Kaalslag als kans

Recensie van Werner Pieterse, Wat blijft. God na de kaalslag (2014). Utrecht: Kok, 188 blz.

 

Kaft Pieterse, Wat blijftDe schrijver

Zeeuw Werner Pieterse (1970) studeerde theologie in Utrecht, liep stage in Bulgarije en studeerde af op hoe Afrikaanse theologes aankijken tegen hiv en aids. Van 2002 tot 2006 was hij voor Kerk in Actie docent aan een presbyteriaans seminarie in Kumba, in Kameroen. Terug in Nederland aanvaardde hij een beroep in Heinkenszand (Zuid-Beveland) en sinds vorig jaar december is hij predikant bij de Protestantse Wijkgemeente Amstelveen-Zuid.

De thematiek

De kerk sterft, stelt Werner Pieterse. Althans in onze noordelijke streken, als je de veilige enclaves van strenge orthodoxie en blij halleluja-gezang niet meetelt. God lijkt ons te hebben verlaten; dit keer niet door geweld van buitenaf, maar doordat we mondig en onverschillig zijn geworden.

Maar predikant Pieterse weigert zich erbij neer te leggen dat de Bijbelse verhalen en woorden als schepping, opstanding en eeuwigheid wegkwijnen. In ‘Wat blijft’ doet hij daarom een (laatste?) poging om te bewijzen dat er nog heel wat modern leven in al die oude teksten zit. Dat doet hij aan de hand van de apostolische geloofsbelijdenis, in een lappendeken van overpeinzingen, associaties en persoonlijke anekdotes rond de kernwoorden ‘Ik’, ‘God’, ‘Jezus’ en ‘Geest’.

Zo hink-stap-springt hij van Afrikaanse naar Zeeuwse begrafenissen, van Tarkovsky’s Roebljov-film naar Gerard Reve, van Roemeense dictators naar Makkabeeërs, van Mozes naar Jezus en weer terug. Beschouwingen over Bijbelse tuinen worden afgewisseld door gruwelijke getuigenissen uit het Rwanda-tribunaal.

Ook trekt hij vlot conclusies uit soms nogal gammele grammaticale observaties, bijvoorbeeld dat het vast geen toeval is dat het onderwerp in alle koloniale talen los van het werkwoord staat. Maar ach, niet iedereen kent Spaans en een schrijver die geregeld toegeeft dat zijn verbanden soms wel erg ver gezocht zijn, vergeef je veel – zeker als hij zijn fantasie ook aanwendt om zich te verplaatsen in ‘de dichter’ van Genesis.

Opvallendste stelling

Pieterse doet niet aan gejeremieer over de ontkerkelijking en de sociologische of morele oorzaken ervan. Inderdaad, de boel staat op instorten, maar je kunt die kaalslag ook zien als een historische kans. Gaf de vernietiging van de eerste tempel en de Babylonische ballingschap immers niet de aanzet  tot Thora en Bijbel? Wees Karl Barth er in 1945 niet op dat de theologie elke dag bij het (woeste en ledige) begin moet beginnen? Zo bezien blijkt zelfs nihilist Nietzsche veel inspirerende uitspraken te hebben gedaan.

Karakteristieke zin

“Geloof is je toevertrouwen aan het aloude gedicht, dat in eindeloze variaties zingt van toekomst voor bij de dood.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Wie niet tegen bloed kan, moet ‘Wat blijft’ niet lezen. Pieterse is zeer begaan met het wrede lot van de rechtelozen: massamoord, verkrachting, slavernij, kindersterfte, illegale abortussen; alles komt langs.

Verder heeft hij ervoor gekozen om niet altijd meteen te onthullen wie hij citeert. Het voordeel is dat je niet al ogenblikkelijk een half oordeel klaar hebt bij een tekstfragment van Kuitert, David of Sloterdijk. Maar het wordt al gauw een quasi-intellectueel spelletje verstoppertje spelen met hints, waarin die wandelende domineeszoon in het hooggebergte natuurlijk Nietzsche is. Kiekeboe!

Redenen om dit boek wel te lezen

‘Wat blijft’ vertelt een tijdloos verhaal. Het laat zien dat sommige gebeurtenissen van altijd en overal zijn, vooral als ze over lijdende mensen en volkeren gaan. Er is geen wezenlijk verschil, zo betoogt Pieterse, tussen al die kleine en grote menselijke drama’s uit de Bijbel en wat we nu zien op journaal, straat of in onze eigen familie. En inderdaad schakel je, dankzij Pieterses hedendaagse woordkeus, moeiteloos heen en weer tussen toen en nu, tussen daar en hier.

Met de suggestie dat er dus nog steeds een voedingsbodem is voor de Nieuw-Testamentische oplossing voor al die ellende in de wereld. Of het christendom zo uit zijn as zal herrijzen, is voorlopig nog een vraag. Maar aan de grenzeloze inzet en wereldwijde blik van Pieterse zal het niet liggen.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen inlogo Trouw