Het persoonlijke is religiewetenschap

Recensie van Elaine Pagels, ‘Waarom religie blijft’. Ten Have, 255 blz., € 20,99

Drie sterren


Kaft PagelsDe schrijver

Elaine Pagels (1943) is hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Amerikaanse Princeton-universiteit en gespecialiseerd in de sociale geschiedenis van het vroege christendom. Ze begon haar carrière in Harvard, als lid van het wetenschapsteam dat de in 1945 in Egypte gevonden Nag Hammadi-manuscripten vanuit het Koptisch vertaalde. Haar populairwetenschappelijke inleiding hierop uit 1979 was een bestseller; ook de Nederlandse versie ervan, ‘De gnostische evangeliën’, werd verschillende keren herdrukt. Ander in het Nederlands vertaald werk van Pagels gaat over het apocriefe evangelie van Judas en (haar favoriet) dat van Thomas. Mijn aandacht trok ze in 2012 met ‘Het vreemdste bijbelboek’, waarin ze uiteenzette hoe de Openbaring van Johannes in het Nieuwe Testament terecht was gekomen.

De thematiek

Wie van Pagels’ nieuweling weer een degelijk gedocumenteerd populairwetenschappelijk betoog verwacht, zal verrast worden: persoonlijker dan in het autobiografische ‘Waarom religie blijft’ zult u het niet gauw krijgen. De memoires van de nu 76-jarige Pagels beginnen in Californië in een kil, antireligieus gezin, waarvoor ze als puber tegenwicht vindt in het evangelische vuur van Billy Graham – totdat ze ontdekt dat de hemel slechts toegankelijk is voor wedergeboren christenen en dus niet voor een joodse vriend die bij een auto-ongeluk is omgekomen.

Ze gaat vervolgens religiewetenschappen studeren, verkeert in rebels-artistieke kringen, laat zich niet afschrikken door een handtastelijke professor, wordt verliefd op toekomstig echtgenoot Heinz, gebruikt een keertje LSD, promoveert cum laude, komt in beeld als kenner van het vrouwvriendelijke Thomas-evangelie, beleeft iets best wel spannends in Egypte en ook de Sovjet-Unie, wordt zwanger, meldt zich bij de AA omdat ze maar liefst anderhalf glas wijn per dag drinkt, ontmoet Andrej Sacharov en nog zo het een en ander, waarvan je je halfweg dit boek afvraagt wat de rest van mensheid er nou mee nodig heeft.

Aangrijpend wordt het als in 1987 haar zesjarige zoontje Mark overlijdt en een jaar later haar man bij een bergwandeling verongelukt. Het verdriet, de wanhoop, de pijn, de woede die dat losmaakt: Pagels beschrijft tot in de indrukwekkende details haar emoties, die ook grote gevolgen hebben voor haar religieuze besef en haar wetenschappelijke werk. En dat leidt tot doorleefde bespiegelingen over de kracht van rituelen en verbondenheid, over waarom mensen zich liever schuldig dan machteloos voelen, over de ‘uitvinding’ van Satan en de ook duistere kanten van het monotheïsme en de menselijke verbeeldingskracht.

Interessantste stelling

Pagels laat in dit boek zien hoe persoonlijke ervaringen zowel je religieuze besef als je professionele belangstelling sturen. Maar ook omgekeerd: uit haar wetenschappelijke studie van de ooit verboden gnostische evangeliën en geheime openbaringen van Nag Hammadi heeft ze in haar verdriet uiteindelijk meer dan aan de meeste boeken die sinds de vierde eeuw wel tot de officiële Bijbel worden gerekend.

Belangrijkste zin

Pagels’ verwoording van een onthulling van Jezus uit het apocriefe Thomasevangelie: “Het [koninkrijk van God] is een staat van zijn die we binnengaan wanneer we gaan beseffen wie we zijn en God leren kennen als de bron van ons wezen.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Pagels is volstrekt oprecht in haar getuigenis en verdriet. Dus wie ben ik om vraagtekens te zetten bij haar visioenen, die ze soms overigens zelf ook vanuit haar culturele achtergrond probeert te verklaren? Maar of er nou echt een verband is tussen dat vruchtbaarheidsritueel en haar zwangerschap? Theologisch lastig blijft daarnaast de vraag of je God inderdaad in jezelf moet zoeken.

Redenen om dit boek wel te lezen

Anderzijds: waarom zou je bij zulke ontwrichtende gebeurtenissen als de dood van je kind of partner niet ook te rade mogen gaan bij ontegenzeggelijk christelijke, zij het ‘ketterse’, geschriften, die ooit – naar Pagels stelt – vooral om machtspolitieke redenen uit de canon zijn geweerd? Verder zal ‘Waarom religie blijft’ voor Pagels’ fans vooral een mooie aanleiding zijn om bijvoorbeeld haar ‘Vreemdste bijbelboek’ weer eens achterelkaar uit te lezen. Want met wat ik nu dan weet over het leven van de schrijfster ervan, blijkt dat de aandacht nog altijd waard.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 23 oktober 2019 in

logo Trouw