Calvinisme en beeldende kunst?

Recensie van Marleen Hengelaar-Rookmaaker en Roger D. Henderson (red.), Kunst D.V. (Neo)calvinistische perspectieven op esthetica, kunstgeschiedenis en kunsttheologie. Buijten & Schipperheijn Motief, 374 blz., € 29,90

Drie sterren


De schrijvers

Marleen Hengelaar-Rookmaaker is musicoloog en hoofdredacteur van de website ArtWay. Ze redigeerde eerder de zes delen dikke ‘Complete Works’ van haar vader, Hans Rookmaaker (1922-1977), de allereerste hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit. Haar mederedacteur Roger Henderson was onder meer docent filosofie aan de christelijke hogeschool Viaa in Zwolle. De veertien essays in deze bundel komen van een internationaal gezelschap van calvinistische kunsthistorici, filosofen, muziekwetenschappers en theologen uit ook de Verenigde Staten, Canada en Groot Brittannië.

De thematiek

Calvinisten en beeldende kunst, dat is geen vanzelfsprekende combinatie. Begon de Reformatie in onze contreien niet met een beeldenstorm? Vanuit een letterlijk respect voor het tweede gebod, dat afbeeldingen verbiedt? Plus een diep wantrouwen tegen alles wat het leven mooier en vrolijker zou kunnen maken?

Wel, zo simpel zwart-wit ligt het niet, zo blijkt uit ‘Kunst D.V.’ (waarbij D.V. staat voor: ‘Deo Volente’, ‘naar Gods wil’). Oké: Calvijn wilde geen beelden in de kerk, omdat die tijdens de eredienst maar af zouden leiden van het Gods Woord. Maar hij zag beeldhouwen en schilderen wel als een gave van God, mits die kunsten tenminste ‘zuiver’ werden gebruikt. En dan ging het om zaken als ingetogenheid, natuurgetrouwheid en vakkundigheid – een visie die terug te vinden is in het werk van heel wat grote schilders, van Rembrandt en Van Ruisdael tot en met Van Gogh.

Ook neocalvinist Abraham Kuyper had waardering voor kunst, omdat de schoonheid daarvan God kon verheerlijken en de mensheid in de gebroken wereld tot vreugde kon zijn. Dat zou een belangrijk uitgangspunt worden voor de esthetica en kunsttheologie van latere calvinistische geleerden als Hans Rookmaaker, Herman Dooyeweerd, Calvin Seerveld en Lambert Zuidervaart, die in deze bundel allemaal ruim aan bod komen.

Opvallendste stelling

Mocht u denken dat calvinistische kunst bij voorkeur moralistisch en zoetelijk is, dan heeft u het mis. Er wordt in ‘Kunst D.V.’ diep nagedacht en kritisch van mening verschild over lastige begrippen als ‘schoonheid’, ‘harmonie’, ‘artistieke waarheid’, ‘tijdgeest’, ‘verbeelding’, ‘materialiteit’, ‘dienstbaarheid’ en ‘lichamelijkheid’. Over de waardering en interpretatie van abstracte kunst, moderniteit en het nut van subsidie. Wel is men het erover eens dat het nooit alleen kan en mag gaan om het ego van de kunstenaar, de autonomie van het kunstwerk en de esthetische contemplatie waartoe dat uitnodigt.

Centrale zin

‘Onder zowel christenen als niet-christenen zijn er vandaag velen die menen dat kunst overbodig is, van geen belang en misschien zelfs zonde van hun tijd. Die gedachte is (neo)calvinisten vreemd. Kunst maakt immers deel uit van Gods goede schepping.’

Redenen om dit boek niet te lezen

Redacteuren Hengelaar-Rookmaaker en Henderson zeggen hun best te hebben gedaan om hun boek voor iedere geïnteresseerde zo toegankelijk mogelijk te maken, maar dat de essays van filosofischer aard ‘wat meer’ inspanning vergen. Helaas, onderdrijven is ook een kunst. Van sommige essays mag je zelfs hopen dat de naaste collega-experts ze nog kunnen volgen.

Redenen om dit boek wel te lezen

Daartegenover staat gelukkig een aantal heldere, zeer leesbare bijdragen, die ook een niet-calvinistische kunstliefhebber op een ander, mooier been kunnen zetten. Ook is er oog voor hoe er aan de andere, vrijzinniger kant van de schutting gedacht wordt over de relatie tussen kunst en religie in een seculiere wereld, bijvoorbeeld door Paul Tillich. Maar het boek is toch op z’n best wanneer al die geleerden enthousiast mogen gaan vertellen over wat er in religieus opzicht allemaal te zien is op Breugels ‘Boerenbruiloft’. ‘De derde mei’ van Goya. Het nachtelijke terrasje van Van Gogh. Over de porno en olifantenpoep in een madonna uit 1996 van Ofili. Over waarom Kate Kollwitz begin vorige eeuw stopte met schilderen en prenten ging maken van wat ze in de gemeentelijke daklozenopvang zag. Mooi? Nee, lang niet altijd. Maar van betekenis? Absoluut.


Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 14 oktober 2020 in