Monnik Zacharias over het nut van rituelen

Recensie van Zacharias Heyes, In balans. Met rituelen tot jezelf komen. Berne Media, 152 blz., € 16,90

Drie sterren


Kaft HeyesDe schrijver

Zacharias Heyes (1971) speelde als kind tijdens de mis tussen de knielbankjes met autootjes, studeerde theologie en werd twintig jaar geleden monnik in de benedictijnse abdij van Münsterschwarzach. Hij is daarmee kloostergenoot van Anselm Grün, de beroemdste monnik van Duitsland, die al tientallen spirituele bestsellers op zijn naam heeft staan. ‘In balans’ is het derde boek van Heyes dat in het Nederlands is vertaald, na ‘Thuis bij jezelf’ (2017) en ‘God weer vinden’(2018). We konden hier dus wel eens te maken hebben met de opvolger van de inmiddels 75-jarige Grün.

De thematiek

Ik meld het maar even eerlijk van tevoren: vanuit mijn doopsgezinde opvoeding heb ik bar weinig met rituelen. Natuurlijk zie ik wel het nut van vaste gewoonten rond tandenpoetsen of de afwas, maar die hebben niets te maken met mijn religieuze besef. Dus gaan mijn hakken stevig de klei in bij een boek dat belooft dat je met rituelen in contact kunt komen met ‘jezelf’, ‘je diepste innerlijk’ of ‘je goddelijke identiteit’ – ook al van die jeukwoorden.

Maar laat Heyes zijn boekje nou net geschreven hebben voor wie bij het woord ‘ritueel’ vooral moeten denken aan omslachtige, inhoudsloze formaliteiten, magisch denken en disciplinering! En omdat hij indertijd zelf ook twijfels had bij die talloze benedictijnse gedragsregels en rituelen rond ‘ora et labora’, wil hij nu graag uitleggen wat het nut ervan is. Want of het nu gaat om uw dagelijkse koffiemoment of om de volgorde van de gebeden in de kloosterkerk: met rituelen blijkt u even pas op de plaats te kunnen , waardoor u in de hectiek van alledag weer ‘tot uzelf en ‘in balans’ komt.

Daarnaast zijn rituelen onmisbaar voor onze behoefte aan gemeenschap en identiteit, of dat nu gaat om over hoe een monnik begraven moet worden (namelijk met z’n voeten naar het oosten) of om de liedjes die voetbalsupporters zingen (een helaas wat minder sterk voorbeeld).

Verder vertelt Heyes uitgebreid over het hoe en waarom van de rituelen en regels die het leven en de gebedstijden in Münsterschwarzach bepalen, van de ‘vigilie’ ’s ochtends om vijf uur tot en met de ‘completen’ om 19.35 uur, waarna het ‘grote zwijgen’ begint en de stilte over het klooster daalt.

Opvallendste stelling

Maar als (kerkelijke) rituelen hun inhoudelijke betekenis kwijt raken en vooral stress en afkeer oproepen, maakt Heyes er net zo gemakkelijk korte metten mee. Zoals met bijvoorbeeld de traditionele Tridentijnse mis in het Latijn; ook de nog altijd geldende principiële regel dat gescheiden en hertrouwde gelovigen niet aan het Avondmaal mogen meedoen, mag voor hem vandaag nog bij het vuilnis. Verder heeft hij er geen enkel bezwaar tegen als medechristenen hun eigen rituelen bedenken en bijvoorbeeld graag ’s nachts rond een kampvuurtje dansen en ‘ja‘ tegen Moeder Natuur willen schreeuwen.

Mooiste zin

“Dat is precies waar rituelen bij stilstaan: bij het bijzondere in het alledaagse. Ze helpen ons ook om dat bijzondere in het alledaagse (weer) te ontdekken. Ze herinneren ons er middenin het dagelijks leven aan, dwingen ons zogezegd om de dag even te onderbreken en dat weer te beseffen.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Heyes geeft een hoop adviezen die u in vrijwel elk zelfhulpboek tegenkomt: tel uw zegeningen, negeer ’s avonds uw mail en mobiel en ga op tijd naar bed. Rust, reinheid en regelmaat, dat wist u vast allemaal al lang.

Redenen om dit boek wel te lezen

Toch is het interessant om te zien hoe mensenkenner Benedictus in de vijfde eeuw al wist dat u beter kunt schrijden dan hollen, dat u zo bedachtzaam mogelijk moet spreken, dat u niet perfect hoeft te zijn en dat u geregeld moet pauzeren, ook als u net lekker op dreef bent. En wat dacht u van Heyes’ tip om alle stress rond ingewikkelde kerstdiners voortaan op te lossen met een eenvoudig, traditioneel Frankisch menu van aardappelsalade met worstjes? Kijk, met de vegavariant daarvan kan ik wat, ook vanuit mijn doopsgezinde opvoeding.


Een geredigeerde versie van deze recensie verscheen op 26 februari 2020 in

logo Trouw