Heidens mooie verhalen

Recensie van Miranda Aldhouse-Green, De Keltische mythen. Goden en legenden van het oude Ierland en Wales. Athenaeum, Amsterdam, 216 pag., € 22,50.

kaft Aldhouse-Green, Keltische mythenDe schrijfster

Archeologe Miranda Aldhouse-Green (1947) is emeritus hoogleraar aan de universiteit van Cardiff in Wales. Haar specialisme is de nog letterloze ijzertijd (van pakweg 800 voor Christus tot de komst van de Romeinen) en de Romaans-Keltische en -Gallische iconografie. Ook is ze goed thuis in de sjamanistische offerrituelen uit die tijd; één van haar boeken hierover werd in 1998 vertaald als ‘Ontdek de wereld van de druïden’. Verder schreef ze over veenlijken en de legendarische Britse koningin Boudica, die in het jaar 61 in opstand kwam tegen de Romeinen.

De thematiek

In ‘De Keltische mythen’ geeft Green een bevlogen inleiding in de geloofsvoorstellingen van de Kelten: de goden, het leven na de dood, de feesten en rituelen. Het blijkt nog een hele klus te zijn om hier een wetenschappelijk betrouwbaar beeld van te reconstrueren. De oude Kelten kenden namelijk geen schrift en ook na de komst van de (geletterde) Romeinen weigerden de druïden koppig hun kennis op schrift te stellen. Ze wilden hun leer namelijk ontoegankelijk houden voor gewone mensen, zo noteerde Julius Caesar althans in zijn ‘De bello Gallico’. Opgeschreven zijn de Keltische mythen pas eeuwen later; voor informatie uit de IJzertijd zelf zijn we aangewezen op archeologische vondsten, als rotstekeningen, beeldjes en religieuze voorwerpen.

Ze zijn vaak verbijsterend mooi, zoals de zogenaamde Gundestrup-ketel, die een kosmologische geschiedenis lijkt te verbeelden. Uit die diverse bronnen nu destilleert Green de belangrijkste mythen van Ierland en Wales. Daarin wemelt het van de goden en godinnen, helden en koninginnen, voorspellingen en vloeken, sjamanistische gedaanteveranderingen, toverketels, heksen met baarden en maagden die de kost verdienen als koninklijk voetenbankje. Lieve sprookjes zijn het niet: ook de wrede mensenoffers komen gedetailleerd aan de orde – naar het waarom daarvan blijft het nog altijd gissen.

Opvallendste stelling

Paradoxaal genoeg zijn al deze heidense verhalen bewaard gebleven, omdat christelijke monniken ze in de vroege middeleeuwen hebben opgeschreven. Ze gaven daar, vermoedt Green, overigens een stevig christelijke draai aan. Ze verdenkt de Ierse schrijvers er zelfs van dat ze de heidense heldinnen bij wijze van antipropaganda opzettelijk hebben afgeschilderd als overspelige en onverzadigbare schepsels. Of waren de oude Kelten gewoon niet zo preuts? Sympathie voor de christelijke, indertijd ‘uitheemse’ ethiek toont Green overigens nergens; zelfs wetenschappelijke neutraliteit is hier kennelijk al te veel gevraagd.

Typerende zin

‘Op middeleeuwse afbeeldingen uit Europa heeft [de Duivel] hoorns en doet hij ook vaak denken aan veel oudere afbeeldingen van de Keltische god Cernunnos met zijn gewei. Van zichzelf had Cernunnos geen duistere kant, maar zijn half menselijke, half dierlijke karakter sloot wel goed aan bij christelijke noties over heidense beestachtigheid en chaos.‘

Redenen om dit boek niet te lezen

Green weet veel, soms zelfs te veel. Maar of ze nu echt veel nieuws vertelt? Zelf herhaalt ze sommige weetjes alvast ergerlijk vaak. Daarnaast: de vele zinnen met ‘dat doet denken aan’ erin, bewijzen natuurlijk helemaal niets, hoe aantrekkelijk en creatief het gelegde verband ook mag klinken. Jammer is verder dat ze niets zegt over de hedendaagse neodruïden, die immers graag teruggrijpen op Keltische rituelen en toch een interessant deel van haar lezerspubliek zullen vormen.

Redenen om dit boek wel te lezen

Met ‘De Keltische mythen’ heeft u een redelijk gedegen, intelligent en prettig leesbaar overzicht van een heerlijk mysterieus stuk van de West-Europese religie- en literatuurgeschiedenis in handen. De archeologische illustraties zijn prima, al bestaan er natuurlijk al heel wat andere, schitterende fotoboeken over dit onderwerp. Ook zult u veel plezier beleven aan Greens boek als u van Tolkien, Harry Potter of Asterix houdt. Van O.B. Bommel, koning Arthur of Shakespeare. Van Yeats, Joyce of Adriaan Roland Holst. Of, nog altijd de beste reden, als u wilt lezen over de bovennatuurlijke avonturen van de Ulster held Cú Chulainn, de Welshe paardenvrouw Rhiannon of de wellustige koningin Medbh. Heidens mooie verhalen.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen in

logo Trouw