De oud-marinier en het wereldraadsel

Recensie van Ton de Kok, Wat is God? Filosofen en schrijvers op zoek. Thoth, Bussum, 318 blz., € 19,50.

Kaft De Kok, Wat is God?De schrijver

Ton de Kok (1942) is voorwaar geen grijze muis. Hij was marinier en ging na een studie Russisch aan het werk voor de inlichtingendienst. Vervolgens zat hij ruim tien jaar voor het CDA in de Tweede Kamer, waarna de universiteit weer lonkte en hij in 2000 promoveerde op de spirituele zoektocht van een Russische vrijmetselaar uit de 18e eeuw. Tegenwoordig is hij docent godsdienst en filosofie op een vwo.

De thematiek

Wat is God? gaat over niets minder dan het wereldraadsel. Waarom is er iets? En niet niets? En waar komt dat iets dan vandaan? Uit een oerknal? Was er een eerste oorzaak? Was dat de natuur? Een schepper? God? En bemoeit die zich er nog mee? Zullen we daar ooit via de rede achter komen? Of zal het – een frustrerend idee – wel altijd ons verstand te boven blijven gaan? En waarom worstelen ook in onze verlichte tijden zelfs de slimste filosofen, wetenschappers en schrijvers nog zo met het concept God? Is de mens inderdaad onverbeterlijk religieus?

Om wat orde is deze existentiële chaos te brengen steekt De Kok zijn licht op bij een dertigtal filosofen (annex mystici) uit de afgelopen 2500 jaar, van Thales van Milete tot en met Charles Taylor. Met tussenstops bij vele anderen uit het bekende rijtje: Plato, Lucretius (De Koks favoriet), Eckhart, Pascal, Voltaire, Kant, Nietzsche, Sartre enz. Fameuze atheïsten, maar ook twijfelaars die uiteindelijk ‘om’ gingen.

Daarnaast bespreekt hij een tiental literatoren, voornamelijk Nobelprijswinnaars, bij wie het conflict tussen God en rede centraal staat. Zoals in Thomas Manns Zauberberg, Solzjenitsyns Eerste cirkel en Hemingways Old man and the sea (de literaire lieveling van ex-marineman De Kok).

Opvallendste stelling

De Koks grote ijkpunt is echter Baruch Spinoza (1632-1677), voor wie God en natuur met elkaar samenvielen. Er was ergo geen verschil tussen de redelijke wetten van de natuur en die van God. Maar waar bleef je dan met goed en kwaad? De vrije wil? Spinoza werd indertijd (en in gelovige kringen ook nu nog, blijkt) verguisd als godsloochenaar. Als actief lid van de Amsterdamse Spinozakring is De Kok natuurlijk goed uitgerust Spinoza’s pantheïsme samen te vatten en verdedigen. Ook interessant is hoe hij het gedachtegoed van al die andere denkers langs Spinoza’s rationele lat legt.

Karakteristieke zin

“Zoals Rembrandt de krachtpatser is met penseel en verf, zo is zijn tijdgenoot Spinoza onze ‘superstar’ van het filosofisch denken. Hij is de man die de rationele mens een blauwdruk voor een stabieler en gelukkiger leven heeft geboden én een acceptabel, rationeel godsconcept.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Het spijt De Kok oprecht dat er in zijn rijtje filosofen geen enkele vrouw staat. Man en kerk hebben het vrouwelijk filosofisch denken echter al die eeuwen onderdrukt en Arendt en Nussbaum hebben zich helaas niet met het godsvraagstuk beziggehouden, verzucht hij. Maar kon hij nu werkelijk niet één moderne schrijfster vinden in wier werk dit een rol speelt? Echt nul? Waar is Undset? Sachs? Henriette Roland Holst?

Redenen om dit boek wel te lezen

Wat is God? introduceert een paar minder bekende Russische filosofen, zoals Berdjajew en Sjestov. De laatste mag zelfs als lekker dwarse ‘virtuele gastspreker’ in De Koks eindexamenklas optreden.

Sterk is ook hoe De Kok steeds in maar een paar pagina’s op vwo-niveau kan uitleggen hoe al die grote mannen zich verhielden tot de kwestie God. Als Spinozist lijkt hij er zelf niet zo van wakker te liggen, maar hij kan zich ruimhartig verplaatsen in mensen met andere meningen en ervaringen.

En dreigt al dat denkwerk soms even te abstract te worden, dan houdt leraar De Kok zijn leerlingen wel bij de les met persoonlijk enthousiasme en smeuïge bijzaken over het extreem drukke of juist saaie liefdesleven van de heren. Zo’n docent gun je elke (ex-)scholier.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen in logo Trouw