“Taal kan heel verraderlijk zijn”

Interview met Paul Claes, schrijver van Gouden vertaalregels. Tips voor beginnende [en andere] vertalers. Vantilt, 192 blz., € 19,95

kaft ClaesClassicus Paul Claes (Leuven, 1943) is schrijver, gerenommeerd vertaler en was universitair vertaaldocent in Leuven, Antwerpen en Nijmegen

“Ik ben docent vertalen en in dit boek geef ik aanwijzingen hoe je zoiets moet aanpakken. Beginnende vertalers denken vaak dat vertalen heel makkelijk is, waarbij ze hun kennis van de vreemde taal en ook hun eigen taal overschatten. En, het belangrijkste, het onderscheid tussen die beide onderschatten.

De meeste mensen denken dat je je bij het vertalen een voor een de woorden overzet. Maar dat is vertalen niet: vertalen is omdenken van wat iemand in een vreemde taal gezegd heeft in de eigen taal. En daarbij kunnen heel wat transformaties optreden, vooral in de zinsbouw. U weet misschien dat in het Engels de bepaling van plaats vooraf gaat aan de bepaling van tijd; in het Nederlands is dat net andersom. Toch laten zelfs professionele vertalers die vaak op dezelfde plaats staan.

Dierengeluiden

Ook is de formulering in het Frans en ook het Engels veel abstracter dan in het Nederlands. ‘It’s my hope’ wordt ‘Dat hoop ik’. Daarnaast zijn er soms grote verschillen in het gebruik van de werkwoordtijden en leestekens en de weergave van eigennamen, geografische aanduidingen en dierengeluiden. Een Franse haan zegt ’cocorico’, een Engelse ‘cock a doodle doo’ en niet iedereen zal weten dat Ratisbonne Frans is voor Regensburg en dat een Italiaan met Monaco München bedoelt.

Merkwaardig genoeg zijn die verschillen nooit eerder systematisch behandeld. In mijn boek probeer ik een en ander voor het Frans, het Engels en het Italiaans in regels te gieten. Het geheel is het product van vijftig jaar vertalen en van de fouten die ik als docent tegenkwam en ook zelf heb moeten afleren.

Vertaals

Een goede vertaling moet lezen alsof je Nederlands leest. Ik ben een beetje freak natuurlijk en als ik in de boekhandel nieuwe vertalingen bekijk, zie ik vaak al na een zin of vijf: dit is uit het Engels of Frans vertaald, in een taal die je alleen maar in vertalingen aantreft. ‘Vertaals’ heet dat. Dan worden er bijvoorbeeld uitdrukkingen uit een vreemde taal klakkeloos overgenomen, alsof het om een bewuste stijlfiguur gaat. ‘His feet walked him down the street’ is tamelijk gewoon Engels, maar als je dat vertaalt met ‘Zijn voeten wandelden hem over straat’, wordt het onzin. Echt Nederlands wordt het pas als je zegt: ‘Zijn voeten voerden hem over straat.’

Valse vrienden

Ik noem in mijn boek ook veel ‘valse vrienden’: woorden en uitdrukkingen die op het Nederlands lijken, maar toch iets anders betekenen. Het Engelse ‘plump’ bijvoorbeeld betekent niet ‘plomp’, maar ‘mollig’. Of uit het Frans: zelfs sommige beroepsvertalers vertalen ‘sans doute’ met ‘ongetwijfeld’, terwijl het gewoon ‘misschien’ betekent. Ook weet niet iedereen dat een Italiaans ‘casino’ een bordeel is. Taal kan heel verraderlijk zijn. Mijn raad aan studenten is altijd: kijk toch nog maar eens in het woordenboek en denk niet dat je het woord echt kent.

Noodoplossing

Het probleem is dat ongeveer iedereen zijn kennis van de vreemde taal geweldig overschat en dat maakt mijn boek ook interessant voor een breder publiek. Ik ken tolken die er een plezier in vinden om alle flaters in het Engels van Europarlementariërs op te schrijven, dat is soms adembenemend. In Nederland is er een tendens om ook in het middelbaar onderwijs allerlei vakken in het Engels te geven en dat is toch maar al te vaak steenkolenengels.

Het Engels is natuurlijk de taal die de wereld beheerst en het is leuk dat je daarin met een Hongaar kunt praten, als noodoplossing. Maar het lijkt me onzin om in het middelbaar onderwijs in het Engels te laten doceren, onder het voorwendsel dat dat zo goed is voor de taalkennis van de leerlingen. Ik denk dat het veeleer slecht is voor hun taalkennis, want ze leren een heel gebrekkig Engels en hun Nederlands wordt op den duur natuurlijk ook steeds anglicistischer.”



Een geredigeerde versie van dit interview verscheen op 21 april 2018 in

logo Trouw