die alleen of onder leiding van een meester, in klooster, woestijn of kroeg één met God wilden worden. Ze waren bereid hiervoor alles op te geven: voedsel, kleding, slaap, seks, status, fatsoen, desnoods het aardse leven zelf – zoals een nachtvlinder zich uit liefde voor het licht in het vuur van de kaars stort.

Het leidde tot een poëzie waarin de zuivere liefde voor God in vaak opvallend lichamelijke metaforen wordt verwoord. Wijn, (homo)erotiek en extatische muziek – toch niet de eerste dingen waaraan je denkt bij ‘de’ islam. Soefi’s zoals de 9e eeuwse mystica Rabea worden nogal altijd bewonderd om hun onvoorwaardelijke liefde voor God. Maar verketterd werden ze ook: wie beweert (één met) God te zijn, maakt zich in orthodoxe ogen immers schuldig aan blasfemie. Het bracht soefi Halladj in 922 in Bagdad bijvoorbeeld aan de galg.

Opvallendste stelling

Is soefisme daarmee de kritische, progressieve kant van de islam? Zo simpel ligt dat natuurlijk niet. Zo verbood Atatürk in 1925 de machtige soefibroederschappen, omdat die de modernisering van Turkije in de weg zouden staan. Onthullend is verder het hoofdstuk over ayatollah Khomeini. Tot verbijstering van vriend en vijand bleek deze onbetwiste fundamentalist ook gedichten in de soefi-traditie te schrijven, vol (symbolische) wijn, wijnschenkers en wijnhuizen, waar de mystieke reiziger gemakkelijker één met God zou worden dan in de moskee.

Mooiste zin

Uit zoveel citaten van dichters is het lastig kiezen. Maar de mooiste regels komen van Farid al-Din Attar (circa 1145-1220) en gaan over de eenwording met God: “Verloren ben ik in mijzelf, ik weet niet meer vanwaar ik kwam. Ik was een dauwdrop uit de zee, ik ging ten onder in de zee. Ik was een schaduw in het begin, gevallen op de aarde. Maar toen de zon verscheen werd ik onzichtbaar. Geen teken van mijn komst is er, van heengaan weet ik niets. Het was, lijkt het, maar een moment: ik kwam en ik ging heen.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Nauwelijks. Al was het voor lezers met een niet-islamitische achtergrond nog interessanter geweest als de schrijver wat vaker een dwarsverband had durven te leggen met de Europese mystiek en literatuurgeschiedenis. Iets voor een volgend boek? Groter minpunt: uit het Westen blijkt nog altijd weinig goeds te komen. U weet wel: imperialisme, kolonialisme, rationalisme enzo.

Redenen om dit boek wel te lezen

Hoewel de auteur geen volledigheid claimt en zich als wetenschapper – onterecht – verontschuldigt voor de anekdotische gehalte van zijn boek, weet hij in relatief weinig pagina’s een breed en genuanceerd beeld te schetsen van de islamitische mystiek.

Hij draagt het soefisme voelbaar een warm hart toe, maar kritiekloos is hij zeker niet. Zo heeft hij (ook als oorlogsvluchteling?) geen goed woord over voor hoe de Iraanse oorlogspropaganda de legendarische dood van soefi Halladj inzette om kinderen enthousiast te maken voor het martelaarschap aan het front. Seyed-Gohrab is niet alleen deskundig, maar ook prima te volgen. Als hij doceert zoals hij schrijft, moeten zijn Leidse studenten het elke week jammer vinden dat het college nu alweer voorbij is.


Een papieren versie van deze recensie verscheen op 20 mei 2015 in

logo Trouw