Afrikaanse letterkunde: waar ligt dat?

Recensie van Mineke Schipper, Daniela Merolla en Inge Brinkman, ‘Afrikaanse letterkunde. Tradities, genres, auteurs en ontwikkelingen.’ AUP, 411 blz., € 29,95


Kaft SchipperSoms doet een mens iets spijtigs. Je begint vlijtig te ontspullen en neemt zelfs je boekenkast te grazen, waarbij je afscheid neemt van een aantal geëngageerde romans uit Afrika, uit de tijd de Novib nog geen Oxfam heette en samen met het Wereldvenster de Derde Spreker-serie uitgaf. En vervolgens verschijnt de derde, flink herziene druk van Mineke Schippers handboek ‘Afrikaanse letterkunde’ en besef je dat je Chinua Achebe, Buchi Emecheta en Ben Okri iets te voortvarend naar de kringloop hebt gebracht.

Overdracht houtje

De eerste twee versies van ‘Afrikaanse letterkunde’ (1983 en 1990) waren nog het solowerk van Mineke Schipper (1938), die een aantal jaren in Congo aan de universiteit doceerde en tot voor kort in Leiden hoogleraar interculturele literatuurwetenschap was. U kent haar wellicht van haar ‘Trouw nooit een vrouw met grote voeten’, een wereldwijde verzameling van vermakelijke en soms schokkende spreekwoorden over de vrouw. Of van de essays die ze voor Letter & Geest schrijft, zoals eind vorige jaar over Maryse Condé, toen die de alternatieve Nobelprijs voor literatuur won. Ook op deze derde versie van ‘Afrikaanse letterkunde’ prijkt Schippers naam bovenaan, al wordt duidelijk dat zij haar houtje overdraagt aan medeauteurs Daniela Merolla (hoogleraar Berberliteratuur aan de Sorbonne) en Inge Brinkman (docent Afrikaanse letterkunde aan de universiteit van Gent).

De gestaag uitdijende letterkunde van een compleet continent in 350 bladzijden persen, dat valt waarachtig niet mee. Zeker als je weet hoe ongelooflijk breed, divers, grensoverschrijdend en hybride ‘de’ Afrikaanse literatuur is. Om te beginnen: de invloed van de mondelinge traditie. Hier denken we bij literatuur vooral aan lezen en stilletjes met een boekje in een hoekje, maar in het mindergeletterde Afrika gebeurt de letterkunde van oudsher liefst buiten op de markt of op straat, waar dichters en verhalenvertellers er samen met hun publiek een spektakel van maken. Daarbij wordt gezongen, gedanst en geïmproviseerd – hoogst interactief dus en nauwelijks te vangen in het in Europa gebruikelijke onderscheid tussen poëzie, proza en toneel.

‘Afrikaanse letterkunde’ schotelt u een aantal fraaie staaltjes voor van mondelinge liefdes- en oorlogspoëzie en rouw-, jacht- en werkliederen. De poetry slam lijkt zelfs te zijn bedacht in Congo, waar jongemannen bij hun initiatie in een wedstrijd over zichzelf moeten opscheppen. Verder zult u uit dit boek al gauw begrijpen waar Schippers interesse voor spreekwoorden vandaan komt. Inderdaad. Uit Afrika.

Rondspringende lichaamsdelen

Ook het epos komt aan bod. De voordracht daarvan kan maar zo twaalf dagen duren en anders in de Europese traditie sterven de helden ervan zelden jong en zijn ze niet alleen uit op eigen eer en roem, maar weten ze ook hun dorp, clan of volk tot welvaart te brengen. En raadsels, sprekende dieren, rondspringende losse lichaamsdelen als schedels, oren en vagina’s; de Afrikaanse mondelinge literatuur weet er wel weg mee.
Theatraal staat Afrika natuurlijk al eeuwen zijn mannetje met maskers die de mens verbinden met de wereld van de goden en geesten, al heeft de religieuze betekenis van dit erfgoed zich hier en daar inmiddels geschikt naar politieke of toeristische belangen.

De invloed van missionarissen en zendelingen op het Afrikaanse theater moet overigens evenmin onderschat worden: het enthousiasme voor hun toneelbewerkingen van bekende Bijbelverhalen en Bunyans ‘Pilgrim’s Progress’ was opvallend groot. En even een sprong in de tijd naar de laatste decennia van de 20ste eeuw: ook de bewerkingen van Afrikaanse schrijvers van Sophokles, Euripides en Brecht bleken enorm aan te slaan, net als stukken over Shaka Zulu en de spin Anansi.

Een verhaal apart is de geschiedenis van het maatschappijkritische toneel dat kolonialisme en corruptie aan de kaak stelde – wat voorwaar een riskante onderneming was, zeker als het in de volkstaal geschreven was en dus ook begrijpelijk was voor de mindergeletterde bevolking.

Ge'ez-schrift (5e eeuw)De koningin van Seba op schrift

Toch gaat ‘Afrikaanse letterkunde’ uiteindelijk grotendeels over geschreven literatuur; en dan vooral over poëzie en proza, geschreven of vertaald in een Europese taal; dit ter wille van de Nederlandse doelgroep van het boek. Wat overigens niet wil zeggen dat, zoals vaak gedacht, Afrika tot de komst van de Europeanen niet kon schrijven: de Egyptische hiëroglyfen, het Koptische schrift, het Tifinagh van de Toearegs en het in Arabisch schrift geschreven Swahili stammen toch heus van ver voor die tijd en uit Ethiopië zijn 13e eeuwse manuscripten met het verhaal van Salomon en de koningin van Seba bewaard gebleven.

 

Met die talige insteek werpt dit boek ook de fascinerende vraag op wat nu ‘echte’ Afrikaanse literatuur is. Moet die niet eigenlijk in een van oorsprong Afrikaanse taal geschreven zijn? En begint die pas beneden de Sahara of hoort Noord-Afrika er tegenwoordig ook bij? De Antillen? Gaat het nog altijd vooral om négritude? Om strijdbaar antikolonialisme? Om een bepaalde thematiek, zoals de trek naar gigasteden als Lagos, Caïro of Johannesburg? Om de geboortegrond, woonplaats of nationaliteit(en) van de schrijver en diens (voor)ouders?

Afropolitanisme

Maken exotische reisverhalen, settler-literatuur en het Boerse Afrikaans ook deel uit van de letterkundige geschiedenis van dit continent? En hoe komt het dat er zo’n verschil is tussen auteurs die in het Frans en in het Engels schrijven? Schipper en haar medeauteurs zijn ruimhartig zolang het binnen de geografische perken blijft, maar signaleren ook dat dat criterium in tijden van globalisering, migratie, diaspora, ‘afropolitanisme’ en internet met de dag vloeibaarder wordt.

Als naslagwerk en handboek is deze derde en naar ik vermoed laatste druk een mooi monument voor de Afrikaanse letterkunde: het valt moeilijk voor te stellen dat we over weer dertig jaar nog steeds op deze manier in literaire continenten kunnen denken. Wel jammer is dat de auteurs niet de moeite hebben genomen om ook al die lappen Engelse tekst te vertalen, zeker omdat ze toch een breed Nederlands publiek warm willen maken voor hun grote liefde.

Leestips

Hoe dan ook: voor nu heeft u met dit boek een overvloed aan kennis en heerlijke leestips in handen. Hafid Bouazza. Moses Isegawa. Chimamanda Ngozi Adichie. Nadine Gordimer. Mike Maphoto. Doris Lessing. En ja, ook Chinua Achebe. Ik ben gisteren nog even wezen kijken of hij nog op de plank bij de kringloop stond. Maar helaas. Nu ja, hopelijk ligt hij nu dan op het nachtkastje van een nieuwe liefhebber.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 29 juni 2019 in

logo Trouw