Corona in Hemelrijck

Recensie van Chris de Stoop, Hemelrijk. Bezige Bij, 191 blz.


Je moeder naar een zorgcentrum moeten brengen en dan als mantelzorger beetje bij beetje ervaren hoe die ooit zo felle en wondermooie vrouw haar luister verliest, het onzevader niet meer kent, bengelend aan een vernederende en pijnlijke tilmachine het toilet op- en afgehesen moet worden, je uitscheldt en schreeuwt om je broer die zich al lang geleden van het leven beroofd heeft: het zijn schrijnende scènes uit de late levensavond waarmee steeds meer kinderen te maken krijgen. En er, zoals Hugo Borst en Marcel van Roosmalen, met compassie over schrijven.

Zo ook de Vlaamse schrijver en onderzoeksjournalist Chris de Stoop (1958), wiens moeder de laatste acht jaren van haar leven in een zorgcentrum in Sint-Niklaas sleet. Ze stierf er, met De Stoop aan haar bed, begin december 2019. En daar kan hij achteraf gezien alleen maar blij om zijn. Niet omdat hij het niet zou missen om met haar te gaan rolstoelwandelen, haar te zien smullen van een meegebrachte maatjesharing of door haar voor zeveraar te worden uitgefoeterd. Maar wel omdat ze daardoor niet meer hoefde te beleven hoe wreed een jaar later het coronavirus door ook de Vlaamse ouderenzorg zou razen.

Vooral op de dementieafdelingen stierven toen onevenredig veel mensen een ellendige dood, omdat het humaner leek besmette bewoners niet uit hun vertrouwde omgeving te halen. Met als gevolg dat al gauw de hele afdeling besmet en ziek was, want organiseer het daar maar eens dat iedereen een mondkapje moet voordoen, afstand moet bewaren of op z’n kamer moet blijven. Een tweede oorzaak van het grote aantal doden: de ziekenhuizen in de omgeving weigerden, stelt De Stoop, de kwetsbaarste zieken op te nemen, als waren ze ‘dor hout’, zonder recht op optimale zorg – de verder zo zachtmoedige De Stoop maakt zich er, met Amnesty International, nog altijd kwaad over.

Maar niet alleen onder de bewoners en het personeel hakte corona er hard in, zo blijkt uit De Stoops reconstructie van het drama dat zich in december 2020 ontrolde in woonzorgcentrum Hemelrijck in Mol. Waar, toen er na de tweede coronagolf eindelijk weer wat mocht, de directrice en het animatieteam besloten om Sinterklaas uit te nodigen, uiteraard netjes volgens de regels, met een chirurgisch mondkapje over z’n baard. Mantelzorger Guido liet zich pas na enig aandringen strikken voor de rol en het werd inderdaad een blij bezoek voor iedereen.

Maar een paar dagen later bleek Guido corona te hebben en begon het onder de bewoners veelal dodelijke besmettingen te regenen. En al bleek later dat de eerste slachtoffers niet in Sints buurt waren geweest: de pers en de provinciale overheid concludeerden prompt dat de goedheiligman in die o zo fotogenieke rode tabberd de ‘superverspreider’ was. Waarop de sociale (?) media op hem los gingen met verwensingen en doodsbedreigingen.

Nu, ruim een jaar later, staat vast dat Guido onterecht tot superverspreider is bestempeld. Hij kan weer gewoon over straat, op weg naar zijn moeder in Hemelrijck, waar trouwens bijna niemand hem ooit iets heeft verweten. Spijt en schuldgevoel over het eenzame laatste lijden van je allernaasten – daar is ook zonder corona geen ontkomen aan, zo blijkt uit hoe De Stoop het ontroerende verhaal van zijn moeder door dat van Guido weeft. Maar een schuldcultuur waarin ‘schandpaalbeulen’ op heksenjacht gaan en een goedwillende mantelzorger tot zondebok verklaren? Dat vermeerdert pijn, onnodig pijn.


Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 5 februari 2022 in

logo Trouw