De helaas nog altijd onvoltooide geschiedenis van het antisemitisme

Recensie van Ludo Abicht, De eeuwige kop van Jood. Een geschiedenis van het antisemitisme. Uitgeverij Vrijdag, 264 blz.

Vier sterren


De schrijvers

Ludo Abicht (1936) is een Vlaams filosoof en germanist en schreef al verschillende keren over de Joodse diaspora in Europa, met ‘De Joden in België’ (1994) en ‘Geschiedenis van de Joden van de Lage Landen’ (2006). ‘De Joden van Antwerpen’ (2017) kreeg vorig jaar vier volle sterren van me mee. Zijn visie op het Israëlisch-Palestijnse vredesproces (‘De tocht door de woestijn’, 1996) kon de Trouw-recensent indertijd overigens minder bekoren. Het uitgebreide nawoord bij Abichts nieuwe boek, ‘De eeuwige kop van Jood’, komt van Brigitte Herremans, met wie hij in 2016 ‘Israël & Palestina. De kaarten op tafel’ schreef; Herremans was jarenlang medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en het gezicht van Pax Christi Vlaanderen.

De thematiek

Volgende week verschijnt dan Abichts visie op de nog altijd jammerlijk onvoltooide geschiedenis van het antisemitisme. Omdat dit verschijnsel zo onvoorstelbaar gruwelijk uit de hand kan lopen, neemt hij de tijd om in alle wetenschappelijke kalmte zijn begrippen vooraf zo helder mogelijk te definiëren. Wanneer ben je jood? Of Jood, met een hoofdletter? Wie bepaalt dat trouwens? En wat is antisemitisme precies? Wanneer en hoe heeft deze vorm van racisme zich ontwikkeld?

Vervolgens beschrijft hij de lange geschiedenis van de Jodenhaat, vanaf de vierde eeuw voor Christus in Egypte tot vandaag. Uiteraard gaat hij in op het christelijke, religieus gemotiveerde anti-judaïsme uit de Middeleeuwen, toen de Joden doorgingen voor godsmoordenaars en ketters en regelmatig beticht werden van de moord op onschuldige christenkindjes (wier bloed, zo ging het verhaal, gebruikt werd om matses te bakken) en grenzeloze geldzucht – qua veiligheid kon je als Jood tot 1492 maar beter in het islamitische Andalusië wonen, ook al bleef je daar als ‘dhimmi’ altijd tweederangsburger.

Even leken Verlichting en Franse Revolutie een einde te maken aan de Europese pogroms en vervolging, maar emancipatie en het recht op een volwaardige deelname aan het maatschappelijke leven riepen ook veel jaloezie op. Die haat zou in de 19e eeuw gerechtvaardigd worden door de ‘wetenschappelijke’ rassenleer, waarin de intrigerende en hebzuchtige Semiet een kromme neus, platvoeten en armen van ongelijke lengte werden toegedicht.

Schokkend is ook Abichts analyse van het beruchte, nog altijd wereldwijd gelezen pamflet ‘De protocollen van de wijzen van Zion’ uit 1903, waarin werd ‘bewezen’ dat de Joden uit waren zijn op de wereldheerschappij. Waar dat op uitgelopen is, weten we inmiddels allemaal. Toch?

Belangrijkste stelling

Het actuele belang van dit boek zit vooral in de bespreking over het ‘nieuwe antisemitisme’, dat sinds het Israëlisch-Palestijnse conflict is opgekomen, ook in linkse en islamitische kringen in Europa. Abichts en Herremans’ devies: ga dit complexe debat niet uit de weg en pak antisemitisme ondubbelzinnig aan, want anders stapelt de Jodenhaat zich onvermijdelijk weer op. Maar maak wel steeds een zorgvuldig onderscheid tussen antisemitische en antizionisme. En eerbiedig daarbij altijd de universele mensenrechten zoals die in 1948 zijn geformuleerd.

Mooiste zin

De mooiste zin in dit boek is een waarschuwing van Bertolt Brecht uit 1953: ‘De schoot waaruit dit kroop, is nog steeds vruchtbaar.’

Redenen om dit boek niet te lezen

Abichts stelling dat er per definitie geen links antisemitisme bestaat, lijkt me meer een mooie wens en morele aansporing dan werkelijkheid. Houd er ook rekening mee dat u het niet altijd met Abicht en Herremans eens zult zijn over Israël.

Redenen om dit boek wel te lezen

Hoewel ik meende al aardig wat te weten over de geschiedenis van het antisemitisme, heeft Abicht me toch weer een stuk wijzer gemaakt. Nooit geweten bijvoorbeeld dat een beroemde socialist en democraat als Domela Nieuwenhuis niet terugschrok voor uitspraken over ‘geldjoderij’ en de Joodse bankiers verantwoordelijk hield voor alle ellende van het kapitalisme. Ook Abichts filosofische insteek geeft diepgang. Nee, dit boek zal het conflict in het Midden-Oosten niet oplossen. Maar het kan wel helpen om in deze hoek van Europa het ‘nieuwe antisemitisme’ flink wat wind uit de zeilen te nemen.


EEN GEREDIGEERDE VERSIE VAN DEZE RECENSIE VERSCHEEN OP 4 SEPTEMBER 2019 IN

logo Trouw