Taede Smedes en het raadsel van de religieuze atheïst

Recensie van Taede A. Smedes, God, iets of niets? De postseculier maatschappij tussen ‘geloof’ en ‘ongeloof’. Amsterdam University Press, Amsterdam. 312 pag. € 19,95

kaft Smedes, God iets of niets?De schrijver

Taede Smedes (1973) is godsdienstfilosoof en theoloog. Hij is vooral thuis in discussies over de verhouding tussen geloof en natuurwetenschap blijkens boeken als ‘God en de menselijke maat: Gods handelen en het natuurwetenschappelijke wereldbeeld’ (2006) en ‘God én Darwin: Geloof kan niet om evolutie heen’ (2009). ‘God, iets of niets?’, schreef hij bij het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving, dat onder leiding van Manuela Kalsky onderzoek doet naar religieuze toekomstperspectieven.

Thematiek

Na de derde editie van het tienjaarlijkse onderzoek ‘God in Nederland’ kunnen we er niet meer omheen: ons land is nauwelijks meer christelijk te noemen, nu nog maar 14% zegt in God te geloven en de rest het vaag op ‘iets hogers’ houdt (28%), het gewoon niet weet (34%) of zichzelf regelrecht atheïst noemt (24%).

Wacht ons hiermee de barbarij? Welnee, voorspelt godsdienstfilosoof Smedes. Het ‘theïstische’ geloof dat er een hogere almacht bestaat, een persoonlijke God, die de wereld heeft geschapen, die vanuit een verre hoogte alles ziet en die zo nodig wonderbaarlijk ingrijpt, is inderdaad tanende, maar verontrustend is dat niet. Integendeel: het wordt volgens Smedes zelfs hoog tijd dat we beseffen dat dit ‘theïsme’ met zijn ‘verticale transcendentie’ een product van de Verlichting is, een tijdgebonden antwoord op het toenmalige rationalisme.

‘A-theïst’ zijn betekent dus alleen maar dat je je niet kunt vinden in dit inmiddels historisch achterhaalde ‘theïsme’. Maar daarmee ben je echt niet automatisch een egoïstische nihilist of platte materialist: wij mensen willen ons immers van nature met anderen verbinden (in het Latijn: religare, vandaar: religie). De toekomst van de religie ligt dus niet meer in onmogelijke godsbewijzen, maar in de erkenning van een verlangen naar ‘horizontale transcendentie’, een mystiek gevoel van eenheid met alle leven.

Opvallendste stelling

Uit een hoge stapel recente theologische en filosofische literatuur destilleert Smedes een viertal niet-theïstische visies op religie in verhouding met haar grote concurrent, de wetenschap.

Allereerst komt het ‘nieuwe atheïsme’ van filosofen als Charles Taylor en Sam Harris aan bod, die elke vorm van transcendentie verwerpen – een opvatting die volgens Smedes overigens net zo beperkt en achterhaald is als het theïsme zelf.

Vervolgens onderscheidt hij het ‘religieuze atheïsme’ van auteurs als Ulrich Libbrecht en Cornelis Verhoeven, die zich afzetten tegen het theïstische godsbeeld, maar wel de religieuze ervaring erkennen.

Een derde categorie betreft de ‘religieuze naturalisten’ zoals Albert Einstein en Ursula Goodenough, echte natuurwetenschappers met heilige eerbied voor het mysterie van de werkelijkheid.

En tot slot heb je nog de ‘posttheïsten’, een verzameling twijfelaars voor wie elke grens tussen geloof en ongeloof vloeiend is geworden en die, zoals Joost Zwagerman en Taede Smedes zelf, vooral ‘tastend denken’.

Spannendste zin

“Je hoeft niet te geloven dat God bestaat om toch in God te kunnen geloven.”

Reden om dit boek niet te lezen

‘God, iets of niets?’ is uitdrukkelijk ook voor Trouw-lezers geschreven en Smedes belooft filosofisch en theologisch vakjargon zo veel mogelijk te vermijden of uit te leggen. Dat lukt meestal aardig, maar soms ook erg heel niet: u moet wel van een uitdaging houden.

Lastig punt is natuurlijk dat zijn definitie van ‘atheïsme’ stukken breder is dan wat we er in het dagelijkse taalgebruik onder verstaan; de term ‘religieus atheïsme’ wekt daardoor verwarring en spotlust – Trouw-lezer Anton Dingeman bijvoorbeeld raakte er onlangs alvast even knap van uit het lood. Verwante vraag: waar is zijn de gewone (on)gelovigen gebleven in deze academische exercitie?

Reden om dit boek wel te lezen

Smedes geeft een veelzijdig en actueel beeld van het ‘probleem’ van de secularisatie. Hij heeft zich uitstekend in het internationale debat verdiept en petje af voor zijn overzichtelijke analyse en gewetensvolle ordening van al die soms bijzonder abstract-diepzinnige denkers. Zijn bouwwerk zal heus niet alle gesomber over de voortschrijdende secularisatie stoppen, maar zijn romantisch-optimistische kijk erop frist de discussie wel even lekker op.


Lees ook het interview van Jolanda Breur met Taede Smedes van 20 september 2016.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 5 oktober 2016 inlogo Trouw