Suze Zijlstra’s Indische voormoeders

Interview met Suze Zijlstra, schrijfster van Onze voormoeders. Een verborgen Nederlands-Indische familiegeschiedenis. Ambo | Anthos, 320 blz.


Je ziet het niet meteen aan haar af en bij haar achternaam denk je eerder aan Friesland, maar Suze Zijlstra’s voorgeslacht komt toch heus voor de helft uit wat nu Indonesië heet. Ze groeide op met de verhalen van een oma die in 1955 naar Nederland kwam omdat zij en haar gezin met hun Europese, koloniale voorvaders in hun geboorteland geen toekomst meer zagen. Oma overleed in 2009, maar gelukkig had kleindochter Suze als studente toen haar verhalen al vastgelegd op cassettebandjes. En dat kwam goed van pas toen Zijlstra jaren later als gepromoveerd historica op zoek ging naar haar ‘voormoeders’, de in Azië geboren vrouwen die kinderen kregen van Europese VOC-mannen.

Wie waren die moeders? Waar kwamen ze vandaan? Hoe zag hun leven eruit als huisslavin, concubine (‘njai’) of wettig echtgenote? Hoe fragiel waren hun rechten? Hoe beleefden zij het kolonialisme? Waren ze er het slachtoffer van of ligt dat toch complexer? Lees verder

De valkuilen van de familiekroniek

Recensie van Maria Stepanova, Voorbij het geheugen. Een familiegeschiedenis. Uit het Russisch vertaald door Jan Robert Braat. 400 blz.


Kaft StepanovaDichteres Maria Stepanova (1972) is tien als ze voor de eerste keer besluit dit boek nog niet te schrijven, maar wel begint ze dan op enveloppen en systeemkaartjes de flarden van haar Joods-Russische familiegeschiedenis neer te krabbelen. Compleet zal haar verhaal helaas nooit worden, want het aantal mensen dat haar kan vertellen hoe het geweest was, slinkt of heeft daar, zoals haar ouders, steeds minder behoefte aan; haar vader verbiedt haar zelfs uit zijn brieven te citeren.

En dan niet, zoals u wellicht denkt, omdat zijn belevenissen of herinneringen te gruwelijk voor woorden zijn: op een bij Leningrad gesneuvelde achteroom na heeft haar familie gek genoeg alle verschrikkingen van de twintigste eeuw overleefd, al was het soms kielekiele. Lees verder

Het museum als schuilkelder

Recensie van MARÍA GAINZA, OOGZENUW. Uit het Spaans vertaald door Trijne Vermunt. Uitgeverij Podium, 191 blz.


Kaft GainzaIk beken: ik wantrouw verhalen over kunst. Ze gaan me iets te vaak over hoe fantastisch je het getroffen kunt hebben met je eigen goede smaak. Wat je dan vooral bewijst door anderen af te schilderen als grofbesnaard of, nog erger, als snobs – de Franse socioloog Pierre Bourdieu wijdde er zo’n veertig jaar geleden al een dikke studie aan.

Dus als de Argentijnse kunsthistorica María Gainza (1975) haar debuut ‘Oogzenuw’ opent met een verhaal over hoe een nog jonge en hoogst gevoelige zzp’ster een ‘vlak en gekunsteld glimlachend’ (uiteraard!) Amerikaans stel van middelbare leeftijd rondleidt in de privécollectie van een zelfvoldane vrouw met een messcherpe haviksneus, bittere lijntjes om haar mond en een ivoren sigarettenpijpje, zitten we al meteen midden in de karikaturale contrasten. Lees verder

Gereformeerd in Gieten

Leestip Emiel Hakkenes, God van de gewone mensen. Hoe het geloof uit een familie verdween. Amsterdam: Rap, 2013. 315 pag.


Kaft Hakkenes, God van de gewone mensenZeer leesbaar verslag van de speurtocht van Trouw-journalist Hakkenes naar zijn religieuze wortels. Meende uit een oud en degelijk gereformeerd geslacht te komen, maar stuitte al snel op hervormde en zelfs katholieke voorouders. Familieverhalen mooi ingebed in de grotere geschiedenis van Europa, het Noorden, het dorp Gieten en de plaatselijke worstenfabriek. Voorbeeldig boek voor iedereen met plannen om een familiegeschiedenis te schrijven: zo doe je dat.