Met een blauwe theemuts op oefenen voor paus

Recensie van Marc van Dijk, De paus van Amsterdam. Biografie van Huub Oosterhuis (2013). Atlas Contact, 432 pag. 

Kaft Van Dijk, De paus van AmsterdamDe schrijver

Marc van Dijk (1979) is journalist; hij publiceert niet alleen in Trouw, maar ook in Filosofie magazine. Daarnaast is hij kunstenaar en schrijft hij liedteksten met kleinkunstenaar Thijs Maas. Eerder verscheen van hem Het achtste wereldwonder (2011), een boekje over de geschiedenis van het paleis op de Dam.

Zijn onderwerp

De paus van Amsterdam beschrijft het leven van Huub Oosterhuis, de inmiddels 80-jarige ex-jezuïet die in 1969 beroemd werd als het boegbeeld van de trouwende priesters. En die ook daarna veel van zich liet horen: als lijstduwer van de SP en als alom geprezen spreker bij de uitvaart van prins Claus. En natuurlijk als dichter en hertaler van talloze kerkelijke liederen en gezangen in het Nederlands.

Ruim dertig kritisch-loyale vrienden, ex-collega’s en familieleden heeft Van Dijk vrijuit aan de praat gekregen over coryfee en mens Oosterhuis. Van pater Van Kilsdonk tot Felix Rottenberg, van Wies Stael-Merkx tot Jan Marijnissen en van zijn kinderen Tjeerd en Trijntje tot hun moeder Josefien Melief. Uiteraard krijgt ook Oosterhuis, als initiator van het boek, zelf alle ruimte om gedetailleerd zijn verhaal te doen. Over de razzia’s, zijn aanvaringen met Rome en zijn onverdroten pogingen om een cultureel-religieus centrum in Amsterdam van de grond te krijgen.

Opvallendste passages

Het sensationeelste stuk van het boek is natuurlijk waar Oosterhuis geurt met zijn vriendschappelijke betrekkingen met het koninklijk huis, in de rel rond de kersttoespraak van koningin Beatrix in 2010. Want was die nu wel of niet gecensureerd? En hoe vaak en hoe expres is Oosterhuis een beetje dom geweest?

Minder geruchtmakend maar zeker zo interessant zijn de twee kanten van Oosterhuis’ persoonlijkheid die Van Dijk naar voren brengt. Aan de ene kant de bevlogen kerkvernieuwer en de kampioen van de rechtelozen. En aan de andere kant een ijdele vechtersbaas die het heilige gelijk aan zijn kant weet en geen tegenspraak duldt. En die als kind al met een blauwe theemuts op zijn hoofd oefende voor paus. Van Dijk laat er weinig over los, maar het moet een flinke strijd zijn geweest om het met Oosterhuis eens te worden over een definitieve, zo objectief mogelijke tekst. Dat Oosterhuis uiteindelijk alleen zijn eigen uitspraken heeft willen autoriseren, zegt genoeg.

Typische zinnen

Huub Oosterhuis over de geboorte van zoon Tjeerd in 1971: “Ik zei tegen iedereen: ‘Nu weet ik hoe het voelt om God te zijn. Ik heb een zoon gekregen in de kerstnacht.'” Maar lees ook Trijntje over haar vader: “En daar stond hij weer een uur te praten met iemand die aan de grond zat en daar ging hij alweer naar boven om zijn portemonnee te halen.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Van Dijk heeft ruim vijf jaar aan de biografie gewerkt en een zeer gedegen en compleet boek afgeleverd. Hij legt in het slothoofdstuk zelfs heel gewetensvol verantwoording af voor wat hij gelukkig allemaal heeft weggelaten. De paus van Amsterdam zal vooral aanslaan bij wie Oosterhuis en de polarisatie binnen de Rooms-Katholieke kerk indertijd van nabij heeft meegemaakt. Maar voor wie daar iets verder vanaf staat, is een turf van dik 400 pagina’s soms een zaak van stug doorploegen.

Vraagje: hoe komt het dat Oosterhuis’ secretaresse na twintig trouwe dienstjaren pas in het laatste hoofdstuk een naam blijkt te hebben?

Redenen om dit boek wel te lezen

Oosterhuis’ biografie laat mooi zien hoe een mens geschiedenis kan maken. Een patriarchale persoonlijkheid, veel bravoure en wereldomvattende religieus-politieke dromen. Plus een onstuitbare kinderwens, toevallige ontmoetingen en de juiste vrienden op de juiste plaatsen. Zodat je ’s nachts bij een fles whisky bij een minister subsidie kunt lospeuteren. Zo werkt dat dus. Dan kun je het van literair miskend dichter tot paus schoppen. Weliswaar niet in Rome, maar wel in het altijd hervormingsgezinde Amsterdam. Fascinerend.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 15 januari 2014 inlogo Trouw