Verscheurde Joodse familie

Interview met theatermaker Ilay den Boer (1986) over het boek ‘Het beloofde feest. Over de scheuren in een Joodse familie.’ Meulenhoff, 192 blz. € 19,99

Kaft Den Boer“Tussen 2008 en 2013 heb ik, ook onder de titel ‘Het beloofde feest’, zes theatervoorstellingen gemaakt: over mijn moeder, mijn oma, mijn vader, mijn opa, mijn broertje en mijzelf, vanuit ieders perspectief op Israël. De problematiek rond Israël is zo complex dat je er alleen maar iets zinnigs over kunt zeggen als je het vanuit zoveel mogelijk invalshoeken belicht.

Het verhaal van mijn familie laat zien dat het heel ingewikkeld is om over zo’n onvoorstelbaar complex probleem een oordeel te hebben, als je het al binnen één familie niet met elkaar eens kunt worden en er zelfs door uit elkaar kunt vallen. Zo heb ik jaren geen contact gehad met een deel van mijn familie in Israël, omdat ik op mijn achttiende vrijstelling had gekregen voor de Israëlische dienstplicht en voor hen een landverrader zou zijn. Toen we elkaar afgelopen november voor het eerst in dertien jaar weer zagen, begreep ik dat daar niks politieks aan was en we allemaal bang waren elkaar te verliezen.

Nieuwe laag

Dit boek is geen bewerking van mijn voorstellingen, het is meer een nieuw hoofdstuk erbij, een nieuwe laag. Het verhaal is opgetekend door mijn beste vriend, de schrijver Jurjen Sytsma. Mij lukte dat niet: een boek schrijven is toch heel iets anders dan theater maken, dus het is een echt cadeau dat Jurjen dit met mij heeft gedaan.

‘Het beloofde feest’ zoomt in op mijn oma, mijn moeder en mijzelf. Het laat zien hoe een familie verscheurd kan worden, hoe drie generaties met dat conflict worstelen en het proberen te doorbreken, maar dat niemand daar het antwoord op heeft. Daarom vind ik het wonderschoon dat ik na dertien jaar weer contact heb die familie in Israël, wat ook te maken heeft met dat ik zelf nu een kind heb. Naar Israël gaan met je vrouw, met een nieuwe generatie kan de cirkel misschien in één keer breken.

Ontzettend leuke oma

Mijn oma is in 1926 geboren in Litouwen en wist in 1943 uit het getto te ontsnappen; ze heeft bij een boer ondergedoken gezeten en is in 1948 in Israël aangekomen. Haar verhaal ken ik onder andere uit de dagboeken die ze in en na de oorlog heeft geschreven. Ze is in 2002 overleden, dus ik heb haar voor mijn voorstellingen en mijn boek helaas geen vragen meer kunnen stellen. Het was een ontzettend leuke oma, ik was heel graag bij haar. Ze sprak vijftien talen, waaronder Sanskriet en ze leerde kort voor ze stierf ook nog Nederlands, om beter contact met mijn broertje en mij te hebben.

Zwarte Schimmel

Mijn moeder is in Jerusalem opgegroeid en met een Nederlander getrouwd; op mijn derde zijn we naar Nederland verhuisd. Ze stuurde me een indrukwekkend verhaal over mijn oma’s zwarte Schimmel-piano, dat we in de tekst verweven hebben, over de liefde en de scheuren die deze Schimmel in mijn moeders leven heeft veroorzaakt. Ik ben er trots op dat haar stem op deze manier in het boek zit.

Mantel van verdriet

De titel ‘Het beloofde feest’ slaat op hoe mijn moeder en mijn oma toen ik dertien werd, mijn bar mitswa wilden vieren: van mijn moeder kreeg ik thuis een stoer discofeestje voor mijn vriendjes, terwijl mijn oma een groot familiefeest in Jerusalem regelde. Op dat moment vond ik het gewoon heerlijk, wow en tof, maar tijdens het schrijven van dit boek besefte ik dat ik dit indertijd heb ervaren als een onbedoeld getouwtrek om mijn identiteit en dat ik bewust-onbewust gedwongen werd om een keuze te maken tussen Nederland en Israël, tussen mijn moeder en mijn oma. Zo herinner ik me dat mijn moeder schrok, toen mijn oma mij een speelgoedgeweer had gegeven en me ermee in de houding liet staan. Als kind krijg je die spanning natuurlijk wel mee. Terwijl ze, ontdekte ik later, toch allebei eenzelfde mantel van verdriet droegen



Een geredigeerde versie van dit interview verscheen op 7 juli 2018 in

logo Trouw