Jodenbekering voor kinderen

Interview met Ewoud Sanders, Levi’s eerste kerstfeest. Jeugdverhalen over jodenbekering 1792-2015. Vantilt, 530 blz., € 29,50

Kaft Ewoud Sanders, Levi's eerste kerstfeestTaalhistoricus Ewoud Sanders schreef ‘Levi’s eerste kerstfeest’, een zo goed als compleet overzicht van Nederlandse jeugdboeken over jodenbekering. Het blijkt een hele stapel te zijn: christelijke kinderboekjes vol antisemitisme en tegelijkertijd zendelingenliefde voor het uitverkoren volk. En wat hem nog het meeste verbaasde: ze verschijnen nog altijd in grote oplagen, voor steeds jongere kinderen.

Een paar jaar geleden stuitte Ewoud Sanders op een zondagschoolboekje uit 1900, ‘Levi de boekenjood’, over een joodse straathandelaar. “Het was een bekeringsverhaal: Levi wordt gepest op straat, zakt na een doorwaakte nacht overdag in slaap, zijn dochtertje valt tegen de kachel aan en overlijdt ze. Vervolgens vindt hij troost in een boekje dat hij per ongeluk op zijn eigen kraam heeft liggen, namelijk het Nieuwe Testament en raken hij en zijn vrouw bekeerd. Ik ben toen gaan uitzoeken of er nog meer van dit soort jeugdverhalen waren over jodenbekering. Dat waren er veel meer dan ik ooit had gedroomd. Het eerste is uit 1792 en ik heb er tot dusver tachtig gevonden: 67 protestantse en 13 katholieke. Maar de grootste verrassing was dat ze nog steeds verschijnen. Jodenzending is dus geen gekkigheid uit een merkwaardig grijs verleden.

De jeugdverhalen hebben zeker tot de Tweede Wereldoorlog vrijwel allemaal hetzelfde stramien: een Joods kind hoort over Jezus, bekeert zich, krijgt thuis te maken met geweld en verstoting, houdt toch vol en wordt daardoor een blijer en gelukkiger mens. Het geweld uit de joodse omgeving is soms heel grof: er worden kinderen geschopt, opgesloten, zelfs gekruisigd [zie hieronder]. En dat ging in grote oplagen. ‘Van een Jodenjongetje’ heeft tot in 1956 in een katholiek schoolboek gestaan, oplage 300.000 tot 400.000 exemplaren. Dat verhaal gaat over een joodse vader die zijn zoontje in een brandende oven stopt omdat het jongetje een stukje van een hostie heeft gegeten. Joden – ovens – kinderen verbranden… Ik moest af en toe een blokje om om dat rustig te kunnen opschrijven.”

Puur antisemitisme dus?

“Ik denk dat dat iets ingewikkelder ligt. De boodschap aan de christelijke jeugd is dat je geen joden mag pesten en dat je ze beter moet leren kennen. Dat lijkt inderdaad aardig. Maar de joden uit die boekjes blijken Jezus ontzettend te haten en spugen steevast op de grond als het over christenen gaat. Er zit een rare dubbele boodschap in: aan de ene kant houden de schrijvers heel veel van Joden, want zij zijn Gods uitverkoren volk en ze moeten helpen andere heidenen te bekeren. Maar aan de andere kant is hun inborst in die boekjes heel slecht. En dat wordt dan als kerstgeschenk aan kinderen gegeven. Steeds jongere kinderen zelfs: voorheen waren de boekjes bedoeld voor kinderen van een jaar of tien, elf; nu heb je ze al voor kinderen van vijf tot zeven, ook om uit voor te lezen, met afbreekstreepjes. Zo vinden Izaks ouders uit een boekje uit 2014 Jezus geen ‘Mes-si-as’ maar een ‘be-drie-ger’ die de dood verdient. Ik vind dat echt stuitend. Ik zou nooit mijn eigen kinderen dit soort ideeën over andere religies en volkeren in hun hoofd willen planten.”

Je zou toch verwachten dat de oorlog hierin een waterscheiding is.

“Er is inderdaad een theologische herbezinning geweest. De katholieken bijvoorbeeld zijn ermee gestopt: het laatste katholieke verhaal dat ik heb gevonden stamt uit 1959. Maar een kleine groep orthodoxe protestanten is er gewoon mee doorgegaan. Dan denk je, ach, dat is een marginaal verschijnsel, maar een boekje als ‘De zoektocht van Lea Rachel’ uit 1999 is nu al 6 keer herdrukt (totale oplage 10.000 exemplaren). En nog steeds met een joodse vader die op de grond spuugt als hij over ‘vuile christenen’ of ‘vuile gojim’ praat en met een gemene jongen met een gebogen neus die de christelijke buren wegpest. Toch stond dit boekje in de jeugdboekentoptien van het Reformatorisch Dagblad. In orthodox-protestantse kringen wordt nog altijd aan jodenzending gedaan. Natuurlijk: geloof kan veel troost geven. Maar om nu te denken dat jouw religie beter is dan die van een ander? En dan tegen kinderen.”


Kaft Ida Keller, Een beker koud waterIda Keller, ‘Een beker koud water’ (uit 1912, tussen 1983 en 2008 nog verschillende keren herdrukt)

Hetty, een arm joods meisje van dertien, ziet in een etalage een afbeelding van Jezus. Ze koopt het Nieuwe Testament en leest haar blinde vriendje Sally hieruit voor. Als Hetty’s grootmoeder dit ontdekt, gaat zij de kinderen met het meubilair en een broodmes te lijf. Sally overlijdt en Hetty wordt met stenen de buurt uitgejaagd. Werd ondanks het extreme geweld en de grove taal indertijd van harte aanbevolen door protestantse zondagschoolverenigingen. Volgens de flaptekst van 2008 ‘een ontroerend verhaal dat groot en klein zeker zal aanspreken’.


Jozef Theodoor Doumen, ‘De kleine bloedgetuige’ (1932, 4e druk in 1941)

Abeltje van twaalf hoort van een dienstmeisje over het katholicisme en krijgt van een Mariabeeld de opdracht zich te laten dopen. Hij wordt daarop in elkaar geknuppeld, uitgehongerd en vervolgens op zolder gekruisigd door zijn vader en de rabbijn: zijn bloed sijpelt door het plafond. Volgens een recensie geschikt voor kinderen van twaalf jaar. Werd in 1948 nog voorgelezen op katholieke scholen.



Een geredigeerde versie van dit interview verscheen samen met een bijdrage van Gerrit-Jan Kleinjan met het commentaar van uitgeverij Den Hertog op 8 maart 2017 inlogo Trouw


Post scriptum: op 9 maart 2017 heeft uitgeverij Den Hertog besloten De zoektocht van Lea Rachel van M.H. Karelse-Meeuse niet meer te herdrukken.