Het museum als schuilkelder

Recensie van María Gainza, Oogzenuw. Uit het Spaans vertaald door Trijne Vermunt. Uitgeverij Podium, 191 blz., € 19,99

[yasr_overall_rating size=”small”]

Kaft GainzaIk beken: ik wantrouw verhalen over kunst. Ze gaan me iets te vaak over hoe fantastisch je het getroffen kunt hebben met je eigen goede smaak. Wat je dan vooral bewijst door anderen af te schilderen als grofbesnaard of, nog erger, als snobs – de Franse socioloog Pierre Bourdieu wijdde er zo’n veertig jaar geleden al een dikke studie aan.

Dus als de Argentijnse kunsthistorica María Gainza (1975) haar debuut ‘Oogzenuw’ opent met een verhaal over hoe een nog jonge en hoogst gevoelige zzp’ster een ‘vlak en gekunsteld glimlachend’ (uiteraard!) Amerikaans stel van middelbare leeftijd rondleidt in de privécollectie van een zelfvoldane vrouw met een messcherpe haviksneus, bittere lijntjes om haar mond en een ivoren sigarettenpijpje, zitten we al meteen midden in de karikaturale contrasten.

Jong versus oud, zacht versus hard, gevoel versus geld, echt versus nep. Even verderop in het verhaal stelt Gainza esthetische ontvankelijkheid tegenover de onverschillige pronkzucht van de rijke elite, voor wie een huiveringwekkend jachttafreel van de Franse schilder Dreux in de eetzaal indertijd vermoedelijk even onzichtbaar is geweest als beige behangpapier. En dan vaagpraat als: ‘Dreux schiep beelden waar geen ruimte is: alleen stoffelijke aanwezigheid.’ Bij zo’n zin vraag ik me ernstig af of ik mijn (en uw) tijd verder wel aan dit boek wil verdoen.

Goedkope paraplu in de storm

Toch ben ik blij dat ik ‘Oogzenuw’ niet heb weggelegd. Want behalve als haar hyperkritische moeder ter sprake komt, heeft Gainza na deze valse start gelukkig geen negatieve referentiepunten meer nodig – ze volgt gewoon haar eigen, stille weg door de kantlijn van de kunst. Bovendien heeft ze me ondertussen al verleid met haar beeldende taal: een butler die als een aal tussen het meubilair doorglijdt, een maag die zich omkeert als een goedkope paraplu in de storm, ontvoerd worden door een zacht donzen dekbed, het museum als schuilkelder… Bijna elke bladzijde biedt wel een fraaie vondst, hoewel er soms ook akelig mottige clichés langs fladderen, zoals de overbekende buikvlinders.

‘Oogzenuw’ maakt nieuwsgierig. Om te beginnen naar een aantal bekende en minder bekende schilders die bij Gainza om de hoek in musea in Buenos Aires hangen, met werk dat u niet altijd ogenblikkelijk tevoorschijn zult kunnen googelen. Om je door kunst te laten overdonderen blijk je als vliegangstige Argentijnse heus niet naar het buitenland te hoeven, ook al beweert je mondaine moeder nog zo stellig van wel.

Gainza beschrijft de veldslagen van de Zuid-Amerikaanse Cándido López, de ruïnes van Hubert Robert (het enige onderwerp waarover ze geen ruzie krijgt met haar moeder), de katten van de Japanse Tsuguharu Fujita. De paarden van Toulouse-Lautrec, de luchtballonnen van Rousseau tot en met het religieuze werk van El Greco. Ze vertelt over de glorie en ondergang van de makers en, de grootste charme van dit boek, spiegelt hun werk en leven aan haar eigen levenspijn als ondeugdelijke dochter uit een Zuid-Amerikaans patriciërsgeslacht in verval.

Aftakeling

Het oogt aanvankelijk als los haakwerk hoe Gainza bijvoorbeeld herinneringen aan eenzame blowtjes ‘zo dun als dennennaalden’ op het strand linkt aan Courbets ‘Storm op zee’ en diens succes en alcoholische dood. Om daarna over te stappen naar een vervallen en tochtig landhuis, waar ’s nachts een excentrieke nicht schichtig door gangen doolt, de muren beplakt met zeeblauwgroene collages en wegglijdt in de waanzin van ‘de weerlichten in haar hoofd’, terwijl haar baby ergens anders in het huis onophoudelijk ligt te krijsen. Maar vergis u niet: hoe naïef en machteloos de vertelster ook in het leven lijkt te staan, haar verhalen zitten sluw en spannend in elkaar, ook als je al gauw kunt voorspellen dat onder alle schimmel en stof natuurlijk alleen nog maar meer aftakeling ligt te wachten.

Tot slot: mocht uw portemonnee of duurzame levensstijl niet stroken met een vliegreis naar de musea in Argentinië, kijk dan op You Tube naar María Gracia Chiaradia’s diavoorstelling ‘El nervio óptico’, met daarin alle schilderijen uit Gainza’s boek, tipt mederecensent Cees Nooteboom in de Groene Amsterdammer. Helaas zijn de afbeeldingen soms verre van scherp – misschien een taak voor uitgeverij Podium? Maar voor de echte ervaring zult u dus toch op pad moeten. Naar Buenos Aires. Of doe als de schrijfster: ga gewoon naar een museum, park of wachtkamer bij u in de buurt. Na Gainza’s boek ziet u gegarandeerd iets dat op uw eigen oogzenuw zal werken.



Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 24 maart 2018 in logo Trouw