Moord in het Waddenparadijs

In Waddenthrillers staan personages doodsangsten uit op zee of op een eiland. Onderaan de vuurtoren ligt een lijk, een meeuw pikt een oog uit… Wat maakt het genre zo populair?


Wie Waddenthriller zegt, zegt Mathijs Deen, zeker nu het laatste, verlossende deel van zijn Liewe Cupido-reeks is verschenen. En terecht. Maar hij is bepaald niet de enige en eerste die de Waddenzee als decor koos voor een spannend verhaal over laaghartige moorden, tragische ongelukken, raadselachtige verdwijningen of kantje-boord-ontsnappingen.

Een uurtje rondstruinen op internet levert al gauw tientallen leverbare thrillers op die zich afspelen op het Wad. Wat maakt dit schitterende natuurgebied toch tot zo’n geliefde omgeving voor de griezelige, vaak bloederige fantasieën van zoveel schrijvers? En waarom worden deze regioromans kennelijk zo gretig gelezen?

Vraag vooraf: waarom wil een mens überhaupt lezen over een lijk waarvan een meeuw een oog uitpikt? Is dat om vanaf een veilig afstandje mee te lijden met de rampspoed van een (verzonnen) medeschepsel? En zo, volgens Aristoteles, tot emotionele zuivering (katharsis) te komen?

Of is het, positie Plato, platte sensatiezucht van badgasten die zich tijdens een prikkelarme vakantie na een dag al beginnen te vervelen? Op de plek waar ze uitgerekend voor de vredige stilte heen waren gegaan?

Moord bij de vuurtoren

Hoe het ook zij: het is gewoon leuk om een verhaal te lezen dat zich afspeelt om de herkenbare, lokaal gekleurde hoek. U kijkt vast met meer aandacht naar de vuurtoren als u net gelezen heeft dat daar iemand vanaf geduwd is. Of u besluit met uw geliefde een romantische wandeling te maken naar dat Vlielandse bankje, waar de zwijgzame Liewe eindelijk begon te praten.

Literaire spanning, ook als er geen doden dreigen te vallen, berust veelal op contrasten. Waddenthrillers danken hun succes vermoedelijk vooral aan het feit dat dit Unesco Werelderfgoed voor talloze Nederlandse (en Duitse) vakantiegangers staat voor het nabije paradijs.

Maar ja, dan blijken er voor de duur van de roman onder het zand of water onverwacht veel oud zeer, bedrog, (seksueel) geweld, waanzin, isolement en dood begraven te liggen. En wat te doen als iemand niet kan vluchten omdat de laatste boot al weg is? Het zeiljachtje bij eb vastloopt op het Wad? Het tijdens de Wadwandeling te snel vloed wordt?

Verder speelt menig auteur graag met de tegenstelling tussen een hechte (benauwende?) gemeenschap van geboren, zwijgzame en eigenzinnige eilanders versus (te) nieuwsgierige toeristen en andere vastelanders. De grenzen tussen land en zee of Nederlanders, Duitsers en Denen zijn daarentegen vaak juist opvallend vloeibaar.

Dus wat er is, buiten de boeken van Deen, nog meer te beleven in dit genre? Een selectie.

Gewurgde kat

Deen mag nu dan de onbetwiste meester van de Waddenthriller zijn, de eerste klassieker is De schimmelruiter, een spookverhaal uit 1888 van de Duitse schrijver-advocaat Theodor Storm. Hij vertelt daarin de nog altijd vlot leesbare en psychologisch geloofwaardige legende van het gezin van Hauke Haien, die rond 1750 als verlichte dijkgraaf een stuk buitendijks land op het Noord-Friese wad van Sleeswijk-Holstein laat indammen. Waarbij hij zich uiteindelijk niet alleen verkijkt op de vernietigende natuurkrachten van de zee bij storm, maar ook en vooral op de tegenwerking die zijn geldingsdrang oproept bij de bijgelovige bevolking.

Een gewurgde kat, een duivels paard, een wraakzuchtige rivaal, een hetzende Hollandse predikant: de dreiging druipt er nog altijd vanaf. En zoals het een ware klassieker betaamt: De schimmelruiter inspireert ook nu nog. Zoals tot het Friesepaardenspektakel De stormruiter, toen Leeuwarden in 2018 culturele hoofdstad was. In Duitsland werd Storms novelle onlangs zelfs bewerkt tot een musical over klimaatverandering en kustbescherming.

Engelse spionnen

Een volgend kanon van het genre is Het raadsel van de wadden uit 1903, een van de eerste spionageromans ooit, van de Engels-Ierse avonturier Erskine Childers. In deze ode aan het peillood maken twee Engelse voormalige studiegenoten een zeiltocht in een gammel bootje op het Oost-Friese Wad. Daar ontdekken ze dat het Duitse keizerrijk in het diepste geniep bouwt aan een oorlogsvloot om Groot-Brittannië mee aan te vallen. Lukt het de amateurspionnen met hun jeugdige bravoure en gespeelde naïviteit de Duitse marine te misleiden? Zonder alle technische snufjes die hun beroemde opvolger 007 later op zak had? Terwijl er ook nog een sinistere verrader op hun verdrinkingsdood uit is? En wat weet diens aantrekkelijke, zeillustige dochter van papa’s duistere plannen?

Het blijkt een dikke eeuw na dato nog steeds een boek om achterelkaar uit te lezen, ook voor wie weinig met schepen heeft. Want de grootste charme van dit zeilavontuur is Childers’ diepe liefde voor de sublieme pracht van de gevaarlijke Waddenzee, met haar wandelende zanden, geulen en kleuren, winden en mist, getijdenstromingen, gaten en balgen.

#MeToo in de duinen

Ook recentelijk wordt er heel wat afgeschreven, nu tevens door vrouwelijke auteurs, over de doodsangsten die een romanfiguur op het Wad te doorstaan kan hebben.

Zo is in De vondeling (2024) van Anita Terpstra een vrouw haar geheugen kwijt, terwijl haar moeder (?) haar gevangen houdt en haar vreemde injecties toedient. Daar blijkt een twintig jaar oud, nog steeds levensbedreigend #MeToo-drama achter te steken, rond een vondeling in de duinen van een eiland dat verdacht veel op Vlieland lijkt.

Maar wie is wat precies van elkaar? En klopt de volgorde van de gebeurtenissen wel met hoe het verhaal verteld wordt? De vondeling komt traag op gang, maar daarna stuurt Terpstra haar lezers een paar keer vakkundig de bosjes in. Met op de laatste pagina’s een verrassende ontknoping als afscheidscadeautje.

Ook bij romantische bestsellerauteurs als Suzanne Vermeer (Festival, 2025) en Linda van Rijn (Terschelling, 2024) krijgen de hedendaagse heldinnen te maken met geweld, ondergeschoven kinderen en foute (aanstaande) exen. Lekkere lectuur voor op het strand, maar een beetje ervaren detectivelezer heeft de ware snoodaard al snel in de smiezen. En los van de verplichte zeehond kon het verhaal zich soms net zo goed op Ibiza of Tenerife afspelen.

 

 

Schiermonnikoog relatief veilig

Dat laatste geldt niet voor Ontmaskerd (2024) van Bernice Berkleef, die het Amelandse Sunneklaasfeest, landelijk bekend door PowNed, heftig uit de hand laat lopen. Relatief veilig voor romanpersonages is het trouwens op Schiermonnikoog: het wraaklustige Oog om oog van Peter Römer & Annet Hock stamt alweer uit 2019.

Oosterburen

Tot slot, zoals Mathijs Deen al meteen duidelijk maakte: het Wad houdt in het oosten niet op bij Rottumeroog. Zijn thrillers zijn dan ook in het Duits vertaald, net als bijvoorbeeld Linda van Rijns ‘Urlaubskrimi’ Strandslag Texel (Ferien auf Texel, 2021), waarin ook een Duits echtpaar figureert.

Bij onze oosterburen heeft al een flinke reeks auteurs zich op het genre gestort, zoals Klaus-Peter Wolf met zijn nu al meer dan twintig thrillers rond hoofdcommissaris Ann Kathrin Klaasen. Daaronder het in het Nederlands vertaalde Doodse stilte op het wad (2018), een droogkomisch dagboek van een bizar belezen huisarts annex seriemoordenaar uit het Oost-Friese kustplaatsje Norddeich.

 

 

 

Helaas nog niet vertaald, maar in niet al te moeilijk Duits, zijn de historische Nordsee-krimi’s van Tilman Spreckelsen, rond niemand minder dan de auteur van De schimmelruiter zelf, Theodor Storm. Die lost daarin rond 1845 vanuit het Noord-Duitse havenstadje Husum een aantal ingewikkelde moordzaken op. En zo is de Waddencirkel weer rond.


EEN GEREDIGEERDE VERSIE VAN DEZE BESPREKING VERSCHEEN OP 25 APRIL 2026 IN

logo Trouw