Wat hebben wij tegen traditie?

Recensie van Peter Abspoel, Zingeving in het westen. Traditie, strijdersethos en christendom. Uitgeverij Vantilt, 528 pag., € 27,50.

Kaft Abpsoel, Zingeving in het westenDertig jaar geleden begon er al wat te schuren bij antropologiestudent Peter Abspoel, toen hij onderzoek deed naar de muziek van de Dogon, een bevolkingsgroep in Mali. Vanwaar toch die enorme kloof tussen die traditionele samenleving in Afrika en onze westerse levenshouding? Waarom kreeg hij in Afrika zelden een interessant (lees: ‘rationeel’) antwoord als hij mensen vroeg naar het waarom van hun ingewikkelde rituelen en hij zich tevreden moest stellen met een antwoord als: ‘Zo doen we het gewoon’? Is dat vage eigen aan religie? Maar waarom reageren Europese christenen dan zo anders? Deze vragen leidden drie decennia later in Nijmegen tot een lijvig filosofisch proefschrift over het merkwaardig vijandige gevoel dat het woord ‘traditie’ bij de veel westerlingen oproept.

Voor een deel is dat terecht, geeft Abspoel toe. In traditionele culturen hangt het welzijn van de groep immers af van de vraag of iedereen zich wel netjes aan alle tradities en rituelen houdt; rampspoed moet binnen deze logica veroorzaakt zijn doordat iemand een regel heeft overtreden en dat wordt dus nogal eens bestreden met gruwelijke maatregelen als mensenoffers. Anderzijds: als volwassenen tradities respecteren en rituelen uitvoeren, leren ze hun kinderen dat de wereld ‘toewijdingswaardig’ is. Zonder traditie zijn zingeving en vertrouwen zelfs onmogelijk, stelt Abspoel.

Een groot deel van zijn boek wijdt Abspoel aan de geschiedenis van het westerse wantrouwen tegen traditie. Vaak denken we dat we pas sinds de Verlichting, of iets eerder, sinds de Renaissance en de Reformatie, het woord ‘traditie’ zijn gaan associëren met onvrijheid, irrationaliteit en bijgeloof. Maar het Europese anti-traditionalisme blijkt van veel ouder datum: het gaat volgens Abspoel en zijn bronnen (waaronder Nietzsche) terug op de strijdersethos van de Germaanse krijgers, die alleen de god van de oorlog als hogere macht erkenden en uitsluitend leefden voor hun passie: extatisch vechten. Steeds je leven op het spel willen zetten, niemand boven je dulden, schijt hebben aan conventie, overal recht op menen te hebben, je superieur voelen en de wereld willen veroveren en beheersen – dat was het doel van het leven.

Ook nu is dat Germaanse strijdersethos nog altijd een dominant syndroom in het westerse denken: niet alleen in de sport, film, erotiek maar ook in de wetenschap en het geloof in de vooruitgang. En dat heeft de mensheid niet altijd goed gedaan, getuige het kolonialisme, twee wereldoorlogen en de huidige leegloop van het traditionele Afrikaanse platteland.

Het is dan ook verbazend dat het christendom in de Middeleeuwen heeft kunnen aarden in Noord-Europa: erbarmen, barmhartigheid en nederigheid waren nu niet bepaald waarden die de Germaanse krijgers aanspraken. Maar het christendom appelleerde aan hun dadendrang: er konden immers nieuwe, nu christelijke rijken worden gesticht en ook in de organisatie van de kloosters kwam de militaire eis van absolute gehoorzaamheid van de lager geplaatsten goed van pas. Daarnaast sloeg het christendom aan bij de opkomende burgerij, die zich graag wilde ontworstelen aan de macht van de adel. En zo weet Abspoel de Europese geschiedenis aardig in zijn matrix te passen.

Traditie, krijgersethos en christendom. Dat zijn de drie patronen die de geschiedenis van ons continent en inmiddels de hele wereld hebben bepaald, zo probeert Abspoel aannemelijk te maken. Een onpartijdig waarnemer is hij daarbij niet. Als antropoloog en katholiek (hij werd het in 1991) doet hij hartstochtelijk zijn best om de waardevolle en spontane kanten van de traditie en een niet-intellectualistisch, katholiek christendom met elkaar te verbinden. Met als resultaat een soms wel erg eigenzinnige persoonlijke geloofsopvatting, van een vuur en betrokkenheid dat je zelden in een academisch proefschrift zult tegenkomen.

‘Zingeving in het westen’ is de flink afgeslankte (?) publiekseditie van dat proefschrift. Wablief? Publiekseditie? Wie Abspoels betoog wil kunnen volgen, moet meer dan bovengemiddeld thuis zijn in een nogal drassig filosofische en theologische vakjargon – en dat voor een auteur die ooit als uitgever begon. Het is helaas dus geen boek om u van de zomer lekker mee onder een schaduwrijke plataan te installeren. Hoewel? Als u zich mee laat drijven op Abspoels woordenstroom, zult u toch geregeld op een zin stuiten die uw misschien nu nog ingedutte verlangen naar iets heiligs in deze wereld opeens verrassend wakker schudt.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 4 juni 2016 inlogo Trouw