Jezus was non-binair

Recensie van Peter-Ben Smit, Mannen in Marcus. Gender in de oudste biografie van Jezus. VU University Press, 184 blz.

4 sterren


De schrijver

De driewerf gepromoveerde theoloog Peter-Ben Smit (1979) is hoogleraar aan de VU, het Oud-Katholieke seminarie in Utrecht en de universiteit van Bern. Daarnaast is hij actief als deken en hulppastor in de Oud-Katholieke kerk. Een paar jaar terug mengde hij zich in Trouw in de uit Zweden overgewaaide discussie of we voortaan naar Jezus moesten verwijzen met geslachtsneutrale woorden als ‘die’ en ‘hen’, in plaats ‘hij’ of ‘hem’. Hij verzette zich toen, tot ergernis van Ephimenco, tegen idee dat Jezus ‘gewoon mannelijk’ was. Lees verder

En dan nu het verhaal van de Griekse vrouwen

Recensie van Natalie Haynes, De kruik van Pandora. Vrouwen in Griekse mythen. Uit het Engels vertaald door Henny Corver en Frits van der Waa. Meulenhoff, 376 blz.


Het klassieke Griekenland mag dan de bakermat van de democratie zijn: voor vrouwen (en slaven) waren het barre tijden. Fatsoenlijk vrouwen hoorden binnen te blijven, onzichtbaar voor het oog van vreemde mannen, want stel je voor dat ze zwanger zouden raken van een ander. Toch spelen ze als godinnen een vaak bijzonder actieve rol in de mythologie: zonder Athenes hulp was Odysseus nooit thuisgekomen en tegen de macht van liefdesgodin Afrodite was zelfs oppergod Zeus niet opgewassen. Ook in het klassieke theater kwamen heel wat vrouwen voor, zij het dat hun rollen toen vertolkt werden door mannen en de tribune verboden gebied was voor wat Hesiodos het ‘dodelijke ras der vrouwen’ noemde. Lees verder

De Verheven Diepzinnigheid van het taoïsme

Recensie van Kristofer Schipper, Tao. De levende religie van China. Vertaald door Kristofer en Wendela Schipper. 29ste druk. Meulenhoff, 318 blz.

Drie sterren


De schrijver

Kristofer Schipper (1934-2021), in China bekend als Shi Zhouren, was een zeer productieve Frans-Nederlandse sinoloog. In 1968 werd hij als eerste westerling ingewijd als tao-meester; ook was hij hoogleraar in Parijs, Leiden en uiteindelijk het Chinese Fuzhou. Zijn academisch gelauwerde ‘Le corps taoïste’ verscheen in 1982; het kwam zes jaar later voor het eerst uit in het Nederlands, in een vertaling van hemzelf en zijn vrouw Wendela; de tekeningen erin zijn van dochter Johanna. In 2004 ontving hij voor zijn verspreiding van de Chinese cultuur buiten China de Vriendschapsprijs, de hoogst mogelijke onderscheiding voor een buitenlander in de Volksrepubliek. Bijzonderheidje: hij liep als fakkeldrager mee bij de opening van de niet onomstreden Olympische Zomerspelen in Peking in 2008. Lees verder

De onaardse stem van Kinga Bán

Recensie van Johan Bakker, Kinga Bán. Een leven. Ark Media, 240 blz.

Vier sterren


De schrijver

Johan Bakker was ooit kelner en conciërge, maar is nu bovenal schrijver en muziekliefhebber. In 2012 won hij een Britse publieksprijs met een biografie van Eva Cassidy, de Amerikaanse zangeres die pas na haar vroege dood – ze overleed in 1996 op haar drieëndertigste aan huidkanker – doorbrak met haar eigenzinnige en loepzuivere versies van ‘Over the Rainbow’ en ‘Fields of Gould’.

De thematiek

En nu dus een biografie van de Nederlandse zangeres Kinga Bán (1981-2019). Ik beken: ik kende haar niet, maar in orthodox-christelijke kring droegen velen haar op handen. Terwijl men daar toch wars is van persoonsverheerlijking; zelfs haar moeder vond het maar zozo dat Bán zich in 2016 liet nomineren voor de Zilveren Duif, een jaarlijkse prijs voor christelijke muziek (en ja, tromgeroffel, ze won hem). Lees verder

Van het kastje naar de wankele muur

Recensie van Ineke Noordhoff, Ontaard land. De strijd van een Groninger tegen de gasregenten. Atlas Contact, 302 blz.


Op een middag in maart 1976 bevond mijn moeder zich in het kleinste kamertje van de doopsgezinde pastorie in Sappemeer. Plotseling klonk er plotseling een doffe onderaardse knal en begon het veen te trillen. Het water in de toiletpot golfde omhoog en in de gang viel kalk van de muur. De volgende dag stond in de krant dat er waarschijnlijk ergens boven Groningen een straaljager door de geluidsbarrière gegaan was. Dat van die geluidsbarrière geloofde mijn moeder graag. Maar de oorzaak zat naar haar indruk niet hoog in de lucht, maar diep onder de grond. Alleen: wie geloofde er toen een nuchtere Sappemeerster domineesvrouw? Lees verder

Een vrije jeugd in Veenhuizen

Recensie van Mariët Meester, Koloniekind. Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen. Arbeiderspers, 287 blz.


Veenhuizen. Dan denk je al gauw aan Suzanna Jansens bestseller en theatervoorstelling ‘Het pauperparadijs’, over hoe haar arme voorouders ooit in een goedbedoeld, maar jammerlijk mislukt experiment in de gezonde buitenlucht opgevoed moesten worden tot nuttige burgers. Aan ‘het gesticht’, waar later ook bedelaars en landlopers werden ondergebracht – sommigen gooiden, zo gaat het verhaal, zelfs expres een steen door de ruit van een politiebureau om maar gauw terug te mogen naar de ‘verpleging’ in deze kolonie in de kop van Drenthe. Heel anders lag dat toen Veenhuizen na de oorlog een Penitentiaire Inrichting voor langgestraften werd: vooral de strafcellen in het gebouw De Rode Pannen (nu museum) werden gevreesd door gevangenen in het ganse land. Bij een boek met de titel ‘Koloniekind’ zet je je dus al schrap voor een grote dosis ellende en schaamte over dat we daar toen van weg hebben gekeken. Lees verder

Waar zijn de tanden van Mohammed gebleven?

Recensie van Robbert van Lanschot, De tand van de Profeet. Verhalen uit het islamitische labyrint. Balans, 372 blz.

Drie sterren


De schrijver

Robbert van Lanschot (1949) was diplomaat in onder meer Eritrea, Bosnië en Irak; tegenwoordig is hij schrijver en journalist, gespecialiseerd in het Midden-Oosten. In 2010 verkende hij in ‘Café Mogadishu’ het islamitische leven in Nederland, inclusief de verontrustende kanten daaraan. Ook was hij medeproducent van de documentaire ‘Afrikaanse bruid’ (2019), over een gepensioneerde Belgische sekstoerist in Kenia. Lees verder

Een googelaar vindt altijd wat

Recensie van Florette Dijkstra, Verdwenen levens. Op zoek naar een alpinist, een geniaal gen, een partizane en een stel voortvluchtigen. Querido, 261 blz.


En toen moesten we in maart 2020 opeens binnen blijven, met de verhalenbundel ‘Verdwenen levens’ als gevolg. Want daardoor had beeldend kunstenaar en schrijver Florette Dijkstra (1963) eindelijk de tijd om op internet onderzoek te doen naar het verschijnsel colofon, die pagina in elk boek met dat saaie rijtje technische gegevens. Blijkt dat woord te komen van een stad in Griekenland (nu Turkije), waar de dichter Antimachus als eerste ter wereld de liefde voor een vrouw bezong. Althans volgens een postuum verschenen boek uit 1896 van ene Edward Benecke, kleinzoon van de componist Felix Mendelssohn. Edward verdween met zijn vaste klimmaat op 16 juli 1895 spoorloos in de Zwitserse Alpen, met een aanzienlijke geldsom op zak. Lees verder

Elk leesteken z’n vermakelijke geschiedenis

Recensie van Miet Ooms, Tot in de puntjes … Praktische leestekengids. Stercke & De Vreese, 215 blz.


Leestekens! Brr… De d’s en t’s zijn voor veel mensen al lastig, maar leestekens?! Want moet er nu wel of geen komma voor bijzinnen, die met die of dat beginnen? Zo’n hoog, ‘vliegend’ kommaatje (of is het ‘komma’tje?) in bureau’s? In Annes dagboek? En waarom heet zo’n apostrof soms ook weglatings-, koppel- of half aanhalingsteken? Zoals in ’s morgens, 65+’er en ze zei: ‘Ik snap er niets meer van.’? Mag die laatste punt daar trouwens wel staan? En moet die dan voor of na dat aanhalingsteken? En hoe zat het maar weer met een hoofdletter voor de dubbele punt? En mag daar inderdaad nooit een spatie voor? Terwijl dat in het Frans verplicht is? Je zou bijna gaan denken dat leestekens vooral geschikt zijn voor het kuisere vloekwerk: %#?@!&*! f*ck! Lees verder

En toch wist die familie te overleven

Recensie van Anita Terpstra, Al mijn moeders. Een familiegeschiedenis van analfabeten, armen en arbeiders. Thomas Rap, 224 blz.


Stamboomonderzoek, je wortels vinden, jezelf kunnen herkennen in je voorgeslacht – de mensheid is er voorlopig nog niet over uitgeschreven. Journaliste en thrillerauteur Anita Terpstra (1974) schreef een paar jaar terug al ‘Het huis vol’, over de onvoorstelbaar grote gezinnen waarin haar ouders in de Friese Wouden waren opgegroeid (van zeven tot zelfs veertien kinderen) en de armoede die daarmee gepaard ging, ook in emotioneel opzicht. Voor haar nieuwe boek, ‘Al mijn moeders’, duikt ze nog dieper het verleden in en volgt ze het spoor zeven generaties terug, tot halverwege de achttiende eeuw. Hoe zag het leven van dan met name al haar (bet/over/groot)moeders eruit, die kinderen kregen met een Evert, Johannes of Hendrik Borger? Lees verder