Was Jezus een ‘homo economicus’?

Recensie van Paul van Geest, Marcel Poorthuis, Theo Wagenaar en Alette Warringa (red.), Vrienden met de mammon. De levensbeschouwelijke dimensie in de economie. Almere: Parthenon, 2013, 456 pag.

 

Kaft Paul van Geest, Vrienden met de mammonDe schrijvers

Niet minder dan vierentwintig wetenschappers hebben bijgedragen aan de bundel Vrienden met de mammon: theologen, economen, filosofen, sociologen, juristen, historici en taalkundigen. Onder hen verschillende namen die ook regelmatig in Trouw opduiken, zoals Frank Bosman (‘spraakmakend theoloog 2011’), Bas de Gaay Fortman (voormalig PPR-politicus) en Elisa Klapheck (rabbijn). Allemaal hebben ze een band met de Universiteit van Tilburg. Het boek is geschreven als afscheidscadeau voor collega Theo Samelink (1946), theoloog en auteur van o.a. Katholieke kritiek op het kapitalisme 1891-1991. Honderd jaar debat over vrije markt en verzorgingsstaat (1991).

De thematiek

Geloof en geld: een lastige, zo niet onmogelijke combinatie, zeker voor christenen. Want zei Jezus niet dat je niet God kunt dienen én de mammon? Ging een kameel niet gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke het koninkrijk van God binnen? En bewijst de huidige economische crisis niet inderdaad dat het slijk der aarde en geldzucht de wortel van alle kwaad zijn?

Zo simpel ligt het niet, blijkt uit de eenentwintig opstellen van Vrienden met de mammon. Economie en theologie sluiten elkaar helemaal niet uit: religieuze waarden kunnen wel degelijk een rol spelen in economische processen. Allereerst natuurlijk omdat heilige teksten kunnen inspireren om de (inter)nationale financiële huishoudkunde rechtvaardiger, ‘Godswaardiger’ in te richten en de armoede en uitbuiting de wereld uit te helpen. Hoe dat doel vervolgens concreet bereikt kan worden, is natuurlijk vers twee. Pauselijke encyclieken, documenten van de Wereldraad van Kerken, een pleidooi voor islamitisch bankieren en het oudtestamentische jubeljaar, belasting op basis van vrijwilligheid, computergames – de ideeën zijn legio en creatief, maar de macht om ze daadwerkelijk in praktijk te brengen, is beperkt.

Moreel misschien minder urgent, maar zeker zo interessant zijn daarnaast de opstellen over wat de economie van haar kant de religie te bieden heeft. Zoals de bijdrage van Marcel Poorthuis, die het nog altijd prachtige essay van etnoloog Marcel Mauss uit 1925 over het geschenk verbindt met Maimonides’ acht graden van geven. Of de verrassende bijdragen over rivaliserende tweelingbroers, zondebokken en oudtestamentische merkkleding. Ook de stripliefhebber komt aan zijn trekken bij een artikel over de van oorsprong sociaal-katholieke en antisemitische stripheld Kuifje.

Opvallendste stelling

De prikkelendste bijdrage is van Lans Bovenberg, die stelt dat Jezus een ware ‘homo economicus’ was. Bijvoorbeeld als deze zijn volgelingen aanspoort de kosten en de baten verstandig tegen elkaar af te wegen en te investeren in de hoogste winst: het eeuwige leven. Of, nog uitdagender, dat zijn kruisdood een uiterst baatzuchtige, calculerende keuze was, omdat de ‘winst’ ervan (het geluk van de mensheid) opwoog tegen de ‘kosten’ ervan (de pijn en de schande). Johan Graafland dient Bovenberg al meteen van repliek met een andere analyse van het begrip ‘eigenbelang’.

Karakteristieke zin

“Economie draait niet alleen om mij. Het draait ook niet alleen om jou. Het draait om ons.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Helaas staat bij een aantal auteurs de leesbaarheid bepaald niet voorop. Hebben ze de kans om hun kennis en inzichten in een mooi boek met een ijzersterke titel te delen met een breder publiek, begraven ze hun verhaal onder een dikke deken van wetenschappelijk of beleidsjargon. Zo verspeel je lezers en verspil je energie. Zonde!

Onsympathiek minpunt is verder dat redacteur en co-auteur Alette Warringa geen biografisch alineaatje in de schrijverslijst is gegund.

Redenen om dit boek wel te lezen

Vrienden met de mammon is verrassend veelzijdig en ook, juist interessant voor wie normaliter de economiepagina’s in de krant maar vluchtig bekijkt. Sommige opstellen zijn ronduit spannend en ze maken allemaal nieuwsgierig naar meer, zoals naar het (licht bekritiseerde) werk van Tomáš Sedláček en de (unaniem verguisde) romans van de Amerikaanse Ayn Rand. En laat u zich vooral niet afschrikken door de dikte van de bundel; hij is uw tijd waard. Een inspirerend en rijk boek.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen in

logo Trouw