Leven als God in een zorgcentrum

Recensie van Jean-Jacques Suurmond, Meer geluk dan grijsheid. Spiritualiteit van de ouderdom (2013).Meinema, 63 pag.

 

 

Kaft Suurmond, Meer geluk dan grijsheidDe schrijver

Jean-Jacques Suurmond (1950) was ooit hippie, maar sloot zich in de jaren zeventig aan bij de pinksterbeweging. Na een opleiding in België en Californië werd hij predikant bij de Nederlands Hervormde Kerk en later de PKN. Tegenwoordig werkt hij als geestelijk verzorger in een grote zorginstelling in Haarlem. Hij schreef o.a. Het spel van Woord en Geest (1995) en De spiritualiteit van Florence Nightingale (2010) en is sinds 2005 columnist bij Trouw.

De thematiek

Meer geluk dan grijsheid gaat over het schrikbeeld van de ouderdom. Oud staat voor velen van ons min of meer gelijk aan aftakeling, eenzaamheid en verlies van zelfstandigheid. Je lichaam doet niet meer wat je wilt, je generatiegenoten vallen weg en je geheugen laat je steeds vaker in de steek, op den duur zelfs bij de namen van je eigen kleinkinderen. En is het niet ontluisterend om te zien hoe een intellectuele als Iris Murdoch op het laatst niet meer taalde naar Plato, maar naar de Teletubbies? Geen wonder dus dat we boos, bitter en diepongelukkig worden als het zover dreigt te komen.

Opvallendste stelling

Maar volgens Suurmond zit het probleem niet in feit dat onze fysieke en geestelijke vermogens erop achteruit gaan als we ouder worden. Het werkelijke lijden komt namelijk voort uit de illusie dat de wereld om ons draait en dat we het leven tot onze laatste snik naar onze individuele hand moeten zetten. Veel wijzer zou het zijn als we de ouderdom, juist in alle uiterlijke aftakeling, gingen zien als een spirituele uitdaging, als een aanleiding tot innerlijke groei, als een ‘wekroep tot overgave aan God’ – zoals ook de Prediker, Paulus en Job uiteindelijk inzagen. Wie zijn eigen wil los kan laten en niet meer streeft naar controle en onafhankelijkheid, kan één worden, met anderen en met God.

Suurmond knoopt hiermee aan bij mystici als Ruusbroec, Hadewijch en Eckhart. Weg dus met het dominante liberale model van autonomie en expansie, dat oudere mensen veroordeelt tot depressiviteit. Bovendien: wie zorg nodig heeft, geeft zin (en inkomen) aan een flinke rij hulpverleners, merkt Suurmond op. Niet iets dus om je schuldig over te voelen.

Karakteristieke zin

“Naarmate we blinder en dover worden, kunnen we meer oog en oor gaan krijgen voor de werkelijkheid.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Suurmond meldt al op zijn eerste pagina (en het kaft) dat hij de problemen van ouderen niet wil bagatelliseren en je mag aannemen dat hij als geestelijk verzorger veel schrijnende gevallen van dichtbij kent. Maar in zijn kritiek op de angst voor ouderdom schiet hij door: dementie en invaliditeit zijn misschien minder erg dan gedacht, maar om je er nu bijna op te gaan verheugen? En durven we er inderdaad op te vertrouwen dat er stoet dankbare zorgverleners paraat blijft staan om ons te helpen? Als we niet meer zelf uit bed kunnen komen om naar de wc te gaan? De voordeur niet meer kunnen vinden?

Woordspelingen zijn verder niet Suurmonds sterkste punt. De titel is nogal flauw en het woord ‘genieten’ heeft taalkundig echt niets te maken met een mystiek ‘niet worden’.

Redenen om dit boek wel te lezen

Suurmond maakt in weinig woorden voor een breed, niet per se christelijk publiek van geestelijk verzorgers en (aanstaande) ouderen duidelijk dat het onvermijdelijke verval ook goede kanten kent. Hij levert daarmee een toegankelijke bijdrage aan de discussie over hoe lang bejaarden zichzelf moeten kunnen redden en wie wanneer bepaalt of een leven voltooid is. Interessant is ook hoe hij het tweede gebod leest als aansporing om in het hier en nu te leven. De moeite waard is tot slot zijn lezing van het gedicht met een beroemde versregel uit de Nederlandse rouwpoëzie: ‘Alles van waarde is weerloos’. De naam van Luceberts gedicht? ‘De zeer oude zingt.’


Een papieren versie van deze recensie verscheen inlogo Trouw