Geloof ‘éminence noire’ Tutu van indrukwekkende eenvoud

recensie van Desmond Tutu, In Gods hand. Mens zijn in het licht van God. Kok, Utrecht, 129 pag., € 15,00.

 

Kaft Tutu In Gods handDe schrijver

Desmond Tutu, wie kent hem niet? De eerste zwarte Anglicaanse aartsbisschop van Kaapstad? Die met Nelson Mandela de apartheid bevocht, maar evenmin zweeg over de corruptie binnen het ANC? De drijvende kracht achter de Waarheids- en Verzoeningscommissie? Die man vol levenslust en humor, die onlangs de Dalai Lama nog leerde dansen? Alleen al met een opsomming van alle prijzen die aan deze ‘éminence noire’ zijn toegekend, vallen kolommen te vullen. De Nobelprijs voor de Vrede. De Albert Schweitzerprijs. De Four Freedom Award voor godsdienstvrijheid. En op 85-jarige leeftijd nog altijd voorzitter van The Elders, een raad van internationale ‘dorpswijzen’ als Mary Robinson, Jimmy Carter en Kofi Annan. Je zou bijna vergeten dat hij ook nog preekt en een kinderbijbel heeft geschreven. Maar wist u bijvoorbeeld dat hij priester werd bij gebrek aan andere opties? Tutu kan er nog om gniffelen: ‘Vast een geintje van God’.

De thematiek

De Engelse versie van ‘In Gods hand’ verscheen vorig jaar als Anglicaans ‘vastenboek’, een bundel met meditaties en overpeinzingen in de aanloop naar Pasen. In zes hoofdstukken (met discussievragen) getuigt Tutu van zijn geloof, dat van een indrukwekkende eenvoud blijkt te zijn. De essentie van de bijbel voor Tutu is dat God onvoorwaardelijk van ieder mens houdt. Punt. Je hoeft Gods liefde en genade dus niet te verdienen; je bent immers ‘uitbundig en wonderlijk’ geschapen naar Gods beeld. God heeft jou gewild en God hield al van je nog voor je geboren werd – zoals, in menselijke termen, een moeder al vooraf van haar kind houdt.

Met goed gedrag of opzichtige religieuze rituelen valt God ook niet om te kopen; het enige wat God van je verwacht, is dat je je uit dankbaarheid inzet om van de wereld een lusthof voor iedereen te maken. Ongeacht ras, geslacht, seksuele geaardheid, geletterdheid en welstand. Nee, Tutu zit duidelijk niet in het kamp van de Anglicaanse Afrikaanse kerkleiders die gruwen van homohuwelijk en vrouwelijke bisschoppen.

Opvallendste stelling

Tutu opent zijn boek met een nogal wrang verhaal, over hoe de eerste zendelingen de zwarten leerden bidden. Over hoe die gehoorzaam hun ogen dicht deden en na het ‘amen’ ontdekten dat de blanken het land hadden en zij de Bijbel. Een smerige blanke poets? Een slechte ruil? Absoluut niet, stelt Tutu. Het laatste wat je namelijk aan mensen moet geven die je wilt onderwerpen, is de Bijbel. Die is immer feller gekant tegen onrecht en onderdrukking dan enig politiek manifest.

Mooiste zin

‘Wij, die geloven dat we zijn geschapen naar Gods beeld en dat we God in ons dragen, kunnen niet zwijgen of ongeïnteresseerd blijven als andere mensen worden behandeld alsof ze van een minderwaardig soort zijn.’

Redenen om dit boek niet te lezen

Nauwelijks: zelden zo’n bevlogen boek gelezen. Hoogstens dat Tutu zichzelf een paar keer letterlijk herhaalt. En dat er sprake is van ‘de mens Adam en zijn vrouw Eva’, zal een uitglijdertje van de vertaler zijn; de rest van het boek blinkt uit in vrouwvriendelijkheid. Wie zich echter aan de zwarte of witte kant van de recente racismediscussie heeft ingegraven, heeft bij verzoener Tutu niet veel te zoeken. Of juist wel?

Redenen om dit boek wel te lezen

‘In Gods hand’ draagt een blijmoedige, kristalheldere boodschap uit, levendig verteld in beelden die overal ter wereld zullen aanspreken: als het ijs in het Noordpoolgebied zo dun wordt, dat de mensen niet meer bij elkaar op bezoek kunnen gaan, dan is er echt iets aan de hand met het milieu, dat snapt iedereen.

Een aanwinst voor de internationale woordenschat is verder het begrip ‘ubuntu’, waarin het draait om eigenschappen als edelmoedigheid, gastvrijheid en zorg, met Nelson Mandela als wandelend voorbeeld. ‘Ubuntu’ betekent ook bemoediging en streven naar verzoening; nu, daarover heeft ook Desmond Tutu zelf hopelijk nog lang heel veel wijsheid met de wereld te delen.


Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 13 januari 2016 in

logo Trouw