Hebe Kohlbrugge: negen levens en lef voor tien

Interview met Hebe Kohlbrugge (1914), hervormd verzetsvrouw

Hebe Kohlbrugge (foto Jörgen Caris)Volgende week hoopt ze honderd te worden, een dametje van nog geen vier turf hoog, met negen levens en lef voor tien. Ze was de Duitse bezetter steeds te slim af, sloot in Ravensbrück vriendschap voor het leven met felle Tsjechische communistes en reisde na de oorlog onvermoeibaar Oost-Europa af om christenen te helpen in vrijheid te blijven geloven. Een interview met een vrouw met een missie, veel verhalen en zeer uitgesproken meningen.

U staat te boek als kordaat, anti-totalitair, praktisch, weinig diplomatiek, verzetsvrouw en buitengewoon eigenwijs. Herkent u zich daarin?

“Het klopt wel. Maar of ik nu werkelijk zó eigenwijs ben? Dat weet ik niet, maar het is mogelijk. Ik zou zelf liever het woord verzetsvrouw oppikken. Ik verzet mij tegen veel, soms natuurlijk ten onrechte, maar ook vaak terecht. En ik beleef graag dingen. In 1944, in de trein naar Ravensbrück dacht ik: als ik dood ga, ga ik dood. Dus moet ik bedenken wat ik kan doen om in leven te blijven, om niet ‘untergebuttert’ te worden. Het enige dat je kunt doen, is je geest levendig houden, niet nadenken over honger en dorst. Vandaar dat ik in het kamp Oost-Europeanen opzocht, om over een andere wereld te horen.”

In 1936 ging u naar Duitsland om zelf te zien wat daar aan de hand was. Wanneer wist u: dit is fout?

“Ik was nog jong, 22, argeloos, helemaal niet politiek. Maar wat mij gloeiend ergerde, was hoe Hitler op zijn verjaardag Berlijn binnenreed. Er waren bijna geen mensen op straat en hij was woedend, omdat Berlijn hem niet juichend ontving. Ik heb nog nooit van mijn leven iemand zo woedend zien kijken. Toen begreep ik dat die paar kereltjes die er wel waren, daar stonden omdat ze móésten; toen viel voor mij het kaartenhuis in elkaar.

De diepere, politieke kant van wat er fout is aan een totalitair regiem begon me pas later te dagen, tijdens de Bijbelavonden van dominee Niemöller van de ‘Bekennende Kirche’. Ik heb toen mijn hulp aangeboden en bij dominee Harder in Fehrbellin gewerkt, tot ik Duitsland werd uitgezet.

Over het verzet kan ik veel verhalen vertellen; er is nog veel dat een oud mens weet. Over hoe ik in de Nieuwe Kerk in Amsterdam met een pakket Vrij Nederland in mijn tas twee van die heren met leren jassen voor de gek heb gehouden. Over hoe ik maar tien maanden Ravensbrück kreeg, omdat ik ze in de Scheveningse gevangenis had wijsgemaakt dat ik een ‘Reichsdeutsche’ was. Over waarom ik als vrouw de aangewezen persoon was om microfilms naar Zwitserland te smokkelen.

Ik was er trots op dat ik van Amsterdam naar Zwitserland ging, maar later begreep ik dat dat weinig voorstelde, vergeleken met wat sommige Polen indertijd voor de Joden hebben gedaan. Die gingen van Warschau helemaal naar Gibraltar om Londen te vertellen welke vreselijke dingen er in Polen gebeurden.”

En na de oorlog zette u zich in voor de vrede en verzoening in Europa.

Hebe Kohlbrugge, 1945Vrede en verzoening? Die woorden zijn mij veel te groot. Het was meer dat de mensen in Duitsland na 1945 in volslagen verwarring waren, alles lag in puin en niemand wist meer wat hij moest. Wij als Hervormde Kerk in Nederland mochten de mensen daar niet in de modder laten stikken, we moesten iets doen! En omdat ik bekend was met de ‘Bekennende Kirche’, konden we aansluiting zoeken met het goede, andere Duitsland.

Ik haalde groepen naar Nederland, Nederlandse sprekers naar Duitse groepen, we brachten jongeren met elkaar in gesprek. Dat stichtte geen vrede, maar openheid, lucht. Zodat Duitsers het gevoel kregen: we hebben schandelijk gehandeld, maar we zijn niet – lelijk woord – uitgekotst. Dat was wat je deed.

Ja, en toen kwam de DDR, de muur, de Praagse lente, de Koude Oorlog. Ook daar kan ik hele verhalen over vertellen. Over hoe ik als vrouw alleen met mijn Volkswagentje vol verboden boeken door de Roemeense douane wist te komen.

Over hoe ik in 1972 werd ontslagen, omdat het ambtelijke bestuur van de Nederlandse Hervormde Synode niet snapte dat ik geen rapporten kon schrijven over mijn contacten met Charta ’77, predikanten en dissidenten, omdat je die mensen daarmee direct in gevaar zou brengen.

En over hoe na de bouw van de muur een tot dan toe goede vriendin van me informante voor de Stasi werd. Dat mag niet. Dat is verloochenen. Je kunt geen partner zijn met een totalitair regiem. Punt.”

In 2009 was u de initiator van een kritische brief aan de PKN-synode over de dialoog met de islam. Hoe ziet u dat nu?

“Ik heb inderdaad weinig fiducie in een dialoog tussen moslims en christenen. Ik vind het mooi als andere mensen het doen, maar ik zie er geen heil in. Wat je wel moet en kunt, is in je eigen buurt samen dingen doen. Een kopje thee drinken met je buurvrouw, samen met haar gaan zwemmen. Gewoon gezellig met elkaar omgaan.”

Waar bent u nu mee bezig?

“Een aantal jaren geleden was ik met vrienden in Bremen naar de kerk, met een heel stomme preek over een tekst uit Mattheüs, echt niks. Maar ik kon niet uitleggen, waarom ik dat vond. Toen vroeg ik me af: waarom heb ik alleen het nee en niet het ja in mijn hoofd? Enfin, ik heb thuis de tekst opgezocht en gelezen tot ik hem snapte. En dat heb ik opgeschreven en aan die vrienden gestuurd.

En zo heb ik heel Mattheüs en Genesis doorgewerkt en al mijn aantekeningen aan mijn vrienden gestuurd, ook in Oost-Duitsland. Nu ben ik bezig met Exodus. Ik had me er nooit zo in verdiept, ik had altijd een arbeidzaam leven, maar dit vind ik echt fijn om te doen. Ik schrijf natuurlijk in het Duits, zoals u ziet. Inderdaad alles met de hand, voor een computer is het te laat. Het zij zo.

Maar ik heb het nu even moeten wegleggen: ik heb het heel druk met mijn verjaardag volgende week. Over een paar weken vier ik die met mijn Duitse vrienden en van de zomer ga ik naar Praag om hem met mijn Tsjechische vrienden te vieren. Als mijn verjaardag voorbij is, wil ik eerst rust. En daarna hoop ik in elk geval Exodus nog af te kunnen maken.”


Hebe Kohlbrugge (foto Jörgen Caris)Wie is Hebe Kohlbrugge?

Hebe Charlotte Kohlbrugge werd op 8 april 1914 geboren in een hervormd gezin. Met een hbs-diploma op zak vertrok zij in 1936 naar Hitler-Duitsland, om zelf te zien wat daar gaande was. Ze sloot zich aan bij de ‘Bekennende Kirche’, een groep van protestante christenen (onder wie Dietrich Bonhoeffer) die weigerden mee te werken aan de Hitlercultus en de Jodenvervolging. Nadat ze het had vertikt de Hitlergroet te brengen, werd ze in 1938 ‘voor eeuwig’ Duitsland uitgezet.

Ze studeerde vervolgens in Basel theologie bij Karl Barth, maar moest door de oorlog haar studie afbreken. Terug in Nederland raakte ze al gauw betrokken bij het verzet en smokkelde ze via de ‘Zwitserse weg’ twee jaar lang microfilms naar de regering in Londen. Ze werd gearresteerd, ‘voor eeuwig’ Nederland uitgezet en overleefde Ravensbrück.

Kaft Hebe Kohlbrugge, Twee maal twee is vijfNa de oorlog ging ze vanuit de Hervormde Kerk aan het werk in Midden- en Oost-Europa. Vanaf 1963 bouwde ze een netwerk op om Nederlandse theologiestudenten enige tijd als ‘getuige’ in een Oostblokland te laten studeren.

Kohlbrugge ontving verschillende onderscheidingen en eredoctoraten. In 2002 verscheen haar autobiografie Twee maal twee is vijf. Vijf jaar geleden liet zij weer van zich horen als initiator van een brief aan de PKN, met kritische kanttekeningen bij de dialoog met de islam.

Postscriptum: Hebe Kohlbrugge overleed ruim twee jaar na dit interview, op 13 december 2016 in Utrecht. Lees hier het Im memoriam dat Trouw over haar schreef.



Een geredigeerde versie van dit interview verscheen inlogo Trouw