Historisch bloedbad in Jemen

Recensie van Pieter W. van der Horst, Het joodse Koninkrijk van Himyar en de christelijke martelaars van Nadjrân. Joden en christenen in Arabië in de zesde eeuw. Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2015. 118 pag., € 12,50.

 

Kaft Van der Horst, Het joods koninkrijk van HimyarDe schrijver

Classicus, semitist en theoloog Pieter van der Horst (1946) was hoogleraar in Utrecht, met als specialisme o.a. de Joodse en hellenistische wereld van het vroege christendom. Hij schreef onder meer over de eerste (anti-Joodse) pogrom, in 38 in Alexandrië. In 2006 was er enige ophef rond zijn afscheidsrede over de mythe van het Joodse kannibalisme; het Utrechtse universiteitsbestuur liet hem toen enkele vermeend anti-islamitische passages uit zijn rede schrappen.

De thematiek

Van der Horst vertelt over een woelige episode uit de religieuze geschiedenis van Arabië, nog van voor de tijd van Mohammed. Sinds het begin van onze jaartelling werd het schiereiland niet alleen bevolkt door Arabische stammen, maar ook door Joodse en christelijke gemeenschappen, die daar waren beland als soldaat, in de diaspora of als ketter, gevlucht voor orthodoxere medechristenen. Of die, uit overtuiging of opportunisme, overgegaan waren tot het geloof van een machtige politieke bondgenoot, want van vreedzaam overleven was weinig sprake.

Zo bekeerde aan het begin van de 6e eeuw de koning van Himyar (pakweg het huidige Jemen) zich tot het jodendom, in zijn machtsstrijd met de Ethiopisch-christelijke gemeenschap in zijn land. En toen er in de stad Nadjrân een synagoge afbrandde, besloot hij in 524 daar alle christenen te doden, tenzij ze hun geloof afzwoeren. Wat ze van kleuter tot grijsaard weigerden, met een slachtpartij tot gevolg. Van der Horst geeft een boeiende toelichting bij zijn zorgvuldige vertaling van het compleetste en oudste christelijke verslag van deze massamoord, waarbij de martelaren overigens verbazend veel ruimte kregen om voor hun dood de koning eerst nog publiekelijk de les te lezen. Uiteindelijk ontloopt de wetteloze vorst zijn gerechte straf natuurlijk niet, als hij dankzij een stem uit de hemel een jaar later in handen valt van Ethiopische soldaten.

Bijzonder detail

De moordpartij in Nadjrân wordt merkwaardig genoeg in geen enkele Joodse bron vermeld. Is dat omdat de Joodse geschiedschrijving toen toch al stil lag? De koning van Himyar wellicht geen geboren Jood was? Of omdat zijn wandaden niet pasten in het joodse zelfbeeld? Van der Horst komt er niet uit.

Typische zin

Uit het verslag van het (letterlijke) bloedbad na de dood van Arethas, de 95-jarige christelijke burgemeester van Nadjrân: “Vier mannen ondersteunden hem toen hij zijn nek boog, waarbij ze zijn bovenlichaam en zijn armen vasthielden, zoals de twee die Mozes ondersteunden op de berg. Toen trad een van de lijfwachten naar voren en sloeg zijn eerbiedwaardige hoofd eraf. Daarop dromde de menigte van heilige martelaren samen en zij zalfden hun lichamen met het bloed van de heilige Arethas zodat degenen die de opdracht hadden hen te doden, perplex waren en langdurig huilden.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Stel u in op een ongemakkelijke leeservaring. U krijgt een zeer bloederig en partijdig zwart-wit-verhaal voorgeschoteld, vol onwaarschijnlijk standvastige en heldhaftige slachtoffers en een uiterst schurkachtige jood. Bovendien zult u zich soms wanen in een sandalenfilm à la Quo Vadis of The Robe, bijvoorbeeld als een knappe weduwe, ook voor haar twee nog maagdelijke dochters, de marteldood verkiest boven een eervolle positie in het paleis. Gedramatiseerde geschiedenis? Christelijke propaganda? Antisemitisme? Wat wil Van der Horst met zijn boekje eigenlijk bewerkstelligen?

Redenen om dit boek wel te lezen

Maar misschien zijn deze vragen een goede reden om het juist wél te lezen. Want intrigerend en verrassend is het boekje zeker. Daarnaast blijft het verbijsterend om te vernemen hoe steeds weer in de geschiedenis hele bevolkingsgroepen bereid zijn om te sterven én te moorden omwille van op zich bijkans onbegrijpelijke theologische dogma’s, zoals in dit geval dat van de heilige drie-eenheid. Als het daar tenminste om ging en gaat, want daar lijkt ook Van der Horst tussen de regels door ernstig aan te twijfelen.


Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 23 september 2015 in

logo Trouw