Zes eeuwen ‘typisch Feith’

Recensie van Arlette Kouwenhoven, Van Elburg tot Deshima. Zes eeuwen familie Feith. LM Publishers, 240 blz.


In 1819 werd hij uitgeroepen tot de beste dichter van het land, beter nog dan Bilderdijk en Tollens: Rhijnvis Feith (1753-1824). Ook toen hij al een eeuw in zijn graf lag, trok de theekoepel waar hij indertijd zou hebben zitten schrijven, nog heel wat bewonderaars. De canon van de Nederlandse letterkunde heeft hij uiteindelijk niet gehaald, hoewel zijn tranenrijke ‘Julia’ vaak genoeg is vergeleken met Goethes ‘Werther’.

Maar waar Goethe onsterfelijk klassiek zou worden, werd Feith steeds verder weggehoond als ‘sentimentalist’- vier generaties later voelde nazaat Jan zich zelfs genoodzaakt om op het schoolplein voor hem op de vuist te gaan, toen een leraar zijn betovergrootvader belachelijk had gemaakt. Vandaag de dag zal de dichter van ‘Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen’ voor de meesten van ons alleen nog maar een wat wonderlijke naam op een straatbordje in de schrijversbuurt zijn. Lees verder

Al vijf eeuwen richting rand van de wereld

Recensie van Arlette Kouwenhoven, De Fehrs. Kroniek van een Nederlandse mennonietenfamilie (2011). Atlas, 247 blz.


Kaft Kouwenhoven, De FehrsDe schrijfster

Arlette Kouwenhoven (1960) is antropologe en publiceerde eerder over de rituelen op Madagaskar rond besnijdenis, kroning en begrafenis in Madagascar, the Red Island (1995). Samen met Matthi Forrer schreef ze in 2000 een boek over de 19e eeuwse Duitse arts en japanoloog Siebold, die veel heeft betekend voor de Leidse botanische tuin. Op het moment doet ze met Henk Schiffmacher onderzoek naar de geschiedenis van de tatoeage en werkt ze aan de Engelse vertaling van De Fehrs. Lees verder