Calvinistische mystiek? Ja, dat kan

Interview met Herman Westerink en Thom Mertens, inleider en hertaler van Willem Teellincks ‘SOLILOQUIUM. EEN MYSTIEKE OEFENING IN VERLANGEN‘ (1628). Berne Media | Halewijn, 208 blz.


Kaft TeellinckCalvinisme en mystiek. Dat gaat niet samen. Mystiek is toch iets voor katholieken? Visioenen, extase, uitzinnigheid, daar doen de volgelingen van Calvijn niet aan, die hoeden zich daarvoor. Die leven zo sober en ingetogen mogelijk. Nee, aan het gereformeerde lijf geen mystieke polonaise. Zou je zeggen.

Toch kwam het Nijmeegse Titus Brandsma Instituut in de serie ‘Mystieke teksten’ onlangs met een nieuwe hertaling van het ‘Soliloquium’ (‘Alleenspraak’), een indertijd populaire en inmiddels klassieke tekst uit 1628 van de orthodox-calvinistische predikant Willem Teellinck (1579-1629). Hij zou naam maken als ‘een tweede (doch gereformeerde) Thomas a Kempis’ en ‘de vader van de Nadere Reformatie’, de bevindelijke stroming in de gereformeerde kerk. ‘Bevindelijkheid is ook een vorm van mystiek’, stelt godsdienstfilosoof en –psycholoog Herman Westerink, die in 2002 promoveerde op Teellincks geloofsbeleving en de tekst van een inleiding voorzag.

Ook hertaler en expert op het gebied van de middeleeuwse mystieke literatuur Thom Mertens werd bekoord door de onverwachte hartstochtelijke toon in het werk van deze strenge Zeeuwse calvinist, die overigens ook nog wel eens in schietgebeden wilde uitbarsten.

Vraag aan inleider Herman Westerink: Calvinisme en mystiek? Kan dat?

‘Er is altijd gezegd dat dat niet samen gaat. Dat is op basis van de calvinistische theologie, die kent geen mystiek van de ‘unio mystica’, de eenwording, de versmelting met God. Ook de mystiek van Teresa van Avila, waarin God in je kern zit, in je woont, is bij calvinisten als Teellinck en Voetius principieel onmogelijk: iets dat zo groot is als God, kan niet wonen in iets dat zo klein en verdorven is als de mens. Dat gaat niet. Het lijkt er dus op dat in het calvinisme de weg naar de mystiek is afgesloten.’

‘Maar het is de vraag of dat een adequate beschrijving van mystiek is. Heel veel mystiek, ook middeleeuwse, loopt helemaal niet uit op een vereniging met God. De meeste mystiek gaat over een verlangen naar de nabijheid en liefde van God. Of zoals bij Thomas a Kempis, over de navolging van Christus; over hoe je daar in je eigen leven gestalte aan kunt geven. Ook dat is mystiek, uit de lange traditie van de Hoogliedmystiek, over de bruid en bruidegom die elkaar ontmoeten in de liefdesband.’

‘Of uit de middeleeuwse kruismystiek, waarin je je niet verenigt met God, maar met Christus in zijn lijden. Hadewijch heeft inderdaad visioenen, niet van God, maar van Christus; ook bij Bernardus van Clairvaux gaat het om Christus. Om Christus de bruidegom, Christus de gekruisigde en liefdesmystiek die daarmee samenhangt. Voor die mystiek is binnen het calvinisme wel plaats. De vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie beseften heel goed dat ze met hun bevindelijkheid in die traditie stonden en ook wilden staan. Bevindelijkheid is ook een vorm van mystiek.’

Teellinck voelde zich inderdaad heel nauw verbonden met Jezus, hij achtte zich zelfs persoonlijk schuldig voor het lijden van Jezus aan het kruis, alsof hij het veroorzaakt had. Hoe zit dat?

‘Het credo van de Nadere Reformatie was dat je de geloofsbelijdenis, die zegt dat Christus gestorven is voor de zonden van de mensheid, ook persoonlijk moet gaan beleven, je persoonlijk moet gaan toe-eigenen. Dat je de stap moet maken van ‘Christus is de zaligmaker’ naar ‘Christus is MIJN zaligmaker’, hij is gestorven voor MIJN zonden. En als dat zo is, dan hebben mijn zonden ervoor gezorgd dat hij gestorven is, dan ben ik schuldig aan zijn dood. Dat is de logica.’

Teellinck schrijft zelfs: Jezus mag niet langer aan het kruis worden gehouden, je moet zelf gekruisigd worden.

‘Ja, dat is de uiterste consequentie daarvan. Hij is voor mij gekruisigd, maar eigenlijk had IK moeten sterven voor mijn eigen zonden. Eigenlijk verdien IK die straf. En als Christus uit liefde voor mij gestorven is, moet ik ook bereid zijn voor hem te sterven. Wat paradoxaal genoeg dan een wedergeboorte, een nieuw begin is. Dat is ook de slotscène van de tekst [zie hieronder, ML], waarin Christus met zijn lichaam het dode hart weer tot leven wekt. Met een liefde die zich geeft in de dood en daardoor het leven mogelijk maakt. Dat is de hoogste liefde, waarbij veel mystieke traditie een groot uitroepteken zet.’

‘In die slotpassage komen alle lijnen samen, dat is een echt christusmystiek moment, dat vind ik het hoogtepunt van de hele tekst. Daar wordt het ook heel fysiek; die lichamelijkheid, die extase, die erotiek verwacht je niet bij calvinisten. Maar die bestaat dus wel.’


Och Heer Jezus, Heer Jezus, druk uw warme, uw bloed zwetende lichaam tegen mijn verkilde en zwakke lichaam, dat al mijn ledematen vurig mogen worden voor de dienst aan u. Sla uw ogen, uw wenende ogen, op naar mijn lichtzinnige ogen, opdat ze zedig worden, dat ze ook uw bitter lijden en mijn snode zonden leren bewenen. Druk, druk toch, Heer Jezus, uw bedroefde mond op mijn zondige mond, dat die niet langer nog ijdelheid spreekt – die u nog bedroefder zou maken – maar alle stichtelijke woorden voortbrengt die zowel God als de mensen kunnen verblijden. Leg ook, leg toch, Heer, uw gewonde, uw doorboorde handen op mijn onrechtvaardige handen, dat ik alle boosheid van mijn handen, die uw handen doorboord heeft, verre van mij mag doen. Zet uw bebloede en doorwonde voeten naast mijn voeten, dat die vrij mogen worden van de valstrik van de zonde, opdat ik voortaan de weg van uw geboden mag lopen. En druk toch, ja, druk, Heer Jezus, uw doorstoken, uw bloedende hart tegen mijn doods, mijn hard en ongevoelig hart, dat het ook doorwond mag worden, dat het ook de zonde mag voelen steken opdat het, als het aldus gebroken is, de zonde daaruit stoot (Uit: Willem Teellinck, Soliloquium, Nabeschouwing III:7).


Vraag aan hertaler Thom Mertens: Hoe was het om als niet-calvinist Teellincks ‘Soliloquium’ te vertalen?

‘In het begin was het moeizaam, vooral inhoudelijk. Die enorme nadruk op de eigen zondigheid en het onvermogen om het goed te doen stonden me in het begin tegen; ik kom zelf uit de katholieke traditie, daar is dat niet zo sterk.’

‘Mijn grootste vrees was daarnaast dat ik bepaalde calvinistische begrippen niet zou onderkennen, maar ik heb geprobeerd dat te ondervangen met een meelezer die de calvinistische traditie heel goed kende. ‘Onbekeerlijkheid’ is zo’n typisch calvinistisch begrip, dat is het onvermogen, de onwil om je te bekeren. Dat kun je omschrijvend vertalen, maar ik heb het letterlijk overgenomen. Ook heb ik het over ‘schietgebeden’, waarover ik van een calvinist de opmerking kreeg dat ‘we’ die niet hebben in de calvinistische traditie. Toch staat het er echt, dus in die tijd kon dat blijkbaar nog wel. Ik wil geen problemen wegvertalen, ik heb zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst willen blijven.’

Wat vond u de mooiste passage?

‘In de anderhalf jaar en negen of tien vertaalrondes dat ik aan deze tekst hebt gewerkt, ben ik er steeds meer van gaan houden. Betoverd is misschien te veel gezegd, maar de tekst heeft me uiteindelijk zeker bekoord. Het hartstochtelijke, zinnelijke en onverwacht lichamelijke slotgebed [zie hierboven, ML] vond ik al meteen een openbaring.’

‘Maar er zijn ook passages die je echt in de oorspronkelijke, calvinistische traditie moet plaatsen. Ons moderne wereldbeeld verhindert ons vaak om teksten nog te kunnen lezen in de geest waarin ze geschreven zijn. Zo kunnen we sinds Freud de teksten van Hadewijch niet meer onbevooroordeeld lezen, omdat we altijd in ons achterhoofd hebben: er zit iets seksueels, iets verdrongens in. Ik vind het goed om te beseffen dat je daarin dan soms meer gehinderd wordt door jezelf dan door de passages die je tegenstaan.’

Zou u nog andere teksten van Teellinck willen hertalen?

‘Ik zeg niet meteen nee. Ook heb ik ontdekt dat een dominee dertig jaar na dato een liedversie van Teellincks ‘Soliloquium’ heeft gemaakt, meestal op psalmmelodieën. Dat lijkt me wel leuk: Teellinck, the Musical.’


EEN GEREDIGEERDE VERSIE VAN DIT INTERVIEW VERSCHEEN OP 7 DECEMBER 2020 IN

logo Trouw