Recensie van Ana Garriga en Carmen Urbita, Kloosterwijsheden. Een niet bepaald heilig zelfhulpboek. Uit het Engels vertaald door Annemie de Vries. Balans, 335 blz.
Vier sterren
De schrijfsters
Ana Garriga (1989) en Carmen Urbita (idem) kennen elkaar van een promotietraject aan de prestigieuze Amerikaanse Brown-universiteit. Garriga was eerder in Madrid gepromoveerd op de brieven van Teresa van Ávila (1515-1582), de fameuze stichtster van de orde der ongeschoeide karmelieten. Urbita had in Oxford al onderzoek gedaan naar Jeanne des Anges (1602-1665), de moeder-overste van het ursulinenklooster in Loudun, toen daar een epidemie van duivelse bezetenheid uitbrak. Inmiddels zijn ze bff (best friends forever; vriendinnen voor het leven). Met hun proefschriften wilde het lang minder vlotten; wel hebben ze sinds 2020 veel succes met de meer dan zeventig afleveringen van een vrolijke Spaanstalige podcast over de bling bling van de zes- en zeventiende eeuw.
De thematiek
Het was me hier boven de rivieren nog ontgaan, maar nonnen zijn hot. Op internet schijnt het zelfs te wemelen van de geinige nonnenfilmpjes. Want welke halfopgebrande twintiger, eenzaam ver van huis, droomt in onze veeleisende tijden niet zo af en toe van een eenvoudig en rustig bestaan in een hechte vriendengemeenschap? En wat betreft die strenge kloostergeloftes van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid: is een ambitieuze promovendus of zzp’er daar tegenwoordig in de praktijk toch al niet toe veroordeeld?
Daarbij: er is ongelooflijk veel interessants en leerzaams te vertellen over het leven van menig non ten tijde van de contrareformatie. Hoe zat het bijvoorbeeld met de ingewikkelde vriendschap tussen de charismatische, maar bazige Teresa van Ávila en haar drieëndertig jaar jongere vertrouwelinge María de San José? Hoe reageerde de Mexicaanse Sor Juana Inés de la Cruz (1648-1695) op de vernederende berispingen van haar bemoeizieke baas, de bisschop van Puebla?
Ook heel informatief: het dieet van onthoofde muizen, kakkerlakken en bloedzuigers waarmee de Italiaanse Veronica Giuliana (1660-1727) net zo heilig hoopte te worden als de it-girl van haar tijd, Catharina van Siena (1347-1380). Al moest je als non ook weer al te beroemd worden met fanatiek vasten, leviteren, onstuitbare tranenstromen en het verrichten van wonderen, wilde je de heren van de Inquisitie niet op je dak krijgen, zo ontdekte de Spaanse Luisa de Ascensión in 1635. En hoe zat het achter de kloostermuren met de lesbische liefde, waarover Paul Verhoeven een paar jaar terug met ‘Bernadetta’ nog een gluurderige film maakte?
Opvallendste stelling
Een belangrijke charme van dit boek zit in de connecties die Garriga en Urbita steeds onbekommerd met het heden leggen. Zo vestigde Juana de la Cruz (1481-1534) met de kralen van haar rozenkrans ‘een merchandise-imperium waar zelfs Taylor Swift jaloers op zou zijn’. Ook kun je het wonderbaarlijke vermogen van een aantal zestiende-eeuwse nonnen om op twee plaatsen tegelijk te zijn, zien als de toenmalige versie van wat tegenwoordig fomo (Fear Of Missing Out) heet. En zijn de nieuwste dieetrages nu echt zoveel anders dan de ‘heilige anorexia’ van toen?
De conclusie: raadpleeg voor de beste zelfhulptips op het gebied van lastige zaken als vriendschap, werk, geld, liefde, ouderdom en roem bij voorkeur een zestiende-eeuwse non. Want die had daar ervaring mee en wist hoe je ermee om moet gaan.
Centrale zin
‘[…] dit is een boek over kloosters, kaarslicht, ascese en stille gebeden, maar het is ook een boek over vriendschap, geld, fomo, liefde, lesbisch-zijn, uitstelgedrag, het impostor-syndroom, werk, roem en popcultuur.’
Redenen om dit boek niet te lezen
Wellicht mijn gebrekkige katholieke scholing, maar het is knap lastig om al die Maria’s, Juana’s en Luisa’s uit elkaar te houden. En oké, Prediker meldde al dat er niets nieuws onder de zon is, maar waren de nonnen van toen nou echt zoveel wijzer dan wij vrouwen van nu?
Redenen om dit boek wel te lezen
Maar laat ik niet te serieus worden. ‘Kloosterwijsheden’ is vooral een enorm grappig, lekker overdreven en sprankelend boek van twee slimme en levenslustige jonge vrouwen die smakelijk kunnen vertellen over een ogenschijnlijk oersaai en onsexy onderwerp: nonnen. Zelfspot, ironie, maar met respect: van een retraite op de bank in dit ‘draagbare klooster’ zal niemand spijt krijgen.