De spullen voorbij

Mijn vriendin Sofie is de nachtmerrie van de commercie en daar is ze trots op. Voor haar geen nieuwe snufjes, gratis (?) geschenken, laatste mode en echte merken. Als zij het voor het zeggen had, liepen we hier allemaal in Mao-pakjes: functioneel, warm en degelijk. Maar dan wel lekker zacht van stof, blijvend helder van kleur en goed van snit. De catalogus van Bijenkorf en Bever werpt ze vol afschuw, als ware het porno, zo snel mogelijk bij het oud papier: dan heeft in elk geval Het Milieu er nog iets aan.

De economische crisis blijkt haar element te zijn. Bezuinigen was voor haar altijd al een topsport, waarin ze steeds persoonlijke records wist te verbeteren. Het doet haar deugd dat haar kennis hiervan tegenwoordig wél welkom is bij haar minder getrainde medemens.

Voor haar geen evenementen. Hoeveel bewondering ze ook mag hebben voor een taaie tante als Tina Turner, ze zal geen kaartje kopen. Het zijn haar te veel decibellen. Voor snelheid houdt ze evenmin: ze loopt of fietst en een auto wíl ze niet. Ze droomt van een wereld zonder motors en motoren – al geeft ze toe dat ze haar (af)wasmachine voorlopig nog niet zal afschaffen en dat ze internet een zegen vindt. Maar ze zal nooit te vinden zijn op het circuit van Zandvoort en zelfs de Vierdaagse in Nijmegen is ze gaan mijden, omdat daar veel te veel mensen nog steeds veel te veel haast hebben. Laat haar maar lekker op een doordeweekse dag door de bossen struinen of op een vervallen tennisbaan rustige rally’s spelen waarbij twee keer stuiten mag. Of een weekje in een klooster gangen dweilen.

Ze is gek op lezen en heeft een mooi wandje boeken, die ze geregeld herleest. Tegenwoordig leent ze verder uit de dorpsbibliotheek – goedkoop; bovendien: haar kast is vol. Dan maar niet de nieuwste van; ze wacht rustig tot de storm rond dat nu zo veel besproken boek is gaan liggen. Alles op z’n tijd. En anders maar niet.

Soms maakt ze zelf lawaai. Ze speelt graag piano, zonder dat haar buren dat hoeven te horen; daar heeft ze haar huis op uitgezocht. Ze heeft planken vol nog oningestudeerde bladmuziek geërfd van haar oma en haar vader. Van deze heilzame hobby zal dus geen verkoper meer rijker worden – tenzij misschien in muzikaal opzicht, als zéér welwillend amateur-luisteraar.

Maar hoe teruggetrokken ze ook leeft: voor een partijtje volleybal kan iedereen haar bellen. En verder zal ze nooit, nooit bezuinigen op (kleine) cadeautjes voor haar vaak exotische vrienden en bekenden. Wie zich iets laat ontglippen over z’n muzieksmaak, maakt grote kans op een versgebrand cd’tje uit haar (inmiddels voltooid verklaarde) muziekverzameling. Wat overigens al tot een paar bijzondere vakanties heeft geleid.

Nee, met haar zal Wouter Bos de consumptie-economie niet weer op gang krijgen.