Hoe gaan we Parijs verwerken?

Recensie van Hans Boutellier, Het seculiere experiment. Hoe we van God los gingen samenleven. Amsterdam: Boom (2015), 239 pag., € 22,50.

 
Het seculiere experimentZijn vader wist het eind jaren zestig zeker: “Als er niemand meer in God gelooft, wordt het een zooitje, jongen!” Inmiddels zijn we een halve eeuw verder en is Hans Boutellier (1953) wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut. Een prima plek om aan de hand van recente inzichten en statistieke feiten te filosoferen over de politiek-morele kanten maatschappelijke thema’s.

Zoals over de secularisering, die vijftig jaar geleden – althans in West-Europa – toesloeg “alsof er op een geheime synode werd besloten tot een massaal veldexperiment: ‘We gaan het voortaan zonder God proberen – kijken wat er gebeurt!'” Is het daadwerkelijk een zooitje geworden, nu we van (de christelijke) God los zijn geraakt? Is er een verband tussen ontkerkelijking en criminaliteit? Seksueel geweld? Onveilige gevoelens? De komst van mensen met andere, soms eng strenge religies? Het geloof in de wetenschap? Boutellier akkert het allemaal met de lezer door.

Ook W.F. Hermans legde in 1989 een direct verband tussen God en gebod met de uitspraak: “Een pastoor die de angst voor de hel erin weet te houden, is waardevoller dan honderd agenten.” Het leek toen een waar woord: de criminaliteitscijfers stegen indertijd net zo onstuimig als de kerken leegliepen. Maar terwijl de kerken nog steeds krimpen, is het sinds 1995 gedaan met de groei in de misdaad. Voornaamste oorzaak: een preventief en pragmatisch overheidsbeleid. Denk aan hufterbestendig straatmeubilair – in een winkel zonder porselein, kan een olifant immers weinig aan diggelen trappen.

Toch is de geschiedenis op dit punt weer volop en pijnlijk in beweging: juist in een seculiere omgeving beroepen gelovige criminelen van verschillende gezindten zich de laatste tijd opmerkelijk vaak en graag op God om hun wraakzuchtige geweld te rechtvaardigen. Toen Boutellier dat ergens in de afgelopen maanden nogal zijdelings opschreef, zal hij niet hebben voorzien hoe heftig en akelig actueel dat zou worden op 13 november, de dag dat zijn boek verscheen.

Dat raakt meteen het hart van het verband dat Boutellier ziet tussen secularisering en het gevoel van onveiligheid, een onderwerp dat hij ook al in 2002 in zijn boek ‘De veiligheidsutopie’ bij de kop had. Hoe minder we de zekerheid van het geloof hebben, des te banger blijken we te worden. En dan niet voor keukentrapjes, autorijden of bungeejumpen, maar vooral voor criminaliteit en terreur, risico’s waarover we als individu bar weinig controle hebben. En waar we vroeger bij een almachtige en alziende God bescherming zochten, verwachten we nu dat de overheid in die veiligheid voorziet. Het gevolg: een obsessieve, autoritaire en bijkans religieuze cultuur van risicobeheersing, data-analyse en surveillance, waaraan we onze privacy nogal gemakkelijk opofferen.

Toch valt het per saldo met dat voorspelde zooitje nog wel mee, vindt Boutellier. Want met de ontzuiling en digitalisering is er een complexe en superdiverse netwerk- of ‘improvisatiemaatschappij’ ontstaan, een wereldwijde jazzy caleidoscoop van identiteiten, relaties, talen en goden, “in een context van permeabele geografische gebieden” – Boutellier is soms helaas een beter sociaalwetenschapper dan schrijver. En ja, die pluriforme warboel geeft inderdaad religieuze spanning en conflicten. Niemand kan namelijk meer aanspraak maken op de absolute waarheid en wie in een rechtsstaat leeft, zal dat moeten kunnen erkennen.

Het is een kwetsbare crux in een optimistisch betoog. Volgens Boutellier heeft de westerse samenleving ook zonder God genoeg morele veerkracht, zelfdiscipline en seculier zelfbewustzijn om zich te verweren ‘tegen ondermijnende krachten van binnen en buiten’. Ik geloof hem natuurlijk van harte, maar of iemand daarover op dit moment nog iets werkelijk zinnigs kan voorspellen?

En dan? Gaat het echt zonder God? Aan het tamelijk mistige eind van zijn boek komt Boutellier toch opeens op de proppen met een ‘emergente God’, ‘die als effect van samenleven verschijnt.’ Het beeld daarbij zijn de prachtige patronen van een spreeuwenzwerm, die zich alleen laat begrijpen uit de micro-interactie tussen al die tienduizenden beestjes en hun directe buren.

Vertaald naar ons, hedendaagse Europeanen: ook in seculier verband blijken we open te staan voor een God, die onverwacht kan opduiken in spontaan-gereguleerde flitsen van verzoening en vervulling. Denk aan de rouw om de slachtoffers van de MH17. Denk aan hoe we ‘Parijs’ gaan verwerken, nu en straks. Het kon wel eens een zware dobber voor Boutelliers seculiere experiment worden.


Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 21 november 2015 in

logo Trouw