Zes eeuwen ‘typisch Feith’

Recensie van Arlette Kouwenhoven, Van Elburg tot Deshima. Zes eeuwen familie Feith. LM Publishers, 240 blz.


In 1819 werd hij uitgeroepen tot de beste dichter van het land, beter nog dan Bilderdijk en Tollens: Rhijnvis Feith (1753-1824). Ook toen hij al een eeuw in zijn graf lag, trok de theekoepel waar hij indertijd zou hebben zitten schrijven, nog heel wat bewonderaars. De canon van de Nederlandse letterkunde heeft hij uiteindelijk niet gehaald, hoewel zijn tranenrijke ‘Julia’ vaak genoeg is vergeleken met Goethes ‘Werther’.

Maar waar Goethe onsterfelijk klassiek zou worden, werd Feith steeds verder weggehoond als ‘sentimentalist’- vier generaties later voelde nazaat Jan zich zelfs genoodzaakt om op het schoolplein voor hem op de vuist te gaan, toen een leraar zijn betovergrootvader belachelijk had gemaakt. Vandaag de dag zal de dichter van ‘Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen’ voor de meesten van ons alleen nog maar een wat wonderlijke naam op een straatbordje in de schrijversbuurt zijn. Lees verder