Hoe de landheer verdween uit Baak

Recensie van Astrid Schutte, De laatste heer. Hoe de bevoorrechte klasse in Nederland plaatsmaakte voor de gewone man. Ambo|Anthos, 320 blz.


Vooral Gelderland staat er vol mee: de prachtigste landhuizen en kastelen, waarlangs het heerlijk fietsen is. Vaak mag je de slotgracht over, door het park wandelen of (onder begeleiding, dat wel) binnen rondkijken. Nee, om je even freule of landjonker te wanen, kun je goed in Gelderland terecht.

Maar je kunt ook stuiten op zo’n streng bordje met ‘Privé’ erop. En als ik dan tussen de spijlen van zo’n statig hekwerk door sta te gluren, vraag ik me af: wonen daar inderdaad nog mensen met dubbele namen? En waar halen die het geld vandaan om de boel goed in de verf te houden? En, jaloerse vraag, is het nog wel van deze tijd dat iemand zoiets prachtigs voor zichzelf privé heeft?

Voor Huize Baak, in een dorpje onder Zutphen, was het antwoord op die laatste vraag in 1956 ‘nee’, zo blijkt uit Astrid Schuttes ‘De laatste heer’. Lees verder

Calvinisten over toverij en bijgeloof

Recensie van Jan Stronks, Toverij, contramagie en bijgeloof. 1580-1800. Geleerde debatten over duivelse zaken. AUP, 350 blz.

Drie sterren


De schrijver

Jan Stronks was jarenlang manager en directeur personeelszaken van beroep. Daarnaast onderzocht hij als historicus en promovendus bij Religiegeschiedenis aan Vrije Universiteit hoe de Nederlandse gereformeerde ‘publieke’ kerk tot pakweg 1800 aankeek tegen toverij en bijgeloof. Dit boek is daar het resultaat van.

De thematiek

Al in 1608 kwam er in de Republiek der Zeven Provinciën een einde aan de heksenvervolgingen, waarmee Nederland opvallend voorop liep in Europa. Hoe kwam dat? Was de overheid hier zo uitzonderlijk nuchter? Of lag het aan het calvinisme? Maar waarom Engeland dan pas in 1736 bij zinnen? Lees verder

Idyllische plaatjes van de plantages

Recensie van Ernst van den Boogaart, Het land van de suikermolen. Johan Maurits’ Brazilië. WBOOKS, 132 blz.


Als het tussen 1624 en 1654 in Recife even iets anders was gelopen, dan was Oranje misschien wel meervoudig wereldkampioen geweest, dankzij een keur aan voetballers met Braziliaanse wortels. Maar zoals mijn opa zei: ‘As is verbrande turf.’ En dat is maar goed ook, want deze drie decennia uit het Hollandse koloniale verleden zijn al beschamend genoeg. Hoewel men dat indertijd heel anders zag, mede door het wel erg vreedzame beeld dat het vaderland van het leven in Nederlands-Brazilië voorgeschoteld kreeg. Lees verder

Atheïst Primo Levi over God

Recensie van JOYCE RONDAIJ, PRIMO LEVI NA GOD. VERHALEN VAN EEN NIEUWE BIJBEL. Verbum, 256 blz.

Vier sterren


De schrijver

Joyce Rondaij (1990) is theoloog en promoveerde eind vorig jaar aan de Protestantse Theologische Universiteit op de theologische en filosofische dimensies in het werk van Primo Levi (1919-1987), de Joods-Italiaanse schrijver en scheikundige die Auschwitz overleefde. Haar Engelstalige proefschrift heeft ze nu vertaald en bewerkt voor een Nederlands publiek.

De thematiek

Primo Levi’s ‘Is dit een mens’ (1947) en ‘Het respijt’ (1963) zijn nog altijd twee van de indrukwekkendste verhalen uit de vorige eeuw, over hoe in de kampen het besef van menselijkheid verloren ging en vervolgens Levi’s maandenlange, ommelandse reis terug naar Turijn, nadat de Russen Auschwitz bevrijd hadden. Lees verder

De koning van alle boekhandelaren

Recensie van ROSS KING, DE BOEKHANDELAAR VAN FLORENCE. OVER DE RENAISSANCE, DE BOEKDRUKKUNST EN DE VERANDERENDE KRACHT VAN IDEEËN. Uit het Engels vertaald door Toon Dohmen. De Bezige Bij, 528 blz.


Beoordeel een boek nooit op zijn kaft, zo leerde George Eliot de mensheid. Wel, met de voorkant van ‘De boekhandelaar van Florence’ is niks mis: die toont weliswaar niet Vespasiano da Bisticci, de hoofdpersoon van het verhaal, maar het portret van de renaissanceschilder Moroni van een geleerde met een boek dekt de lading goed.

Maar dan de achterflap. Word je lekker gemaakt met een Florentijns klooster vol nijvere nonnen die (nee maar!) met hun drukpers zowel Renaissance, Reformatie als Verlichting in gang zouden hebben gezet, moet je tot bladzijde 329 wachten voor ze in beeld komen. Lees verder

Wetenschapper en toch gelovig

Recensie van CEES DEKKER (RED.), ALLE VERSTAND TE BOVEN. 22 WETENSCHAPPERS OVER HUN LEVEN, WERK EN GOD. Ark Media, 326 blz.

Drie sterren


De schrijvers

Cees Dekker (1959) doet als hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft internationaal geprezen onderzoek op het grensgebied van nanotechnologie, biologie en natuurkunde en is daarnaast aanbiddingsleider bij een evangeliegemeente. Hij schreef mee aan de roman ‘Oer’ (2020), een speelse mix van het bijbelse scheppingsverhaal, de orthodox-protestante heilsleer en de evolutietheorie.

Ook de andere eenentwintig auteurs in deze bundel combineren een succesvolle universitaire loopbaan als alfa (zoals taalkundige, historicus), keiharde bèta (natuur- en wiskundige, chemicus, bioloog) of gamma (jurist, antropoloog) met een actief christelijk leven, in bijvoorbeeld een pinkstergemeente of de gereformeerde, katholieke of Russisch-orthodoxe kerk. Lees verder

Opeens is de poel verdwenen

Recensie van Pauline de Bok, ‘De poel. Atlas Contact, 342 blz.


Al twintig jaar woont journaliste en filosofe Pauline de Bok (1956) een groot deel van het jaar in een oude koeienstal op het Duitse platteland, pal aan de oostkant van waar ooit het IJzeren Gordijn hing. Een gebied waar de natuur dus zo’n veertig jaar bijna ongestoord haar gang heeft kunnen gaan: zo ongerept als toen daar zul je het midden in Europa niet gauw meer vinden. De Bok schreef al verschillende boeken over haar leven tussen het wild dat dagelijks over haar erf banjert, zoals ‘Buit’ (2015), waarin ze vertelt hoe ze stoer haar jachtbrevet haalde en filosofeert over de verhouding tussen mens en natuur.

Nu, over dat laatste thema is ze nog lang niet uitgedacht, zo blijkt uit haar nieuwste boek, ‘De poel’. Lees verder

Jezus in de Koran: wel een profeet maar zeker geen god

Recensie van Eduard Verhoef, Jezus in christendom en islam. Skandalon, 124 blz.

Vier sterren


De schrijver

Eduard Verhoef (1943) studeerde theologie en semitische talen en promoveerde indertijd op de oudtestamentische citaten in Paulus’ brief aan de Galaten. Na een loopbaan als gereformeerd predikant ging hij Arabisch studeren. Dat liep in 2015 uit op een goed ontvangen vertaling van de Koran en een uitleg daarbij. Lees verder

Gedoe over een stoel

Recensie van Nancy Goldstone, De dochters van de Winterkoningin. Vier prinsessen in ballingschap. Uit het Engels vertaald door Ronni Boley. Omniboek, 416 blz.


Op 8 februari 1587 viel op een Engels schavot het hoofd van Maria Stuart, de katholieke koningin van Schotland. Dat was op bevel van haar nicht, de protestantse koningin van Engeland, Elizabeth I. Waardoor deze familieruzie zo uit de hand was gelopen, laat de Amerikaanse historica Nancy Goldstone in ‘De dochters van de Winterkoningin’ onbesproken, maar het draaide niet in de laatste plaats om het ware geloof – wie denkt dat extreem religieus geweld iets van de laatste tijd is, zou eens moeten afzakken naar de zestiende en zeventiende eeuw. En inderdaad waren na Maria’s onthoofding de katholieken aan gene zijde van de Noordzee voor een aantal eeuwen politiek gevloerd. Toch zouden het haar nazaten zijn die uiteindelijk, tot op de dag van vandaag, de Britse troon zouden bezetten. En langs welke grillige lijnen van het lot dat heeft kunnen gebeuren, daarover schreef Goldstone een leesbaar en opmerkelijk overzichtelijk verhaal. Lees verder

Zes eeuwen ‘typisch Feith’

Recensie van Arlette Kouwenhoven, Van Elburg tot Deshima. Zes eeuwen familie Feith. LM Publishers, 240 blz.


In 1819 werd hij uitgeroepen tot de beste dichter van het land, beter nog dan Bilderdijk en Tollens: Rhijnvis Feith (1753-1824). Ook toen hij al een eeuw in zijn graf lag, trok de theekoepel waar hij indertijd zou hebben zitten schrijven, nog heel wat bewonderaars. De canon van de Nederlandse letterkunde heeft hij uiteindelijk niet gehaald, hoewel zijn tranenrijke ‘Julia’ vaak genoeg is vergeleken met Goethes ‘Werther’.

Maar waar Goethe onsterfelijk klassiek zou worden, werd Feith steeds verder weggehoond als ‘sentimentalist’- vier generaties later voelde nazaat Jan zich zelfs genoodzaakt om op het schoolplein voor hem op de vuist te gaan, toen een leraar zijn betovergrootvader belachelijk had gemaakt. Vandaag de dag zal de dichter van ‘Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen’ voor de meesten van ons alleen nog maar een wat wonderlijke naam op een straatbordje in de schrijversbuurt zijn. Lees verder